Vervuild Nederland: Eiken sterven op de Veluwe

Stikstofvervuiling verandert het hele ecosysteem in het bos, zegt ecoloog Henk Siebel van Natuurmonumenten. In de vorige eeuw maakten mensen nog vakantiefoto’s naast enorme mierenhopen. ‘Nu weten kinderen niet meer wat een bosmierenhoop is.’ De sperwer is ook al vertrokken van de Veluwe. Nederland
Stikstofvervuiling verandert het hele ecosysteem in het bos, zegt ecoloog Henk Siebel van Natuurmonumenten. In de vorige eeuw maakten mensen nog vakantiefoto’s naast enorme mierenhopen. ‘Nu weten kinderen niet meer wat een bosmierenhoop is.’ De sperwer is ook al vertrokken van de Veluwe. | beeld Jeroen Jumelet en kaartje planbureau voor de leefomgeving
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Het milieu in Nederland gaat achteruit. In deze serie schetsen we de gevolgen en zoeken we naar oplossingen. Vandaag deel 9: stikstofvervuiling in bossen.

Van de eikenbomen op de Veluwe is 30 tot 40 procent dood. Oorzaak is de onbalans in voedingsstoffen in de bodem. Er wordt geëxperimenteerd om met steenmeel, gemalen steen uit de Eifel en Noorwegen, de grond weer in balans te krijgen. ‘Maar dat is eigenlijk een paardenmiddel’, aldus ecoloog Henk Siebel van Natuurmonumenten.

‘In de jaren tachtig was de neerslag zo zuur dat de kalkbeelden op kerken werden aangetast’, zegt Siebel. Dat effect is teruggedrongen door filters, ontzwavelde brandstof en katalysatoren in de industrie en het verkeer. ‘Maar de verzuurde zandgronden hebben zich niet hersteld. De veestapel is toegenomen en daarmee ook de productie van ammoniak, die via verdamping en neerslag weer in de bossen terechtkomt. De ammoniak hoopt maar op.’

Zandgronden zijn van nature voedselarm. Daar houden de planten en bomen die er groeien ook van. Stikstof maakt de bodem voedselrijk. Planten die daarop goed gedijen, concurreren de oorspronkelijke begroeiing weg. ‘In veel bossen is de grassoort pijpenstrootje heel dominant. Er zijn dennenbossen in Brabant en Overijssel waar bijna alleen nog maar pijpenstrootjes staan.’ Planten die het onderspit delven, zijn de struikheide, de bosbes, het bosviooltje en hengel, een halfparasiet die met zijn wortels deels voedingsstoffen aftapt uit de wortels van eiken, berken of de bosbes. Veel bospaddenstoelsoorten verdwijnen, net als een aantal mos- en korstmossoorten.

De bosbodem is niet alleen zuurder geworden, maar ook armer aan mineralen. ‘Onder zure omstandigheden spoelen calcium, kalium en fosfaat weg. Doordat stikstof via ammoniak ophoopt, zorgt dit bij elkaar voor onbalans in de bodem.’

sperwers

En niet alleen in de grond, maar ook in de rest van het ecologische systeem. Planten bevatten minder mineralen en daardoor de rupsen ook, zoals bijvoorbeeld de rupsen van de wintervlinder, die van eikenblad leven. Die worden gegeten door koolmezen die ook te weinig bouwstoffen binnenkrijgen. De koolmees staat op zijn beurt weer op het menu van de sperwer. ‘Sperwers kunnen op de Veluwe niet meer leven. Ze krijgen onvoldoende voedingstoffen binnen om nog eieren te leggen. Als dat nog wel lukt, komen de eieren niet uit. De sperwers vertrekken’, zegt Siebel.

De eik heeft het ook zwaar. De boom werkt samen met bodemschimmels. Zo’n samenwerking heet mycorrhiza. De schimmel krijgt koolstof van de eik, die van de bodemschimmels voedingsstoffen en fosfor terugkrijgt. Maar door de verzuring verdwijnen de schimmels. ‘Bovendien maakt de eik onder zure omstandigheden minder wortels.’ Dat en slechte voeding maken de boom in droge periodes kwetsbaar. ‘Door de klimaatverandering hebben we de afgelopen jaren de nodige droge periodes gehad en zijn er veel verzwakte en dode eiken. In de bossen op de Veluwe is plaatselijk 30 tot 40 procent van de eikenbomen dood.’

