Zomerserie: Gehinderd door een zwemverbod

Visser Bastiaan (rechts op de foto) zit tegenover scheepswerf Pattje te vissen. Hij maakt zich niet druk om de nullijn. ‘Voorlopig zitten wij wel droog.’ Nederland
Visser Bastiaan (rechts op de foto) zit tegenover scheepswerf Pattje te vissen. Hij maakt zich niet druk om de nullijn. ‘Voorlopig zitten wij wel droog.’
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Redacteuren van het Nederlands Dagblad verkennen vier weken lang ons land langs de nullijn: op gelijke hoogte met de zeespiegel. Vandaag: Frans Tijssen over het gebied tussen Hoogezand-Sappemeer en Winschoten.

Ik heb een gruwelijke opdracht meegekregen. Een duik in het Winschoterdiep, want het wordt tropisch warm, vermeldt Rick Timmermans bij de opdracht. Maar zelfs al vallen de mussen van het dak vanwege de hitte, dan nog is een sprong in het diepe – van welk zwemwater dan ook – niets voor mij. Dat komt zo.

Toen mijn ouders van Kampen naar Zwolle verhuisden – ik was toen tien jaar – besloten zij dat het tijd werd voor zwemles. Ik bewaar daaraan geen goede herinneringen. In de eerste plaats was het een kil seizoen – en ik kreeg les in het openluchtzwembad. Het was vaak koud en regenachtig. Meermalen hoopte ik dat, als ’s morgens vroeg de regen kletterde op het dakraam van de zolderkamer waar ik sliep, mijn moeder zich zou verslapen. Maar helaas, dat gebeurde nooit.

Tot overmaat van ramp stond het openluchtzwembad naast een slaoliefabriek. En van milieumaatregelen die de stankoverlast beperken, hadden ze toen nog niet gehoord. De geur van de slaoliefabriek in combinatie met de al even indringende stank van chloor in het zwemwater is me altijd bijgebleven. Zwemmen is zodoende nooit een hobby van mij geworden.

geschikt zwemwater

Sowieso ga ik tropische temperaturen het liefst zoveel mogelijk uit de weg. Als het op de plek waar ik met vakantie heen ga, een graad of 20 is, vind ik het prima. Een heerlijke temperatuur om te fietsen of te wandelen, steden te bezoeken of in de bergen of over kliffen te klauteren. Dat is ook veel leuker dan zwemmen.

Maar ik laat me natuurlijk niet kennen. Ik heb dus vanmorgen wel zwembroek en handdoek meegenomen. Ik ga het hele Winschoterdiep afrijden op zoek naar geschikt zwemwater. Na Groningen is de afslag Westerbroek de eerste mogelijkheid om bij het kanaal te komen. Al na een paar honderd meter is er een plek waar ik kan stoppen. Het water is bruin, er drijft van alles op en het stinkt er.

Even later zie ik aan de andere kant van de weg een afvalverwerkingsbedrijf, De Stainkoeln. Nog los van het feit dat je hier moeilijk in het water komt: hier wil je liever niet zwemmen.

Een eindje verder kom ik langs een scheepswerf. Daarvan zitten er heel wat langs het Winschoterdiep, een uitvloeisel van het turfsteken in vroeger tijden. Tot op de dag van vandaag worden hier coasters gebouwd die tot de modernste ter wereld behoren.

Visser Bastiaan heeft tegenover scheepswerf Pattje een hengel uitgegooid. Het water van het Winschoterdiep mag dan bruin zijn, Blei of Kolblei – een vis van een centimeter of twintig – wil er nog wel in zwemmen. Volgens Bastiaan ziet het water in alle kanalen waar gevaren wordt, er zo uit. Eetbaar is de vis niet echt, alleen al vanwege de vele graten. Het gaat hem dan ook puur om sportvissen.

Om de nullijn maakt de visser zich niet druk. ‘Binnenkort worden de dijken bij de Eems twee meter verhoogd, dus voorlopig zitten wij wel droog.’

damwand

Onderweg naar Zuidbroek kom ik langs scheepswerven als Ferus Smit en De Hoop Foxhol, en aardappelzetmeelbedrijf Avebe, ook al meer dan een eeuw lang een bron van werkgelegenheid in de Groninger veenkoloniën.

In Zuidbroek loopt een man langs de waterkant foto’s te maken. De damwand langs het Winschoterdiep is op verschillende plekken aan het verzakken, vertelt hij. Dit ondanks herstelwerkzaamheden, vorig jaar. Sinds het kanaal verder is uitgediept, kunnen er nog grotere vrachtschepen door. Dat eist zijn tol. Het is sowieso druk in het kanaal, ook met pleziervaart.

Zwemmen in het Winschoterdiep kan ik wel vergeten, zegt de medewerker van IBOR, een gezamenlijk bedrijf van drie gemeenten in de buurt. ‘Veel te gevaarlijk en bovendien officieel verboden.’

Ik kan nu met goed fatsoen mijn tocht langs de nullijn, op de grens van het hoogveen en de klei in Groningen beëindigen. Op naar het eindpunt Winschoten.

wat me raakte

De bedrijven die me herinneren aan mijn jaren als economieredacteur, toen de Groninger veenkoloniën vaak in het nieuws waren door bedrijfssluitingen, reorganisaties, stakingen, milieu-maatregelen, maar ook vernieuwing en aanpassing aan de eisen van de tijd, met succes.

de uitdaging

Een sprong in het Winschoterdiep, omdat het tropisch warm wordt.

nieuwe opdracht, voor Herman Veenhof

Hoe staat het met het kuuroord in Nieuweschans?

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief