Alledaags terrorisme doet zichzelf de das om

Bloemen bij de Franse kerk waar terroristen een priester vermoordden. Opinie
Bloemen bij de Franse kerk waar terroristen een priester vermoordden. | beeld ap / Francois Mori
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Met elke aanslag raken terroristen verder verwijderd van hun doel: angst zaaien en publiciteit oogsten.

Het lijkt, anderhalf jaar na dato, alweer eeuwen geleden dat de redactie van Charlie Hebdo door islamitische terroristen werd gedecimeerd. Zo vaak hebben hun geestverwanten sindsdien toegeslagen. Met acties die nog bloediger en willekeuriger waren. En wij denken dat het alleen maar erger kan worden. Wat kun je anders als je wilt weten wat in het verschiet ligt: je trekt de lijn door naar de toekomst. En dan zie je nog meer aanslagen met nog meer slachtoffers en samenlevingen die zich met steeds driestere maatregelen tegen ‘de vijand van binnenuit’ afschermen. Maar het zou ook anders kunnen lopen. Het zou ook zo kunnen zijn dat we na nog een reeks gewelds­erupties voorzichtig constateren dat we al een tijdje niets van de baardmannen hebben vernomen. Dat de storm is gaan liggen. En dat we op zoek gaan naar een passende historische omschrijving van de bange jaren die dan achter ons liggen. Sterker: het is waarschijnlijker dat het hedendaags terrorisme in de nabije toekomst uitdooft dan dat het zal blijven groeien. Daarvoor levert de geschiedenis vier redenen.

1. Met de verdwijning van mensen die het terrorisme goedpraten, verdwijnt ook het terrorisme zelf

Lange tijd genoten de anarchisten in de late twintigste eeuw, de Duitse RAF, de Rode Brigades in Italië en de IRA in Noord-Ierland de heimelijke sympathie van ‘geëngageerde burgers’. Die namen (soms) afstand van de daden van terroristen, maar toonden begrip voor hun motieven. Pas toen de veronderstelde strijders voor de goede zaak zich ontpopten als desperado’s voor wie niemand veilig was, raakten ze hun bovengrondse bondgenoten kwijt en werden hun organisaties kwetsbaarder. Die ontwikkeling is in aanzet ook zichtbaar bij het islamitisch terrorisme. Na ‘11 september’ stonden overal Bin Laden-Versteher op, die betoogden dat het Westen met zijn arrogantie en dubbele moraal het islamitische terrorisme over zichzelf had afgeroepen. De aanslag op Charlie Hebdo gaf nog aanleiding tot een debat of we onze vrijheid van meningsuiting niet moeten beteugelen. Maar die geluiden zijn niet meer vernomen na de talrijke aanslagen sindsdien – en al helemaal niet na de dollemansrit van Mohamed Boulhel door Nice en de moord op een 85-jarige priester. Islamitische terroristen ondervinden weliswaar sympathie in het eigen milieu, maar de grens van die sympathie lijkt onderhand bereikt. Wellicht ook omdat steeds vaker moslims slachtoffer worden van aanslagen in het Westen.

2. De attentiewaarde van aanslagen neemt af

Terroristen willen gloriëren op de bühne. Ze willen de zichtbare helden zijn voor verdwaasde geloofsgenoten en de doodsvijanden voor elke ongelovige. Met dat oogmerk filmen zij zichzelf en leggen ze hun wandaden vast. Met dat oogmerk maken zij zo veel mogelijk slachtoffers. Na de aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) was het een statement dat ‘het gewone leven’ na korte tijd zijn loop hernam: we laten ons bestaan niet door terroristen ontregelen. Dat getuigde destijds nog van moed en onverzettelijkheid. Inmiddels hebben burgers – allemaal potentieel doelwit – geen andere keuze meer. Daar zit niets heroïsch meer aan. Doorgaan met leven is even alledaags als de aanslagen zelf. Uiteindelijk zal de bijna letterlijke alledaagsheid van terrorisme het verschijnsel de das omdoen.

3. Terroristen bieden geen verlokkende perspectieven

De dictators van de vorige eeuw kregen aanhang met schone beloften. Ze sloten een pact met het volk: wij verbouwen de samenleving, we voorzien in jullie materiële behoeften en jullie eisen geen burgerlijke vrijheden op. In nazi-Duitsland hield dit pact stand tot de slotfase van de oorlog. De mensen gingen pas morren toen de voedselvoorziening in de knel kwam. Terroristen beschikken niet over dit wisselgeld om loyaliteit te kopen. Ze hebben alleen het martelaarschap in de aanbieding. Daarmee stichten ze heel veel onheil, maar ze kunnen er geen miljoenenlegers mee rekruteren.

4. Het Westen hervindt zichzelf

De democratische rechtsstaat is eerst altijd in het nadeel, wanneer hij het hoofd moet bieden aan een totalitaire uitdaging. De kracht van het Westen – zelfkritiek oefenen, tot een vergelijk proberen te komen, een zeker geloof in rede en redelijkheid – lijkt dan een vorm van zwakte. Maar de rechtsstaat weet uiteindelijk meer mensen aan zich te binden dan een dictatuur, waarvan het bestaan een doel op zichzelf is, of een terrorist, wiens programma zich beperkt tot een lompe strijdkreet. De democratische rechtsstaat heeft bovendien een groter aanpassingsvermogen dan zijn uitdagers. In de negentiende eeuw heeft hij een begin gemaakt met de oplossing van de explosieve ‘sociale kwestie’. Hij heeft de grote dictaturen van de twintigste eeuw overleefd – zij het met moeite. Of het nu ook zo zal gaan, hangt af van de vormen die het islamitisch terrorisme nog aanneemt, maar ook van de reactie van het Westen. Om de rechtsstaat te behouden, moet hij niet onherkenbaar worden verminkt als onderdeel van terrorismebestrijding. Burgers moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid in de openbare ruimte. En ze moeten beseffen dat hun leefwijze nog nooit na de Tweede Wereldoorlog zo onder vuur heeft gelegen. Dat moet niet resulteren in een vlucht in cynisme, referenda of rechts-populisme, maar in de bereidheid in woord en gebaar op te komen voor behoud van de democratische verworvenheden – waarvan matiging er één is. <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief