Witteveen, het dorp dat wel een kerkgemeenschap lijkt

Nederland
beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De school is weg, het zalencentrum en de kerk zijn dicht en er is geen winkel te vinden. Toch won Witteveen de Dorpsvernieuwingsprijs. Wat is het geheim van dit modeldorp?

Witteveen

Verdwalen is moeilijk in Witteveen. Rond een T-splitsing liggen een stuk of wat straten met huizen in het groen. Een multifunctioneel centrum, een puik voetbalveld – daarmee is Witteveen wel zo’n beetje samengevat.

Binnenkort worden aan de toegangswegen nieuwe borden geplaatst. Daarop zal te lezen zijn dat dit Drentse plaatsje de winnaar is van de Dorpsvernieuwingsprijs 2017. De jury die het dorp afgelopen weekend tot winnaar uitriep, ziet een dorp waar de trots voelbaar is, de energie ervanaf spat en de saamhorigheid groot is. ‘Een actief dorp waar heel veel mensen bij betrokken zijn.’ Als een dorp van trots kon glimmen, dan zou Witteveen dat doen.

En toch: Witteveen heeft net als elke dorp last van de kleinekernenziekte: het aantal inwoners is te laag om de voorzieningen op peil te houden. De hervormde kerk werd omgebouwd tot woonhuis; in 2013 sloot de school; het café-restaurant-zalencentrum waar zelfs gebowld kon worden, trof hetzelfde lot. Wie door de ramen tuurt, ziet nog de caféstoelen rond donkerbruine tafels staan. Het licht is uit, het gebouw verlaten.

Treurig allemaal, maar je kunt er op twee manieren mee omgaan: bij de pakken neerzitten, of er met z’n allen de schouders onder zetten. Witteveen koos voor het laatste. Een dorp overleeft niet door krampachtig alles te willen behouden, weten ze hier. Je moet de werkelijkheid onder ogen durven zien, ook als het pijnlijk is: met 28 leerlingen kun je geen school openhouden. Het dorp zocht contact met buurdorp Balinge, dat met hetzelfde probleem zat. Dat resulteerde in de openbare fusieschool De Wenteling in Balinge, een kilometer of vier verderop. Met zestig leerlingen en drie groepen nog geen mega­school, realiseert leerkracht Carla Kooistra zich. Ze loopt net de gymzaal uit. ‘Maar’, verzekert ze, ‘als we niet waren samengegaan, waren allebei de scholen er niet meer geweest.’

‘We hebben heel bewust gestreden voor het behoud van een plattelandschool’, leggen Liesbeth Langen en Roos Glastra van Dorpsbelang Witteveen even later uit in het dorpshuis van Witteveen. ‘Maar de inzet was niet dat die per se in Witteveen moest komen. In deze streek vissen we allemaal in dezelfde vijver. Dan kun je met elkaar wel figuurlijk op de vuist gaan om jouw school in jouw kern te houden, maar daar schiet je niks mee op. We hebben gekeken wat het meest toekomstbestendig is. Natuurlijk is het een aderlating dat de school uit ons dorp weg is, maar de kinderen uit Witteveen gaan nu allemaal naar Balinge, dus het is nog steeds onze school.’

Omgekeerd gaan jonge kinderen uit Balinge naar de peuterspeelzaal en kinderopvang die nu in de voormalige school in Witteveen zit. En de kinderen van de school gaan geregeld met z’n allen naar het dorpshuis in Witteveen voor buitenschoolse activiteiten of – vanaf groep 8 – de jeugdsoos. Dat schept een band voor de komende jaren, hoopt Roos Glastra. ‘De filosofie is: als je kinderen van jongs af aan met elkaar laat leren, zullen ze ook met elkaar blijven spelen en sporten.’

concurrentie

Niet alle kleine kernen zijn zo wijs. ‘Sommige dorpen hebben hun handen vol aan zichzelf’, signaleert Alle Postmus, consulent dorpsbelangen bij BOKD, een organisatie die zich inzet voor een leefbaar platteland in Drenthe. ‘Ze ervaren een vorm van concurrentie: we moeten allemaal overleven.’ Samenwerken zoals in Witteveen en omliggende dorpen is wat hem betreft het beste wat je kunt doen. ‘Dan kun je een mooi pakket leefbaarheidsvoorzieningen in stand houden, terwijl je anders allemaal een beetje kwakkelt.’

Vooruitdenken is in het dorp ook een sleutel tot succes. Toen duidelijk werd dat de school uit het dorp zou verdwijnen, staken de bewoners direct de koppen bij elkaar: wat te doen met het lege schoolgebouw De Tille? Snel werd duidelijk dat het een multifunctioneel centrum moest worden, met een dorpsplein erom heen. Roos Glastra maakt een rondje door de gangen en wijst naar links en rechts: in het ene lokaal zit een kapper, in de andere een biljartvereniging, een fitnessruimte, een peuterspeelzaal, een kinderopvang. Een fysiotherapeut zit nu in de directeurskamer en aan de achterkant van het gebouw zitten een gymzaal en de jeugdsoos. Eerlijk is eerlijk: dat was niet gelukt zonder de welwillende houding van de gemeente Midden-Drenthe. Die kijkt volgens de dorpelingen niet alleen naar de ‘drie groten’ Smilde, Westerbork en Beilen, maar heeft met z’n dorpenbeleid ook oog voor de kleine kernen. ‘Je moet als gemeente niet te veel doen, maar ook niet te veel loslaten’, verklapt wethouder Dennis Bouwman van de gemeente Midden-Drenthe het geheim. ‘Naar dat evenwicht zijn we op zoek. Neem de dorpshuizen. Als gemeente regelen we het groot onderhoud, voor de rest beheren de bewoners ze zelf. Je merkt dat dat werkt.’

net een kerk

In het oorspronkelijk dorpshuis, vlak naast de school, is een ‘dorpshuiskamer’ ingericht. Hier komen elke woensdagochtend enkele tientallen vijftigplussers op af. Kopje koffie, verse soep, een tosti. ‘De Tille is het kloppend hart van het dorp geworden’, zeggen Glastra en Langen. ‘De contacten die daar ontstaan zijn goud waard. Mensen kijken daardoor naar elkaar om. Als een vaste bezoeker niet op de dorpshuiskamer komt, wordt die opgezocht om te kijken wat er aan de hand is en wat we voor hem kunnen betekenen.’ Die houding van omzien naar elkaar is misschien wel het mooiste wat er is bereikt. Dorpsbelang kijkt hoe ze dat nog verder kunnen bevorderen. Twee dames gaan het hele dorp door om uit te zoeken wat inwoners te wensen en te bieden hebben. Naoberkracht, heet het project. Het dorp lijkt wel een kerk. ‘Dezelfde emotie’, knikt Roos. ‘We geloven in onze dorpskracht. We waarderen elkaar, je doet ertoe en iedereen heeft een talent.’ Dorpsbelang hoopt zo ook de informele zorg voor de oudere bewoners te stimuleren. Een groot deel van de dorpsgenoten is bereid zich in te zetten voor de ander, bleek uit een enquête. Dat biedt perspectieven om ook op hogere leeftijd in Witteveen te kunnen blijven, legt Liesbeth Langen uit. ‘Mensen zeggen weleens: als het niet meer gaat, ga ik wel in de dichtstbijzijnde grote kern wonen. Maar dan gaan ze er volledig aan voorbij dat ze hier hun netwerk hebben. Dan zit je daar, terwijl je niet meer mobiel bent.’

hoop

Zo ontstaat er uit wat voorbijgaat steeds weer iets nieuws. Niet alleen het schoolgebouw kreeg een nieuwe toekomst, ook voor het gesloten zalencentrum gloort hoop. Waar ooit gefeest werd, komen appartementen voor senioren. Een gouden greep in een dorp dat weliswaar niet krimpt, maar wel vergrijst, knikt Auke Gemmink (70) die in het dorpshuis koffie schenkt. ‘Ik zie me daar straks wel zitten. Het mooie is dat je er als echtpaar in kunt. Ook als je hulpbehoevend wordt, kun je er blijven. Ik kan er tot m’n dood blijven wonen.’ De oudere garde is niet alleen blij met het seniorenproject, maar ook met een nieuwbouwprojectje van een stuk of wat starterswoningen. Daardoor kwamen jonge gezinnen naar het dorp, wat resulteerde in een kleine babyboom. Dat houdt het dorp levendig, net als de Witteveense Boys (waar overigens ook dames voetballen), die sinds kort over een superstrak kunstgrasveld beschikt, plus een pand met nieuwe kleedkamers en zonnepanelen op het dak. Ook voetballers uit de omliggende dorpen spelen bij slecht weer hier hun wedstrijden. ‘De club is het cement van het dorp’, zegt Auke Gemmink, de man die droomt van een plekje in het seniorencomplex. Dat hij hier na zijn komst, nu tien jaar geleden, zo snel integreerde, dankt hij aan de club. ‘Ik leidde het eerste elftal, was scheidsrechter. Je moet jezelf geven, dat hoort erbij in een dorp.’ Een grote vraag is nog onbeantwoord: ben je als Wittevener niet altijd druk voor het dorp? Valt reuze mee, stellen Liesbeth Langen en Roos Glastra. Er zijn tal van werkgroepen en ieder doet waar hij goed in is en plezier aan beleeft. ‘Maar niet iedereen is altijd actief. Je kunt hier ook wonen en zeggen: ik woon hier lekker en ik doe even nergens aan mee.’ <

Witteveen en de geit

Witteveen is het jongste dorp uit Drenthe, in 1926 begonnen als werkverschaffingsproject op de voormalige veengronden. Het liberale Kamerlid Harm Smeenge (1852-1935) schonk het dorp in 1926 vijftig geiten. De geit is nu het symbool van Witteveen. Hij figureert in de vlag, de inwoners zaagden levensgrote houten exemplaren uit die bij de toegangswegen tot het dorp staan en de titel van het dorpslied is (uiteraard) ‘Vort met de geit’.

dorps­vernieuwings­prijs

De dorpsvernieuwingsprijs 2017 werd afgelopen zaterdag uitgereikt. Witteveen won, gevolgd door Beltrum (Gelderland) en Garnwerd (Groningen). In totaal waren er 28 kandidaten, die allemaal bezig zijn eigen voorzieningen te realiseren die de leefbaarheid in de dorpen bevorderen. De Dorpsvernieuwingsprijs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt, is een initiatief van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen en wordt ondersteund door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Witteveen dingt als landelijk winnaar mee naar de Europese Dorpsvernieuwingsprijs 2018.

Bijlagen

Fotoserie, 7 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?