Essay: Kampen was een dwaalweg, de GTU hoort in Franeker

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De vestiging van de Theologische School in ­Kampen (1854) was een kerkrechtelijke dwaling. Een schoffering van de Friezen, ingegeven door ­Amsterdamse dwarsliggerij en Hollands gerammel met de buidel. Om de Gereformeerde Theologische ­Universiteit (in oprichting) voor soortgelijke schandalen te behoeden, moet dit verhaal verteld worden.

Mijn naam is Sjirk van Gerda van Sjirk van Jacob van ­Albert van Wolter van Albert Kok. Nazaat in rechte lijn van ‘meister Albert’ (1760-1850), die samen met zijn ­zonen Frederik Alberts en Wolter Alberts de eerste ­domineesklasjes van de afgescheiden kerken opleidde in Dwingelo. Hun geschiedenis is beschreven door mijn overgrootvader ds. Jacob Kok in het boek Meister Albert en zijn zonen (Kampen, 1909). Het verhaalt over de vrucht der afscheiding in het Galilea van Nederland, en is een heilzaam tegengeluid in het aanhoudende rumoer van hen die menen dat dominees ergens in de Randstad moeten worden opgeleid omdat ze anders maar vreemd van de wereld zouden blijven.

De broers Frederik en Wolter Kok waren voorgangers binnen de afgescheiden kerken, halverwege de negentiende eeuw. Ze leidden een generatie van pioniers-­predikanten op. En daarnaast was Wolter (mijn bet-bet-overgrootvader) preses van de generale synode van Amsterdam 1849, en zijn broer Frederik vicepreses van de synode van 1851 (opnieuw in Amsterdam). Daar ­gebeurde het: daar voltrok zich een kerkpolitieke crisis.

De afgescheiden synode van 1849 besluit tot stichting van één landelijke school voor Herders en Leraren. Eerst worden drie docenten gekozen: G.F. Gezelle Meerburg, T.F. de Haan en S. van Velzen (predikant te Amsterdam). Daarna komt de locatiekeuze aan de orde. Sommige stemmen neigen naar een plaats op het platteland, ­vanwege de meerdere eenvoudigheid en onkostbaarheid. Anderen pleiten voor de hoofdstad des Rijks, vanwege de veronderstelde mogelijkheid om daar menschenkennis te verkrijgen. En dan zijn er nog de ­polderaars, die voorkeur geven aan een landstad, waar behoorlijke omgang met menschen kon genoten worden. Uiteindelijk wordt met eene volstrekte meerderheid van stemmen de voormalige Akademiestad Franeker verkozen. (De op één na oudste universiteit van ons land werd in 1585 geopend in ­Franeker; in 1811 deed Napoleon de deur dicht).

Nog tijdens de synode begint de raad van Amsterdam, nota bene gastheer van deze landelijke vergadering, dwars te liggen. Er wordt een brief (d.d.17 juli 1849) op tafel gelegd waarin de kerk van Amsterdam bezwaar maakt tegen het beroep op haar predikant, Van Velzen. En meteen wordt er met de geldbuidel gezwaaid: als Van Velzen naar Franeker vertrekt om daar dominees te gaan opleiden, zal de ­provincie Noord-Holland niet de gevraagde quota opbrengen. Een oplossing kan zijn dat de School in Amsterdam komt, zodat Van Velzen daar als predikant én professor kan blijven wonen. Een brief uit Franeker (gedateerd 11 juli 1849) doet er langer over de synode te bereiken, maar is veel geestelijker van toon. De kerk van Franeker beschrijft hoe het synodebesluit in de gemeente ontvangen is: Verwondering en aandoening stond op ieders gelaat te lezen. De betraande oogen van ­velen, zoo mannen als vrouwen, waren het ­bewijs van ­inwendige gevoelens. De geëmotioneerde Franekers ­bieden aan huisvesting te regelen voor de professoren, en voor de School zelf willen ze proberen het voormalige Academie­gebouw te verwerven. Geld speelt geen rol.

De synode besluit dat de Amsterdamse tegenwerpingen haar toeschenen wantrouwen te behelzen tegen Hem, die de Koning der Kerk is en dat zij in geheel deze zaak bijzonder de leiding en het bestuur des Heeren heeft mogen opmerken. De synode ­durfde van haar genomen besluit niet afgaan: het is Franeker en het blijft Franeker!

Twee jaar later: weer een synode, weer in Amsterdam, nu onder presidium van de plaatselijke predikant, Van Velzen (en vicepreses F.A. Kok). Is die domineesschool nu al geopend Franeker? Nee, want de Amsterdammers weigerden Van Velzen naar Fryslân te laten vertrekken als ze daarvoor geen financiële compensatie zouden krijgen. En de Noord-Hollandse kerken hebben een brief het land in ­gestuurd waarin ze nóg eens zeggen dat de school niet in Franeker maar in Amsterdam hoort.

Deze synode eindigt in een impasse; ze besluit voorlopig de bestaande provinciale opleidingen te handhaven —waaronder die in Schoonhoven, waar Frederik Kok ­doceert, en het Drentse schooltje van Wolter Kok.

En dan volgt de synode van Zwolle, 1854. ­Frederik en Wolter zijn er niet bij dit keer. En wat gebeurt er? Alsof er nooit een klinkend besluit genomen is (!), beginnen ze te delibereren over Meppel, Kampen en Franeker, als plaatsen voor de Theologische School. Leiden en Amersfoort worden toegevoegd aan de groslijst, maar als er uiteindelijk gestemd wordt, gaat het tussen Zwolle, ­Kampen en Groningen. In de derde ronde wordt Kampen verkozen. Geen woord van motivatie; geen letter over het nimmer herroepen en dus nog altijd rechtsgeldige en volstrekte meerderheids­besluit van 1849; geen blijk van verontschuldiging jegens de ontroerde broeders en ­zusters in Franeker. Meteen aansluitend gaat het verder over de kosten.

En de Amsterdammers, nemen die nu genoegen met de theologische vlucht naar ‘landstad’ Kampen? Nee hoor. De volgende synode (1857, Leiden; Wolter en Frederik zijn weer beiden van de partij) staat er opnieuw een brief uit Amsterdam op de agenda. De theologische school zou beter in Amsterdam gevestigd kunnen worden! 1. Om hare ligging; 2. om den maatschappelijken omgang voor de studenten; 3 omdat te Amsterdam eene bibliotheek ten gebruike voor het publiek bestaat. De curatoren en docenten van de inmiddels gestichte School brengen zeer uiteenlopende adviezen uit. Er ligt een brutale brief van zestien studenten die om een betere ontwikkeling en beschaving en meer andere redenen verzoeken, de Theologische School van Kampen te verplaatsen. De synode sluit uiteindelijk niet uit dat de opleiding ooit verhuist naar een meer beschaafde en ontwikkelde omgeving. Maar juist de Friese afgevaardigden zorgen er wél voor dat de schoolleiding geen ongeclausuleerd verhuisverlof krijgt. Kennelijk heeft de randstedelijke arrogantie in acht jaar tijd genoeg ­irritatie opgeroepen om dit (nog altijd geldige) ­beding te formuleren: dat de Synode zorge, dat de School van ­Kampen niet anders dan om gewigtige reden naar ­elders verplaatst worde, doch nimmer naar Amsterdam ­wegens de vele kosten en de groote zedeloosheid aldaar.

Zo is het geschied. Franeker heeft zich na het trauma van de Amsterdamse synodes ontwikkeld tot psychiatrisch kenniscentrum waar duizenden Friezen geestelijke gezondheidszorg genoten. De voormalige professoren­woningen en het Academiegasthuis werden samen één ­locatie voor het Psychiatrisch Ziekenhuis. Nadat eind ­vorige eeuw de decentralisatie van GGZ Fryslân begon, kwamen die panden te koop; in één ervan komen nu de vrijgemaakte en christelijk-gereformeerde Franekers samen. Het Academiegebouw is gerestaureerd maar staat deels leeg. Dit zou natuurlijk de volmaakte plek zijn voor de Bogerman Universiteit, de vanzelfsprekende naam voor een GTU te Franeker. Waar kunnen hervormde en afgescheiden theologen elkaar beter terugvinden dan in deze historische bedding, waar ooit Johannes Bogerman studeerde en doceerde, de voorzitter van de nationale ­synode van Dordt (1618/19) en geestelijk vader van de ­Statenvertaling?

Ondanks de Amsterdamse crisis van 1849/’51 hebben mijn afgescheiden voorouders gelukkig het bevindelijk geloof bewaard. Oerpake Wolter was blij dat hij niet meer hoefde te doceren toen de nationale opleiding een feit was; zijn kleinzoon Jacob en diens kleinzoon, wijlen mijn oom Jaap, studeerden met plezier in Kampen.

Mijn echtgenote, een hervormde boerendochter, studeerde theologie aan de dolerende VU in Amsterdam. De vele kosten en grote zedeloosheid aldaar hebben haar niet beroerd of van het geloof afgetrokken, maar ik heb haar evenmin enthousiast horen getuigen over de uitzonderlijke mensenkennis waarvoor je in de hoofdstad te rade zou moeten gaan. De basis van het herderen leer je toch het beste tussen de koeien en de veekopers. Laat dus niemand zeggen dat dominees beter in een grote stad kunnen worden opgeleid. En laat vooral nooit het Hollandse gerammel met de geldbuidel een ­gelovig ­genomen en rechtsgeldig besluit ongedaan maken.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?