Zeven vragen: Garantie op 'bambi-boom' op Hoge Veluwe

Nederland
beeld nationaal park de hoge veluwe
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Je moet er snel bij zijn, maar dan heb je ook wat. ‘Tot half juli geef ik honderd procent garantie dat bezoekers jonge dieren te zien krijgen’, zegt boswachter Henk Ruseler van Nationaal Park De Hoge Veluwe. Direct daarna beginnen de voorbereidingen voor de volgende geboortegolf.

1 Wat betekent die garantie, is het na 15 juli opeens afgelopen?

‘Nee, er zijn dan ook nog jonge dieren op De Hoge Veluwe. Maar ze zijn wel alle de afgelopen weken geboren. Dieren veranderen snel. Kleine zwijntjes zijn gestreept, maar raken dat ‘pyjamapakje’ na een week of vier kwijt. Dus wil je ze echt nog als kleine diertjes zien, die ook vaak met elkaar spelen, wees er dan snel bij. Het is wel van het weer afhankelijk of je ze goed kunt zien. Als het erg droog is, loopt de kwaliteit van de weiden terug en komen de dieren daar minder. Maar als het zo wisselvallig is als de afgelopen week zijn ze vaak op de voederweiden te zien.’

2 Hoeveel dieren zijn de afgelopen weken op De Hoge Veluwe geboren?

‘Het gaat om ongeveer tachtig moeflon­lammetjes, tussen de honderd en tweehonderd wilde zwijntjes, een kleine honderd reekalfjes en ongeveer negentig edelhertkalveren. Een echte ‘bambi-boom’ dus, al gaat het niet alleen om bambi’s. Verder is natuurlijk een onbekend aantal vossen en andere kleinere dieren geboren.’

3 Per 1 januari is een ‘struinverbod’ van kracht. Waarom?

‘We zagen dat de dieren de afgelopen jaren steeds meer stress vertoonden. Bijvoorbeeld omdat we ze in steeds grotere groepen bij elkaar zagen, terwijl ze normaal gesproken nooit met meer dan tien tot twaalf bij elkaar zijn. Eerst hebben we intern maatregelen genomen. Bijvoorbeeld door minder dagen per jaar te jagen en beheer- en inventarisatiewerkzaamheden te clusteren. Maar daarmee waren de problemen niet opgelost. We ontdekten dat soms mensen dieren opjoegen voor een mooie foto of dat ze in camouflagepak naar de dieren slopen. In sommige gevallen zijn dieren ook gevoerd om ze te lokken. Dat is verboden, maar kunnen we niet altijd verhinderen. In de jaren zeventig hebben we daar ook problemen mee gehad met de wilde zwijnen. Die kwamen dan op de mensen af. Bezoekers hebben vaak niet door dat wilde dieren echt gevaarlijk kunnen zijn. Ik houd mijn hart soms vast als ik verhalen hoor van collega’s van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer over mensen die kinderen boven op Schotse Hooglanders zetten om een foto te maken. Dat is echt gevaarlijk.’

4 Toch kun je na 1 januari wel grote groepen op voederweiden zien.

‘Dat klopt. Maar dan gaat het toch om families van maximaal zo’n tien tot twaalf herten die tegelijk gaan grazen. Het lijkt dan één groep, maar als ze zich volgegeten hebben, verlaten ze de weide toch weer in familieverband. Dus als kleinere groepen. Let maar goed op!’

5 Heeft het struinverbod al effect op het gedrag van de dieren?

‘Jazeker. We zien ze nu weer in kleinere groepen rondlopen, bovendien zijn ze geregeld op meer plaatsen te zien dan alleen bij de wild­observatieplaatsen. Daarom durf ik ook die garantie te geven. Je kunt de dieren nu veel gemakkelijker in het hele park tegenkomen.’

6 Lijden met dat verbod niet veel ‘goeden’ onder enkele ‘kwaden’?

‘Het is inderdaad jammer dat de mensen nu niet meer overal door het park mogen struinen en alleen nog op de paden mogen wandelen. We snappen ook best dat voor echte ‘struinders’ een wildobservatieplek iets kunstmatigs is. Aan de andere kant, denk ook eens aan mensen die slecht ter been zijn. Die kunnen vanuit de auto wild bekijken. Dat is toch uniek? Als alternatief gaan we meer paden openstellen voor het publiek. Zo is net een pad, de Koningsweg over het Deelense Zand, weer geschikt gemaakt om over te wandelen. Er zijn ook paden gesloten, bijvoorbeeld als ze dicht bij andere paden lagen of als ze een verstorend effect op de dieren hebben. Je moet bedenken dat tussen een pad en het rustgebied van het wild een stuk van zo’n tweehonderd meter ruimte moet liggen. Wij proberen altijd een goed evenwicht te vinden tussen het belang van de bezoekers en natuurbeheer. Waarbij de nadruk wel op het laatste ligt. En verder worden zo nu en dan onder mijn leiding struintochten gehouden, dus op beperkte schaal kan het dan nog wel.’

7 Hebt u tips voor een bezoek, juist in deze tijd van het jaar?

‘Allereerst, de beste tijd om nu wild te zien is ’s avonds na het eten. Deze maand is het park tot tien uur ’s avonds open. Vooral tegen de schemering is er vrijwel altijd wild op de voederplaatsen. Daar kun je dan de jonge dieren ook zien. Een andere tip: de reeënbronst. Die begint niet zoals bij de edelherten en de moeflons in september, maar al vanaf half juli. De reeën zijn vooral actief bij warm weer. Dus op een zomerse dag kun je zomaar zien dat een bok achter een geit aanzit. Maar kijk uit: zo’n bok kan zo “blind van liefde” zijn dat hij niet op of om kijkt als hij aan het “drijven” is. Ze kunnen dan zomaar de weg op rennen, vlak voor je auto!’

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief