Dus de Pinkstergemeenten willen over naar apostolisch leiderschap. Vijf lastige vragen

Trump-aanhangers op een verkiezingsbijeenkomst in Florida. Mensen zijn er niet altijd goed in om te onderscheiden wie een goede leider is. Opinie
Trump-aanhangers op een verkiezingsbijeenkomst in Florida. Mensen zijn er niet altijd goed in om te onderscheiden wie een goede leider is. | beeld ap / Evan Vucci
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Vandaag vergaderen de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten over een nieuwe voorzitter. En over een overgang naar apostolisch leiderschap. Maar daarvoor zijn eerst antwoorden nodig op vijf lastige vragen.

Met een mengeling van begrip en verwondering las ik (ND 17 november) dat het bestuur van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE) wil overstappen naar een structuur van apostolisch leiderschap en leidinggeven vanuit de vijf bedieningen.

Het leidinggeven vanuit de vijf bedieningen zoals Paulus die in Efeziërs 4 beschrijft – apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars – is zo’n beetje de heilige graal van het christelijk leiderschap. Het is hét ideaalbeeld, hoe Bijbels leiderschap zal moeten zijn. Daarom begrijp ik dat een organisatie zoals de VPE vanuit het verlangen Bijbelgetrouw te zijn, dit Bijbelse leiderschap nastreeft.

Tegelijkertijd is het streven naar deze vorm van leiderschap een waar mijnenveld. Je hoeft maar naar de recente kerkgeschiedenis – in zowel het buitenland als Nederland – te kijken om te zien dat menige denominatie, gemeente en leider in dit streven naar de ultieme vorm van Bijbels leiderschap is ontploft. Met als triest gevolg een grote groep verwonde mensen.

Het blijft altijd lastig te beslissen hoever je kunt gaan in het Bijbelse ideaal zonder mensen te verwonden. En wat doe je als tijdens de zoektocht toch enige mate van verwonding optreedt?

‘Ja, maar zal God ons niet beschermen als wij oprecht ernaar streven zijn werk te doen?’ De praktijk leert ons dat het antwoord op deze vraag helaas vaak ‘nee’ is.

Alle daden binnen de gemeente en binnen een denominatie zijn een mengeling van Gods werk en mensenwerk. Binnen het mensenwerk vallen dan de brokken. En in het streven naar deze idealistische vorm van leiderschap lijken de brokken vaak helaas nog net wat groter te zijn.

Om verdere stappen in deze vorm van leiderschap te kunnen ondernemen, moet je jezelf dan ook vijf belangrijke vragen stellen. Dat zijn niet de vragen: wie is de apostel, de profeet, de leraar, de herder en de evangelist? Nee, het zijn vragen die wijze antwoorden nodig hebben en die je wellicht zult moeten laten sudderen.

huidige leiders

Vraag 1: Wat doen we met de huidige leiders?

Een overstap naar apostolisch leiderschap vindt bijna altijd binnen een bestaande leiderschapsstructuur plaats. Het zou een farce zijn om alle huidige leiders of bestuursleden tot apostel, profeet, herder, leraar en evangelist te bombarderen. Dan geef je het beestje slechts een ander naampje.

Een overstap naar deze nieuwe vorm van leiderschap betekent dus dat sommige leiders, die niet binnen deze vijf bedieningen erkend worden, uit het leiderschap moeten stappen. Dit kan op zijn zachtst gezegd pijnlijk zijn. In bepaalde gevallen kunnen mensen hierdoor echt verwond raken. Broeders en zusters die jaren van hun leven aan het leiden van een organisatie of gemeente hebben gegeven, voelen zich miskend en worden voor hun gevoel met een cadeaubon van 25 euro en een zegengebed naar huis gestuurd. Hoe ga je op een wijze en niet beschadigende manier hiermee om?

wie bepaalt?

Vraag 2: Wie gaat bepalen wie tot het leiderschap van de nieuwe vijfvoudige bediening behoort?

Als mensen beschikken we in het algemeen niet over een heel sterk ontwikkeld onderscheidingsvermogen. Kijk maar naar de Verenigde Staten, waar miljoenen mensen Donald Trump als een zeer geschikte president erkennen, terwijl tegelijkertijd een groot gedeelte van de wereldbevolking haar adem inhoudt. Wie heeft het bij het rechte eind?

Nu zou je kunnen stellen dat wij als christenen onder de leiding van Gods Geest wel de gave van onderscheid hebben gekregen. Opnieuw laat de (recente) kerkgeschiedenis zien dat wij hier in het algemeen in de praktijk niet heel goed in zijn. Ons onderscheidingsvermogen wordt vaak gevormd door een mengeling van Gods leiding, persoonlijk charisma, beïnvloeding, vriendjespolitiek, het willen ‘pleasen’ van de ander, geen ‘nee’ durven zeggen en het verlangen met de grote groep mee te lopen. En het lastige is dat het meeste hiervan in ons onderbewuste plaatsvindt, zodat we er geen zicht, laat staan enige grip op hebben.

Hoe gaan we het leiderschap binnen de vijfvoudige bediening kiezen? Kiezen we de sterkste leiders als apostelen? De zachtaardige broeders tot herder? Gaat we lootjes trekken? Hoe geef je op een wijze vorm hieraan invulling?

posities

Vraag 3: Hoe voorkom je dat een erkenning van het werk van Gods Geest in iemands leven, al snel vervormt tot een titel en een positie?

Het begint vaak goed. Vol verwondering kijken we naar wat God in en door de ander doet en voorzichtig durft iemand te zeggen: ‘We zien in jouw leven echt een vorm van apostolische bediening. Het is mooi en speciaal, hoe Gods Geest door jou werkt.’ Het is nog pril en heel voorzichtig. Als je niet oplet, is dit kwetsbare en prille al snel vervormd naar de zin: ‘Jij bent onze apostel!’ Het lijkt ogenschijnlijk een klein verschil, maar wat is er gebeurd? De erkenning van het interne werk van Gods Geest is vervormd naar een externe benoeming, die al snel aan een positie en een titel gekoppeld wordt. Het innerlijke werk van Gods Geest wordt een ere-badge, die boven op het jasje wordt gedragen.

macht

Vraag 4: Hoe voorkom je dat de apostolische badge verandert in een paard dat zich vergaloppeert?

Als we opnieuw naar de (recente) kerkgeschiedenis kijken, zien we dat leiders binnen de vijfvoudige bediening op een gegeven moment rechten aan hun apostolische titel en positie gaan ontlenen.

Dit gebeurt dan vaak onder het mom van: ‘Ik ben de apostel. Jullie luisteren naar mij.’

Het leiderschap wordt niet meer als een badge gedragen, maar is veranderd in een paard dat zich aan het vergalopperen is.

Meestal gaat dit maar voor een beperkte tijd goed. Vanaf nu kun je de klok erop gelijk zetten dat de naderende ontploffing niet lang op zich zal laten wachten.

gebroken mensen

Vraag 5: Waar zijn de diep gebroken mensen die zonder enige vorm van persoonlijk winstbejag willen dienen?

Wat blijft dan over? Kunnen we de Bijbel ons niet meer laten leiden? Heeft de Geest haar kracht verloren?

Het probleem ligt hier niet bij de Bijbel of bij de Geest, maar bij het feit dat het een grote mate van diepe, persoonlijke gebrokenheid vereist om op geestelijk volwassen wijze vorm te kunnen geven aan deze idealistische vorm van Bijbels leiderschap.

Over welke gebrokenheid hebben we het? In ieder geval niet die van ‘ik ben gebroken en nederig, ik wil wel de profeet zijn ...’. Nee, het gaat om mannen en vrouwen die zicht op hun schaduwkant hebben, die net als Paulus kunnen zeggen: ‘Ik ben de grootste zondaar.’ Mannen en vrouwen die werkelijk door God en het leven gebroken zijn. Die op geen enkele wijze persoonlijk winstbejag, zelfwaarde of zelfs meerwaarde uit hun roeping halen – zelfs niet onbewust. Die niet op een podium hoeven te staan om zich beter te voelen over zichzelf, of die waarde ontlenen aan hun positie binnen de organisatie – zelfs niet onbewust.

Het gaat om nederige mannen en vrouwen die het niet alleen zeggen, maar door hun leven laten zien: ‘Niet langer ‘ik’, maar Christus in mij.’

Deze mensen zijn schaars en als ze er al zijn, hoeven ze vaak niet zo nodig meer leiding te geven. God komt toch wel tot zijn recht; daarvoor hoeven zij niet in een bestuur te zitten of een officiële positie uit te stralen.

Dit maakt apostolisch leiderschap lastig. Apostolisch leiderschap werkt op lange termijn alleen maar vanuit ‘echte’ geestelijk volwassen mensen, maar veel ‘echte’ geestelijk volwassen mensen streven niet meer naar een erkende leiderschapsrol.

wat nu?

Er is wijsheid nodig. Belemmert de huidige leiderschapsstijl écht het werk van Gods Geest, of kan de Geest ook door een menselijk bestuur werken? Moeten we dit avontuur echt aangaan? En zo ja, waar vinden we de antwoorden op deze vijf vragen?

Ik wens het bestuur van de VPE veel wijsheid toe in zijn zoektocht naar deze leiding. <

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?