Volg de gele streep naar de groepen 2/3

Kinderen uit de noodopvanglocatie Heumensoord op hun eerste schooldag op weg naar de nieuwe Heumensoordschool. Nederland
Kinderen uit de noodopvanglocatie Heumensoord op hun eerste schooldag op weg naar de nieuwe Heumensoordschool. | beeld anp / Robin van Lonkhuijsen
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De vluchtelingenkinderen uit Heumensoord gingen maandag voor het eerst in Nederland naar school. Ze willen heel graag Nederlands leren en daarnaast willen wij hun een fijne tijd bij ons geven, zegt schooldirecteur Harrie Clemens.

Nijmegen

‘Doei’, ‘dag’, ‘byebye’. Het is half drie. Voor de bijna driehonderd vluchtelingenkinderen zit hun eerste schooldag in Nijmegen erop. Ze zwaaien conciërge Cor van Donzel uit. Verdeeld in twintig klasjes stappen ze het schoolplein op.

Een jongen met een zwarte jas aan zoekt zijn zusje. Zodra hij haar ziet, slaat hij zijn arm om haar heen. Van wat hij zegt, is alleen het woord ‘zus’ Nederlands. Toch snapt de juf hem. Hij wil zijn zusje meenemen naar zijn eigen groep. De juf probeert hem duidelijk te maken dat hij met haar in de rij van haar klas mag lopen.

De stoet gaat via de stoep naar een parkeerterrein waar vier dubbeldeksbussen staan. Het meisje dat de rij sluit, draagt een stoere Mario-rugzak over een roze jasje en heeft een Unox-muts op. Ze wil een hand en geeft een highfive. De vraag of het leuk was op school beantwoordt ze met een brede glimlach.

applaus

Als alle kinderen in de bussen zitten, lijkt het of er een schoolreisje vertrekt. Alleen worden de kinderen niet uitgezwaaid door ouders, maar door hun meesters, juffen, de conciërge en Harrie Clemens, de basisschooldirecteur. Achter de ramen stralende gezichtjes en zwaaiende handjes. Als de laatste bus de hoek om verdwijnt, volgt er applaus. De eerste dag zit erop en is goed verlopen. ‘Ik heb nog nooit zo veel gedaan op één dag’, zegt een juf.

De bussen komen straks terug om de kinderen van het voortgezet onderwijs op te halen. ‘Mochten we nu ontdekken dat er nog een basisschoolkind is achtergebleven, dan bellen we het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en kan het kind met de volgende bus mee terug naar de noodopvang’, vertelt Clemens.

Meneer Jaap en meneer Alfons, zoals de kinderen in groep 7/8 hun meesters moeten noemen, lopen evaluerend terug naar school. De klas van meester Jaap was nog niet compleet. Hij had maar tien kinderen. ‘Ik kon soms één op één iets uitleggen.’ Een paar kinderen spraken Engels. Hij had verwacht dat ze ook al wat konden schrijven, maar dat viel tegen. ‘Sommige kinderen konden hun eigen naam nog niet schrijven.’ Om getallen te leren, gebruikte hij een dobbelsteen. ‘We hebben eenvoudige sommen gemaakt.’

Meneer Alfons constateert in zijn groep grote onderlinge verschillen. ‘Maar je begint ook in groep 7/8 met maan, roos, vis’, zegt hij. Hij heeft een goede eerste dag gehad. ‘Ik hoop dat ik de kinderen een fijne tijd kan geven. En dat ik hun Nederlands kan leren, want ze geven allemaal aan dat ze dat heel graag willen leren.’

Aan alles is te zien dat de school gebouwd is voor middelbare scholieren. De gangen zijn breed, met hier en daar een donkerblauwe kast. Maar er is hard gewerkt om het gezellig te maken. Op de grond langs de wanden staan nog posters die een plekje aan de muur moeten krijgen. Een afbeelding van Woeste Willem van het schrijversduo Dieter Schubert en Ingrid Schubert. En het gedicht Wie is wie van Frank Eerhart.

gekleurde strepen

De hal van het gebouw is groot, met een duidelijke plek voor de conciërge. Die plek komt nu ook goed van pas. Conciërge Van Donzel heeft overzicht. Hij en zijn collega houden in de gaten of kinderen niet gaan dwalen. ‘Ik heb er vandaag al eentje uit de verkeerde klas gehaald. Die was naar de wc geweest, zag zijn broer en ging met hem mee.’

Bij de conciërge vandaan lopen gekleurde strepen naar de lokalen. Geel leidt naar de groepen met de jongste kinderen, blauw naar die van de oudste. Op elke deur prijkt verder een dier. De juf van de zebragroep is zelfs aan haar schoeisel te herkennen, wit-zwart gestreepte laarzen.

‘De klassen hebben gemiddeld vijftien kinderen. We hebben de kinderen zo veel mogelijk gemixt’, vertelt Clemens. ‘Syrische en Eritrese kinderen bij elkaar, maar ook diverse groepen. 2/3, 4/5/6 en 7/8.’ Of de indeling goed is, zal de tijd leren. De eekhoorngroep bleek op de eerste dag al een pittig klasje te zijn. ‘Vanmorgen stond alles heel netjes’, zegt Clemens. Nu is goed te zien dat er gespeeld is. Toch is er geen chaos. De puzzels en spelletjes staan netjes in de kast. In de poppenhoek staat een Turks theeserviesje op tafel en aan de muren hangen mooie platen uit prentenboeken en het alfabet.

Er wordt zo veel mogelijk Nederlands gesproken. ‘Het gaat om herhalen en voordoen’, vertelt Clemens. ‘Als je zegt “Ik loop naar de deur”, dan doe je dat een paar keer. En vervolgens zeg je tegen een kind “jij loopt naar de deur”. Deze methode heet Total Physical Response.’

Om het vertrouwen van de ouders te winnen, zijn die – in groepen van vijftig – van tevoren langs geweest. ‘Het is begrijpelijk dat ze hun kinderen niet zomaar met een bus laten meegaan.’ We hebben elkaar de hand geschud, de kinderen ingeschreven en het gebouw laten zien. En nu gaan we ervoor zorgen dat de kinderen hier een fijne tijd gaan hebben.’ <

leerplichtig

In Nijmegen gingen maandag 565 vluchtelingenkinderen uit de noodopvanglocatie Heumensoord naar school. Een leegstaande vmbo-school, voorheen het Mondialcollege, is voor hen ingericht met afgeschreven meubilair. Er wordt zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs gegeven. Het gaat vooral om kinderen uit Syrië en Eritrea. De school is eigendom van de gemeente Nijmegen en blijft volgens de gemeente bestaan zolang de noodopvanglocatie Heumensoord open is. Kinderen van vluchtelingen hebben volgens internationale afspraken over mensenrechten recht op onderwijs en zijn, net als Nederlandse kinderen, leerplichtig van hun vijfde tot hun achttiende. Voor de 186 peuters en kleuters tot en met vier jaar is op Heumensoord een extra paviljoen ingericht voor onderwijs. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zorgt voor het vervoer naar school en voor een lunchpakket.

Ook in Weert beleefden honderden asielzoekerskinderen maandag hun eerste schooldag in Nederland. Net als in Nijmegen krijgen zij les in hetzelfde gebouw.

PDF Print Stuur door