Het proces gaat langzaam en daardoor hebben onderzoekers te maken met een shifting baseline. Siebel legt uit: ‘De ondergrens van wat je denkt dat normaal is, verschuift, omdat de nieuwe generatie niet meer weet hoe bijzonder het eerst was.’ Hij geeft als voorbeeld de bosmier. In de vorige eeuw maakten mensen vakantiefoto’s naast enorme mierenhopen. ‘Nu weten kinderen niet meer wat een bosmierenhoop is. Er is in de bossen op de arme zandgronden voor de mieren minder voedsel te vinden, zoals bladluizen. Ze vormen daardoor kleinere nesten. En er zijn minder nesten, want het duurt langer voor een groep groot genoeg is om een nieuwe kolonie te stichten.’ Siebel: ‘We verliezen niet alleen allerlei vooral kwetsbare organismen, maar we tasten ook onze eigen leefomgeving aan. Waterleidingbedrijven moeten in zandgronden bijvoorbeeld steeds dieper boren om bij goed drinkwater te komen.’

Oplossingen zijn er nog niet, al wordt in de bossen en op de heide van alles geprobeerd. Zo is de strooisellaag, de laag van bladeren, takjes en naalden, verwijderd. En er is grond weggestoken, geplagd. ‘Maar beide methodes werkten contraproductief. Je verwijdert niet alleen de stikstof, maar ook de schaarse mineralen. Omdat de stikstof in de vorm van ammoniak, vooral afkomstig vanuit de landbouw, in grote hoeveelheden uit de lucht blijft komen, wordt de onbalans dan alleen maar groter.’

Er is ook met kalk gestrooid, bekalkt, maar daardoor gingen juist de grassen en brandnetels harder groeien. ‘Nu wordt er geëxperimenteerd met steenmeel uit de Eifel en Noorwegen.’ In het gruis zitten mineralen die langzaam aan de grond worden afgegeven. ‘Ook dit is een paardenmiddel, omdat je nooit weet of de verhoudingen goed zijn en de stikstof in de grond blijft zitten. Maar voor natuurbeheerders is het een laatste redmiddel als de ammoniakuitstoot groot blijft.’ <

het dak is van het bos gehaald

‘Nog even en alle Nederlandse bossen lijken op elkaar’, zegt Dries Boxman, chemicus en werkzaam aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dertig jaar lang deed hij onderzoek naar het effect van stikstof op de bossen. ‘Hoewel er geen sprake meer is van zure regen, is de hoeveelheid stikstof in de neerslag nog steeds dubbel zoveel als wenselijk is. En er is in het verleden zo veel naar beneden gekomen dat de bodem tjokvol stikstof zit.’

In de jaren tachtig geloofde niet iedereen dat de hoeveelheid stikstof in de neerslag een probleem is. ‘Wij wilden onderzoeken of het terugdringen van de hoeveelheid stikstof tot een natuurlijke hoeveelheid het bos vitaler zou maken.’ Sinds 1989 is er onderzoek gedaan in een dennenbos bij Ysselsteyn (Limburg). De bomen op driehonderd vierkante meter bos kwamen onder een lichtdoorlatende overkapping te staan. Alleen hun kruinen staken eruit. En de dennenbomen kregen water met een normale hoeveelheid stikstof. Ze werden inderdaad gezonder, de stikstofminnende planten, zoals braam en varen, verdwenen. Maar de oorspronkelijke begroeiing keerde niet terug, terwijl in de bodem nog wel kiemkrachtige zaden zitten van bijvoorbeeld heide en bosbes. De hoeveelheid stikstof in de vaste bodemlaag nam ook niet af.

Een duidelijke oplossing om de bosbodem weer arm te krijgen, hebben de proeven niet opgeleverd. Plaggen of het toevoegen van kalk of extra mineralen leverde maar een kortdurend resultaat op. ‘Ik denk dat dieper afgraven en plagsel aanvoeren van een andere, vitale locatie (met mycorrhizaschimmels en zaden) de beste manier zou zijn.’ Dit jaar worden er voor het laatst metingen gedaan in het bos. ‘Het dak is eraf gehaald. We gaan kijken wat er nu gebeurt.’

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?