De Amersfoortse misbruikzaak roept vragen op over privacy, publiciteit en genade

Het is goed om mededogen te hebben met de misbruikpleger en zijn naasten uit de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in Amersfoort-Oost (foto), maar dat hoeft zich niet te uiten in een privacy-deken rond de dader. Opinie
Het is goed om mededogen te hebben met de misbruikpleger en zijn naasten uit de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in Amersfoort-Oost (foto), maar dat hoeft zich niet te uiten in een privacy-deken rond de dader. | beeld Jaco Klamer
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Er bestaat een gereformeerde schaamtecultuur die ervoor zorgt dat privacy zwaarder kan wegen dan het recht. Dat blijkt ook weer in de kerkelijke misbruikzaak in Amersfoort-Oost .

Een 48-jarige Bunschoter zit sinds vorige week vast op verdenking van zedendelicten en huiselijk geweld. Zelfs als de politie zijn naam voluit in een persbericht had gezet, zou dat niet onthullen wie de verdachte is. Want in Bunschoten wonen ettelijke, misschien wel tientallen mannen met dezelfde combinatie van voor- en achternaam. De man is daarom in het dorp bekend onder zijn beroep. Maar dat ambacht is niet relevant om te melden, want de strafbare feiten zijn niet in functie gepleegd.

Wél relevant is het gegeven dat deze verdachte negentien kinderen heeft; de aangifte komt namelijk ‘uit huiselijke kring’. Maar als je dát opschrijft, weet wél iedereen in Bunschoten en wijde omgeving over wie het gaat. Deze vader heeft namelijk nogal een reputatie. Hij is geregeld in de publiciteit geweest, als ultra-orthodoxe thuismeester die zelfs het Van Lodensteincollege en de kerkenraad van zijn Oud-­Gereformeerde Gemeente niet ‘schriftuurlijk’ genoeg vond om zijn kinderen te onderwijzen.

Hadden de media maar moeten verzwijgen dat de aangehouden verdachte negentien kinderen heeft, om zijn privacy te beschermen? Ik geloof niet dat de vraag ergens opgeworpen is – niet door onze lezers in ieder geval. Misschien omdat hun voorstelling bij misbruik en huiselijk geweld niet zo heel hard botst met het beeld van een autoritaire, fundamentalistische vader-van-negentien?

minderjarige jongens

Zondag verzond de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Amersfoort-Oost een persbericht over een kerklid dat in het verleden minderjarige jongens heeft misbruikt. Tenminste: formeel kun je niet eens van een ‘verdachte’ spreken, laat staan van een ‘dader’. Want van strafbare feiten (die hij zelf toen en nu aan ambtsdragers heeft toegegeven) is nooit aangifte gedaan bij de politie. Toch heeft de kerkenraad hem in een kerkdienst bij name genoemd. Niet in het persbericht. Daarin stond wel zijn leeftijd (71), woonplaats (Hoevelaken) en het feit dat hij ernstig ziek is. Dat was voor mij, oud-inwoner van Hoevelaken (van 1988 tot 1995), genoeg om te weten over wie het ging. Dit moest de broeder zijn die eind jaren tachtig aan mij de leiding overdroeg van de plaatselijke jongensvereniging (die niet lang daarna een gemengde jeugdvereniging werd). Dat is een heel droevige, schokkende gewaarwording: als je de dader van een omvangrijk misdrijf blijkt te kennen, en zijn echtgenote nog beter.

toegedekte misbruikaffaire

In het nieuwsbericht in onze krant van dinsdag, over de toegedekte misbruikaffaire in Amersfoort-Oost, hebben we leeftijd en woonplaats van ‘het kerklid’ genoemd. En daar hebben we informatie aan toegevoegd die lezers onbedoeld kon helpen zijn identiteit te achterhalen. Zoals het feit dat de man werkzaam was in de maatschappelijke hulpverlening en als studentenbegeleider in het gereformeerd beroepsonderwijs. Dat hij een trekker was van de vereniging Evangelisatie & Recreatie, en actief als leider van jeugdzeilkampen van de Gereformeerde Reisvereniging.

Waarom moest dat allemaal genoemd worden? Omdat het illustreert dat dit zeer actieve kerklid, ondanks zijn opgebiechte ontuchtverleden, ‘gewoon’ kon blijven functioneren in allerlei verbanden waarin hij intensieve omgang met jongens had. Daarmee laadden ambtsdragers die van zijn aanleg en overtredingen wisten, een niet geringe verantwoordelijkheid op zich. Misbruikplegers zijn niet zelden recidivisten; dát is de reden waarom tegenwoordig voor veel functies (ook vrijwillige) die met jongeren te maken hebben, een ‘verklaring omtrent gedrag’ vereist is. En dan hebben we het over de slachtoffers nog niet gehad.

Terwijl zij ongekend en anoniem, misschien aan de randen van de kerk of zelfs daarbuiten inmiddels, de toegebrachte schade moesten verwerken, hebben ook zij gezien hoe de man die hen misbruikt had, zijn loopbaan kon voortzetten als gewaardeerde, prominente hulpverlener in kerkelijke kring. Dat zal je herstel, en je vertrouwen in de kerk en haar pastorale zorg, geen goed doen.

woningbrand

Eén detail over het kerklid hebben we in het nieuwsbericht niet gemeld, omdat het voor zover bekend geheel los stond van de feitelijke toedracht van deze dertig jaar oude misbruikaffaire. Maar ik heb het in mijn commentaar wél genoemd, omdat het naar mijn overtuiging een enigszins verklarende omstandigheid is. Namelijk: het feit dat het gezin van de man begin 1986 door woningbrand getroffen was, waarbij twee kinderen om het leven kwamen.

Het vergt geen buitensporige inlegkunde, te veronderstellen dat de directbetrokkenen (ambtsdragers, slachtoffers en hun ouders) er later dat jaar voor terugdeinsden een zo zwaar getroffen vader als misdadiger aan te geven bij de politie. ‘De brand en het misbruik zijn zaken die volkomen los van elkaar staan en helemaal niets met elkaar te maken hebben. Maar zodra je hoort dat deze man als lid van onze kerk jongens heeft misbruikt, denk je automatisch terug aan het moment dat diezelfde man ooit zijn halve gezin verloor bij die rampzalige brand’, zei de woordvoerder van de kerkenraad, Henk te Roller, dinsdag in De Telegraaf.

Door te refereren aan de woningbrand in 1986, kregen veel lezers van mijn commentaar dezelfde schok die ik zondagavond zelf ervoer. Ineens realiseerden zij zich, dat ze die ‘71-jarige, ongeneeslijk zieke man uit Hoevelaken’ kennen, en zijn vrouw (recensent van deze krant) misschien nog wel beter. Voor velen is dat kennis die pijnlijk aankomt en waar ze niet op zaten te wachten. Er kwamen daarom zo’n tien geschokte reacties: ‘een misser van de bovenste plank’, ‘walgelijk’, ‘uitglijder’ en ‘bijna onvergeeflijk’ was het. En: als ik er dan toch op uit was de identiteit van deze familie te onthullen, had ik hem net zo goed bij zijn naam kunnen noemen.

persoonlijke band

Omdat we als redactie een functionele en persoonlijke band hebben met onze recensente, heeft een collega haar en haar man maandag thuis bezocht. Het bleek dat zij er niet aan twijfelden dat hun identiteit weldra ook ver buiten Amersfoort en Hoevelaken ‘op straat zou liggen’. En dat was onder de huidige omstandigheden heus hun grootste zorg niet. Inderdaad merkten we dat ‘s middags al velen in vrijgemaakt-gereformeerde kring wisten wie ‘de 71-jarige man uit Hoevelaken’ was. Dat is ook geen wonder, als een naam openbaar gemaakt wordt in een kerk met honderden leden en een schoolgemeenschap met honderden studenten en docenten (kerk en school hadden daarvoor overigens goede redenen). Als je dan ook nog zeker weet dat andere media het verhaal identificeerbaar zullen brengen, is het een nare maar onvermijdelijke opgave om alle relevante omstandigheden te vermelden, óók die welke bijdragen aan de herkenbaarheid van de hoofdpersoon. Zeker in een commentaar dat probeert het nieuws in z’n tijd en context te plaatsen, en dat kritisch is naar betrokkenen die wél met name genoemd worden.

kortzichtige barmhartigheid

De soms heftige reacties op ons commentaar vertonen intussen wel een zorgwekkend patroon. Zonder een woord over slachtoffers, wordt er gevraagd om mededogen met de misbruikpleger en zijn naasten. Dat is een goed, christelijk punt, maar mededogen hoeft zich niet te uiten in een privacy-deken rond de dader. Deze dader was beter geholpen wanneer zijn kwetsbaarheid veel eerder in bredere kring bekend was geworden, en wanneer zijn over­tredingen via de rechtsgang in ieder geval juridisch waren vereffend.

De zorg voor en bescherming van slachtoffers lijkt echter onder­geschikt te zijn gemaakt aan de reputatie van de dader en zijn naasten. Dat is kortzichtige barm­hartigheid, want daarmee bleef de toegedekte affaire als een tikkende tijdbom in hun gezinsleven liggen. Had het de dader werkelijk recht gedaan, als hij met behoud van goede naam en kerkelijke eer gestorven en begraven was, maar zijn nabestaanden daarná met zijn slachtoffers waren geconfronteerd?

schorsing dominee

Nog steeds vraagt een enkele lezer ons, niet zo uitvoerig te schrijven over misbruik in kerkelijke kring. Dat deden we vroeger toch ook niet? Inderdaad: twintig jaar geleden kon de schorsing van een gereformeerde predikant zonder opgave van reden gepubliceerd worden. En toen er een boek verscheen waaruit oprees hoe diep en breed de door hem aangerichte schade was, werd de plaatsnaam (Bedum) niet vermeld. Want de dader had een gezicht te verliezen, en slachtoffers – ach, die bleven toch gezichtloos. Zo wreed kan de werking van een gereformeerde schaamtecultuur zijn: men laat een misbruikdader liever zonder rechtspleging sterven, dan dat zijn privacy – in het belang van de slachtoffers en zijn eigen heil – verbroken wordt. Alsof privacy waardevoller is dan het vinden van genade en verzoening bij God en je naasten. <

wist het Nederlands Dagblad meer?

‘​Het kan niet anders of bij de krant [het Nederlands Dagblad] wist men van de hoed en de rand. Het speelde zich allemaal af ‘onder ons’. Vrijwel alle medewerkers van de krant woonden toen in Amersfoort, waar de krant ook werd gemaakt.​ Toen moet zijn gekozen voor stilhouden. Begrijpelijk, ergens. Het toch al zo zwaar getroffen gezin. Een van de betrokkenen – de moeder, de vrouw – als medewerkster van de krant.’

Dat schrijft de gereformeerde misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink op zijn website, www.misdaadjournalist.nl. Zijn veronderstelling mist een basis in de feiten. Het Nederlands Dagblad is al in 1984 naar Barneveld verhuisd, en slechts een klein aantal medewerkers woonde (en woont) in Amersfoort. Verder wordt Korterinks speculatie stellig weersproken door de huidige redactieleden, en desgevraagd evenzeer door de vorige hoofd­redacteuren, Jurn P. de Vries en Peter Bergwerff.

Links

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief