Waarom blauwe plekken blijven bij een trauma

Nederland
beeld Hans-Lukas Zuurman
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Bij elke brief in zijn bus wordt psychiater Aram Hasan (45) zenuwachtig. Hij weet hoe het is je waardigheid als mens te verliezen, maar ook hoe je erbovenop kunt komen.

Behendig stuurt psychiater Aram Hasan zijn elektrische Opel Ampera door het drukke verkeer in Rotterdam. Voorheen kon hij zich nog weleens ergeren aan het gedrag van andere weggebruikers, vertelt hij. Dan leek het alsof ze hem wilden dwarsbomen. ‘Tegenwoordig probeer ik te bedenken: ik weet niet waarom die bestuurder zich zo gedraagt, maar met mij heeft het niets te maken.’ Maar het blijft ingewikkeld iets niet te snel op jezelf te betrekken als je er geen greep op hebt. Als er thuis even gebeld moet worden met een abonnementenservice met de vraag iets op te lossen, laat Hasan dat graag over aan een ander, verklapt hij, terwijl hij zorgvuldig zijn voertuig schuin tegenover zijn hulpverleningspraktijk CoTeam parkeert. Ook al woont hij achttien jaar in Nederland en spreekt hij de taal voortreffelijk, de voormalige vluchteling uit Syrië is bang dat anderen zijn accent horen en hij afgewezen wordt. ‘Dat gevoel is altijd aanwezig.’

‘Het was niet mijn keuze. Het was niet mijn droom.’ Als hij iets zou moeten bedenken waarover de psychiater spijt heeft in zijn leven, dan is het zijn vlucht uit Syrië. ‘Ik ben toen mijzelf verloren en kwam in een overlevingsstand te staan. Ik vraag mij nog steeds af of ik er goed aan heb gedaan.’ Tegelijk is er de rationele vaststelling: ‘Was er een andere keus? Nee. Zo probeer ik mezelf gerust te stellen.’

Hasan behandelt via CoTeam niet-westerse vluchtelingen die traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Zelf is hij ervaringsdeskundige. ‘Ik liep een trauma op in de gevangenis in Syrië, maar ook in de asielzoekerscentra waar ik te maken kreeg met veel onzekerheid en afwijzingen. Het zijn blauwe plekken die pijn blijven doen. Zo’n trauma gaat nooit over, maar je kunt de pijn wel verzachten.’

Maar al te vaak hoort hij in Nederland huisartsen verzuchten dat psychische hulp voor getraumatiseerde vluchtelingen ‘trekken aan een dood paard’ is, omdat de cliënten niet gemotiveerd genoeg zouden zijn. Hasan schudt zijn hoofd en buigt zich iets voorover: ‘Je moet je dan juist afvragen waarom dat zo is. Juist als je deze mensen kunt laten inzien waar het aan schort, komen ze in beweging’, weet hij. De oplossing: besteed nadrukkelijk aandacht aan de culturele achtergrond van de vluchteling en probeer ze van daaruit te begrijpen.

familie

Hasan groeide op in Hado, een Koerdisch dorpje in het noordoosten van Syrië, tachtig kilometer van de Turkse grens. Het dorp is vernoemd naar zijn inmiddels overleden opa. ‘Hij was rijk en bezat veel grond en huizen, zo is het dorp ontstaan.’ Hado ligt twintig kilometer van de stad Al-Hasakah. Thuis was hij de oudste. Na hem komen een veel jongere zus en twee broers. Zijn vader was nauw betrokken bij de socialistisch-communistische beweging in Syrië en vaak van huis. Hij studeerde tevens geschiedenis aan de universiteit en had gebroken met de traditie nabij zijn ouders te wonen. Zolang zijn opa leefde, kreeg Hasans vader daarom nog geen grond van hem. ‘Samen met mijn moeder deed ik veel voor het gezin. Dat was best een zware periode. We hadden zo’n veertig schapen. Van hun melk maakten we yoghurt. Toen ik een jaar of negen was, moest ik elke week met mijn oma mee naar Al-Hasakah om yoghurt te verkopen. Dat was zeven kilometer lopen en dan een uur met de bus. Van de opbrengst konden we een week leven.’

Toen zijn opa overleed, kreeg Hasans gezin meer financiële speelruimte. Thuis was het goed, zegt Hasan. ‘Er was geen agressie en we werden niet gedwongen aan bepaalde geloofsrituelen mee te doen. We zijn humanistisch opgevoed.’ Van zijn vader leerde Hasan vooral dat kennis opdoen belangrijk is. ‘Hij kocht nog liever een krant dan een brood, tot ergernis van mijn moeder.’

In 1992 vertrekt Hasan naar De Krim in de (toen nog) voormalige Sovjet-Unie. Zijn vader had hem overtuigd er te studeren voor arts en zijn communistische connecties benut dat mogelijk te maken. Hasan heeft zelf niet veel met het communisme en bekommert zich via de lokale beweging in De Krim meer om het lot van Koerden, iets wat in Syrië al gauw gezien wordt als activiteiten die tegen het regime van leider Bashar al-Assad ingaan. Tijdens zijn studie trouwt Hasan een Georgische studente. Ze raakt zwanger. Als Hasan besluit zijn familie tussentijds op te zoeken in Syrië, wordt hij opgepakt in Aleppo. ‘Ze vertelden niet wat er aan de hand was, alleen dat er een rechtszaak zou komen in Al-Hasakah.’ Hasan vermoedt dat de activiteiten van zijn vader en zijn eigen pro-Koerdische houding de Syrische regering niet bevallen. Dankzij geld van zijn vader komt hij uiteindelijk op borgtocht vrij. ‘Nog voordat die zaak begon, had ik Syrië al verlaten’, zegt hij met een bescheiden glimlachje.

traumatisch

Met een vals paspoort keert hij terug naar zijn vrouw in Oekraïne. Door het studiegeld te blijven betalen, blijft zijn visum geldig. Maar dat loopt af als hij in 1999 afstudeert. En dus moet hij met vrouw en zoon Oekraïne verlaten. Blijven is geen optie, gezien de politieke onrust en discriminatie van buitenlanders, zegt Hasan. Naar Syrië uitwijken, is ook uitgesloten, gezien zijn ontsnapping. Hasan besluit met zijn gezin naar Nederland te vluchten. ‘Dat land staat bekend als een van de veiligste gebieden ter wereld en ze behandelen mensen humaan. Ik kende Nederland van het voetbalelftal waarin gemengde nationaliteiten spelen. Ik zag het als een geluid tegen discriminatie.’

Een mensensmokkelaar regelt voor 8000 dollar valse paspoorten en ze vliegen naar Schiphol. ‘Ik weet nog precies hoe de douanebeamte eruitzag: hij had een grote snor. Ze hadden gezegd dat je goed Engels moest praten, netjes gekleed moest zijn en niet bang mocht ogen. Ik zei dat ik een arts was die vrienden kwam bezoeken. Toen zei hij: “Ga maar.’’’ Hasan en zijn gezin zijn doodmoe, ze waren op dat moment al zes dagen onderweg. De politie verwijst hen naar de eerste opvang voor asielzoekers om te bepalen of ze de verblijfsprocedure in mogen gaan. Daar gaat het fout. ‘Ze twijfelden of ik wel uit Syrië kwam.’ De uitputting en verhoren gedurende zes dagen vreten mentaal aan hem. ‘Ik voelde mij vernederd. Mijn eigenwaarde werd stap voor stap afgebroken. En ze dreigden met uitzetting naar Syrië. Ik wilde alles doen om dat te voorkomen.’ Sommige gebeurtenissen staan in zijn geheugen gegrift: ‘Elke dag kregen we half bevroren brood met brokkelige, koude komijnekaas. Dat kan ik nu niet meer eten.’

Traumatisch. Zo omschrijft Hasan zijn eerste dagen in Nederland. ‘Het was een shock om zo ontvangen te worden. De angst alsnog uitgezet te worden was groot en de situatie maakt je zelfs agressief, merkte ik. Het ging zover dat ik na een paar dagen dacht: zo hoeft het voor mij niet meer.’ Uiteindelijk wordt het gezin toegelaten tot de asielprocedure, waarin hun vluchtverhaal uitgebreid op waarheid getoetst wordt. Hasan herinnert zich niet alles meer uit die periode, maar wel de dagelijkse gang naar de receptie van het azc. ‘Daar moest je je melden en kijken of er post was over een beslissing over je lot. Ik was zo bang voor een afwijzing. Die onzekerheid is enorm. Het was altijd wachten en wachten.’

De asielprocedure pakt negatief uit, waarop het gezin in beroep gaat. Hasan blijft niet stilzitten. ‘Dat kan ik helemaal niet.’ Op advies van huisarts Rokus Baan leert hij zich in zes maanden redelijk verstaanbaar maken in het Nederlands. Boeken van de plaatselijke kerkleden helpen hem in het leerproces. Daarna gaat hij naar het Albeda College in Rotterdam om nog meer taallessen te volgen. Officieel mag dat niet, maar docent Tjeerd Zaaijer, die ook nauw betrokken raakt bij Hasans inburgering, maakt er geen punt van. ‘Als ik maar lesgeld betaalde.’ Dat lukt, want als tolk verdient Hasan inmiddels bij in het azc in Waddinxveen. Een jaar en twee maanden nadat hij Nederland was binnengekomen, haalt Hasan het officiële staatsexamen Nederlands. Terwijl hij nog altijd niet weet of hij wel mag blijven in Nederland, stoomt hij vanuit het azc in Waddinxveen door om als arts aan de slag te kunnen. Baan brengt hem in contact met professor Van der Wal van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Die laat hem een half jaar succesvol meelopen op de afdeling cardiologie en is een kruiwagen om hem – eveneens succesvol – coschappen te laten lopen op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij rondt de opleiding voor basisarts daar succesvol af.

Terugkijkend realiseert hij zich hoe belangrijk het is de juiste personen te ontmoeten voor hulp. ‘Dat zij het jou van harte gunnen onderdeel te zijn van de samenleving’, zegt hij met een glinstering in zijn ogen. Bijna drie jaar na zijn vlucht komt er een hoorzitting over zijn asielaanvraag. Hasan besluit zijn verhaal bij de rechter in het Nederlands te doen. Die verklaart hem tot politiek vluchteling en daarmee verwerft het gezin definitief de verblijfsstatus en – met de nodige moeite – een huurwoning in Bergschenhoek. Een aangeboden baan op de afdeling interne geneeskunde in Rotterdam valt hem te zwaar na een half jaar. ‘Ik voelde mij er niet welkom. Ze hadden daar zoiets van: je hebt als vluchteling een plek van iemand anders ingenomen. Ik wist niet wat mijn rechten waren om daar iets van te zeggen, want ik kende de ziekenhuiscultuur onvoldoende.’

Hij stopt en wil verder studeren. Via ggz Delfland slaat hij de weg in naar de psychiatrie en komt te werken als psychotraumatherapeut bij Stichting Centrum ’45.

droom

In Syrië barst in 2011 de zogeheten Arabische Lente los met roerige tijden en oorlog. Het leidt tot een vluchtelingenstroom ook richting Nederland. Hasan ziet het gebeuren en vraagt zich af waar hij hulp kan bieden aan getraumatiseerde landgenoten. ‘Ik heb toen met collega’s Psychiaters Zonder Grenzen opgericht, omdat het mij goed leek dat er ter plekke iets gebeurde met de mensen die op dat moment moesten vluchten voor het geweld. Twee jaar daarna heb ik voor de getraumatiseerde vluchtelingen in Nederland de hulpverleningspraktijk CoTeam opgericht – met steun van professor Berthold Gersons – want het aanbod van Centrum ‘45 voor deze doelgroep was maar heel beperkt.’

De psychiater haalt even diep adem en zucht. Het afgelopen half jaar viel hem zwaar, vertelt hij. Met vrienden en kennissen kluste hij veel aan het nieuwe, veel grotere onderkomen van CoTeam, dat op loopafstand van het centraal station in Rotterdam ligt. Hij biedt er groeps- of individuele traumatherapie aan, evenals dagbesteding, vertelt hij trots. ‘Met deze praktijk is een droom werkelijkheid geworden. Ik ben hier zo blij mee.’ De komende maanden moeten uitwijzen of het project ook financieel haalbaar blijft. Hij beschouwt CoTeam als een keerpunt in zijn leven. ‘Dit is mijn nieuwe thuis, dit is de verzameling van alles wat ik de afgelopen jaren heb bedacht.’ Hij schuift even met zijn stoel. En geeft het onomwonden toe. Tot op heden was hij vooral aan het rennen, stond in de overlevingsstand. ‘Dat zat er al jong in toen ik verantwoordelijkheid droeg voor ons gezin. Pas nu begin ik mij af te vragen: waarom doe ik waar ik mee bezig ben? Echt genieten heb ik nog niet gedaan.’ Toch zoekt hij rust, beseft hij. ‘Ik houd veel van tekenen. Dat ontspant. Die behoefte komt pas nu de angst en onzekerheid minder zijn geworden. Maar je blijft vooruitdenken voor het geval het misgaat. Dat blijft de blauwe plek van mijn trauma.’ Zijn vrouw is een belangrijke steun. ‘Zij is de stille kracht. Niemand anders kan verdragen dat ik zo veel bezig ben. Zij is oppasmoeder en schoonheidsspecialiste en helpt met mijn administratie.’

Hasan gunt zichzelf geen tijd voor bezinning, zoals de vraag waarom mensen eigenlijk gemiddeld 85 jaar op deze aardbol rondlopen. ‘We moeten gewoon iets van het leven maken.’De psychiater hangt geen geloofsovertuiging aan. ‘Ik doe wat ik denk dat goed is en dan is het oké. We zien wel hoe het na het leven verder gaat. Vrienden van mij praten daar wel veel over, maar ik vind het zonde van mijn tijd. Gebruik je tijd liever nuttig: als je nu iets voor iemand kunt betekenen, moet je dat doen. Heel praktisch.’ In zijn werk vindt hij een levensvervulling: ‘De hulp die ik geef, had ik zelf gewenst toen ik vluchteling was. Dat ik het anderen kan geven, geeft voldoening.’ En, hij voegt iets wezenlijks toe aan hoe hulp moet worden geboden, vindt hij. Zo ontwikkelde hij de ­i-Toolbox voor PTSS, angst en depressie. Een methode die bestaat uit zes doosjes met kaartjes met vragen. Bedoeld om efficiënt een hulpvraag te formuleren. Op de kaartjes staan klachten waar mensen mee kunnen kampen. Ze zijn geclusterd per thema en die staan vermeld op de doosjes. Bijvoorbeeld ‘angst en depressie’ of ‘negatieve gedachten’. ‘Ik laat mensen kiezen welk doosje bij hen past en welke vragen. Mensen uit het Midden-Oosten denken door te ervaren. Ze moeten zien wat er speelt, dat is hun taal.’ De kaartjes zijn gemaakt op basis van zijn ervaringen met gesprekken in de afgelopen vijf jaar. ‘Als de hulpvraag geformuleerd is, kun je de behandelingsvorm kiezen.’ En daarbij is voldoende aandacht voor de culturele achtergrond van een cliënt heel belangrijk, benadrukt Hasan. Verzekeraars moet hij nog van het nut zien te overtuigen. ‘Vaak krijg ik te horen: zulke behandelingen zijn er al. Maar het aanbod is veel te versnipperd. Het sluit niet aan bij deze doelgroep.’ Om aan te tonen dat het werkt, doet hij promotieonderzoek naar ‘het effect van cultureel georiënteerde psycho-educatie op attitude en houding van de cliënten ten opzichte van de behandeling’. ‘Dan is mijn methode straks wetenschappelijk onderbouwd.’

Hasan wil meters maken. ‘Ik wil niet nog meer tijd en energie verliezen. Iets moet nuttig en efficiënt zijn. De rest komt wel.’ Wat hem betreft komt er dan ook snel een vergoeding voor tolken in zijn praktijk. Tijdens de behandelingen mag de voertaal namelijk die van de cliënten zijn, vindt hij. ‘Dan kunnen ze hun gevoelens goed verwoorden.’ Maar voor het gesprek ‘hoe nu verder’ wordt Nederlands gesproken. ‘Want hier ligt hun nieuwe toekomst.’

herinneringen

Mensen met een trauma filteren de gebeurtenis, vervolgt hij. ‘Het is de kunst datgene te achterhalen wat hen het meest angstig maakt. Dat moet besproken worden in een veilige omgeving.’ De trauma’s leiden tot angsten, depressies, herbelevingen, vermijdings- en passief gedrag. ‘Mensen zien geen toekomst meer.’ Trauma’s waar Hasan met zijn cliënten over spreekt, zijn vooral martelingen die zij hebben meegemaakt. ‘En dan niet zozeer lichamelijk, maar vooral mentaal. De herinneringen. Die blijven hangen. Van cliënten hoor ik dat seksuele mishandeling lastig blijft.’ Hij wijst op marteling waarbij de genitaliën onder stroom zijn gezet. ‘Voor hen is die handeling heel pijnlijk, maar de gebeurtenis daarna keer op keer beleven in je hoofd, is het meest traumatiserend. Dat is ook cultureel bepaald: er is veel schaamte over de vernedering. En dus moet in de behandeling van het trauma ook ruimte zijn voor dat culturele aspect.’ Doel is de gebeurtenis ‘een plek en betekenis’ te geven. ‘Dan kun je het boek beter dichtdoen: het is geweest zoals het is geweest. En nu bouwen aan een nieuw bestaan.’ Nieuwe, positieve ervaringen kunnen het leed verzachten, weet hij uit ervaring. ‘Maar een trauma verdwijnt niet. Nog altijd als er een brief komt, word ik zenuwachtig. Als de post komt, is het de vraag wat het mij gaat brengen. Die onzekerheid is diep ingesleten.’ ◆

Hasan spreekt vijf talen

Aram Hasan (45) is geboren en getogen in Syrië en kwam in 1999 als politiek vluchteling naar Nederland. Hij is getrouwd en vader van een zoon (21) en dochter (16) en woont in Bergschenhoek. In Rotterdam opende hij deze maand een nieuwe, grotere vestiging van zijn hulpverleningspraktijk CoTeam (Cultural Oriented Trauma Expertise Approach Motivation Center). Daar behandelt hij vluchtelingen met een niet-westerse achtergrond die traumatische ervaringen hebben opgelopen. Hij hoopt binnenkort te promoveren op zijn methode om hulpvragen van getraumatiseerde cliënten sneller boven tafel te krijgen. Hasan spreekt niet alleen Nederlands, maar ook Koerdisch, Arabisch, Russisch en Engels. Naast zijn werk voor CoTeam werkt hij drie dagen per week als psychiater op de polikliniek van Stichting Centrum ‘45, een landelijk behandelcentrum voor psychotraumatische klachten. Ook is hij werkzaam bij stichting Psychiaters Zonder Grenzen en lid van het bestuur van de Nederlandstalige Vereniging voor Psychotrauma.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?