Tienduizenden weesboten belasten het milieu

Bram van der Pijll, botensloper in Bovenkarspel, ziet ruimte voor zes of zeven concurrenten in Nederland. Nederland
Bram van der Pijll, botensloper in Bovenkarspel, ziet ruimte voor zes of zeven concurrenten in Nederland. | beeld Dick Vos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Ze liggen verscholen tussen het riet of op de bodem van meren en rivieren. Duizenden plezierbootjes waar de eigenaren vanaf wilden. Met als gevolg dat er grote hoeveelheden afvalstoffen in het milieu terechtkomen. Op twee plekken kunnen ze sinds kort netjes en officieel worden ontmanteld, maar dat is lang niet voldoende.

Bovenkarspel

Het moet een fraai plezierbootje zijn geweest, maar nu zitten er gaten in de kiel en ligt de totaal verrotte kajuit vol met een berg afvalhout. ‘Eeuwig zonde’, zegt Bram van der Pijll, terwijl hij moeiteloos een groot gat in het schip schopt. ‘Kijk, de boel valt van ellende uit elkaar.’

Hij is botensloper en daaraan heeft hij zijn handen meer dan vol. Want Nederland telt naar schatting tienduizenden plezierbootjes die aan het eind van hun latijn zijn. Ze liggen ongebruikt en verwaarloosd in schuren, tuinen, garages en loodsen. Ruim zesduizend zijn achtergelaten in jachthavens, verstopt in het riet of op de bodem van een rivier, zonder dat de eigenaar bekend is.

‘Sommigen melden netjes dat ze van hun boot af willen’, zegt Van der Pijll. ‘Maar er zijn er helaas veel die ’m ergens afmeren of tot zinken brengen. Daarna gaan ze met de bus terug naar huis alsof er niets is gebeurd.’

De afgedankte plezierbootjes vormen een groeiend probleem, omdat ze het milieu vervuilen. Drijvende tijdbommen noemt Van der Pijll ze. Olie, accuzuur, verf, lood, aluminium, staal, koper, ijzer, hout, polyester, het komt allemaal in het milieu terecht.

De komende jaren zullen de problemen alleen maar erger worden. Bijna de helft van alle plezierboten is gebouwd voor 1980 en die zijn stevig verouderd. Tevens is meer dan de helft van de booteigenaren boven de zestig jaar; vijftien jaar geleden was dat nog net een derde. Zowel de watersporter als de vloot vergrijst. Als de babyboomgeneratie stopt met varen, komt een groot aantal schepen te koop, maar het ziet er niet naar uit dat veel jongeren die schepen willen overnemen of kopen. Zij hebben doorgaans andere interesses dan varen. ‘Wie van zijn gedateerde boot af wil, kan nauwelijks nog een koper vinden’, weet Van der Pijll.

zeven botenslopers

Vorig jaar lagen er in negen van de tien jachthavens schepen die bijna nooit meer varen en in een kwart van de havens liggen zogenoemde weesboten, scheepjes waarvan de eigenaar niet meer te achterhalen is. ‘Eigenaren weten vaak niet wat ze met een oud schip aan moeten’, zegt Gerwin Klok, branchemanager van de Nederlandse Jachtbouw Industrie, de brancheorganisatie van tweehonderd jachtbouwers.

‘Als je een boot in de jachthaven laat liggen, kost dat aan liggeld honderden euro’s per jaar. Slopen door afvalverwerkers kan oplopen tot duizenden euro’s plus het vervoer naar de sloper. Het gevolg is, dat menigeen er ongezien van af wil komen. En als dit zo blijft, zullen meer en meer mensen hun bootje zomaar ergens achterlaten.’

Voor plezierboten bestaat geen sloopregeling zoals met oude wasmachines en auto’s. Als dat niet verandert en de rijksoverheid op het standpunt blijft staan dat de eigenaar, de waterwegbeheerder of de industrie het zelf maar moeten oplossen, dan liggen er volgens Klok over een jaar of tien zeker 35.000 verweesde boten.

‘Die liggen dan echt acuut in de weg en zijn niet te verkopen. Als ze gezonken zijn, moet je ze ook nog eens opdreggen en dat kost zomaar achtduizend euro per boot. Zover moeten we het niet laten komen.’

De Nederlandse Jachtbouw Industrie vindt dat botensloop een bedrijfstak moet worden. Verspreid over het land moeten er een stuk of zeven bedrijven komen, die boten mogen slopen. Dat zouden bij voorkeur die bedrijven moeten zijn die boten ook in elkaar zetten en repareren. Klok: ‘Waarom zouden ze de boel dan ook niet uit elkaar mogen halen? Zij hebben immers de kennis.’ De bedrijven moeten in watersportgebieden en aan het water liggen, zodat ze door de botenbezitters in hooguit een halve dag varen te bereiken zijn.

D’ouwe Schuimer

Momenteel wordt slechts een klein deel van de onzichtbare vloot netjes en volgens officiële richtlijnen opgeruimd. Dat gebeurt in Limburg in Heijnen aan de Maas en door Van der Pijll. Met zijn bedrijf ‘Het Harpje’ in Bovenkarspel sloopt van der Pijll zo’n zes boten per week. Je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt in zijn loodsen. Masten, zeilen, reddingsvesten, peddels, matrassen en ontelbaar veel klein spul, dat niet wordt opgehaald door recyclebedrijven zoals Tata Steel, het voormalige Hoogovens. Er tussen ook een naambordje: D’ouwe Schuimer. De spullen verkoopt hij, veelal aan particulieren, en sinds kort ook via zijn website.

‘Van alles dat we van een stalen boot slopen, kan ongeveer 95 procent worden hergebruikt’, zegt Van der Pijll. ‘Er is werk genoeg voor zes, zeven bedrijven naast het mijne. Ik kan in mijn eentje echt geen tienduizenden boten aan. We kunnen er allemaal een goede boterham aan verdienen, dus ik ben helemaal niet bang voor concurrentie. Sterker nog, ik juich het toe als al die boten niet liggen te verrotten, maar worden gesloopt en de materialen voor het overgrote deel weer netjes worden hergebruikt.’

Klok wijst er op, dat vanuit een door de Europese Unie gesubsidieerd project een schema is opgesteld dat je kunt volgen om officieel botensloper te mogen zijn. ‘Nederland hoeft dus niet opnieuw het wiel uit te vinden, maar kan dat schema zo overnemen, eventueel met een enkele aanvullende eis.’

niet geregistreerd

De gehele nationale recreatievloot omvat zo’n half miljoen boten. Deze zijn niet geregistreerd, zoals auto’s, en daardoor zijn de eigenaren niet te achterhalen. De Nederlandse Jachtbouw Industrie is geen groot voorstander van registratie, omdat dit tot nog meer kosten leidt en de kans bestaat dat de rekening wordt neergelegd bij partijen die daarvoor geen geld hebben. Mocht de overheid toch verplichte registratie overwegen, dan stelt Klok dat alleen de overheid zelf dit register mag beheren en geen particuliere partijen.

Maar zelfs in een ideale situatie blijft er nog altijd één groot probleem onopgelost: polyester. Deze kunststof maakt ongeveer een derde uit van het totale gewicht van de pleziervloot en dan gaat het om 286.000 ton. Het voordeel van polyester is dat het degelijk, onderhoudsarm en buigzaam is, maar het is niet te recyclen.

‘In de hele wereld weet nog niemand hoe dat moet’, vertelt Van der Pijll. ‘Terwijl polyester het grote probleem van de toekomst is. Het is aardolie, dus een fossiele brandstof, die veertig jaar geleden dankzij de chemische industrie is gebruikt voor iets anders. Onder andere in boten, maar vooral in vliegtuigen, windturbines, ziekenhuizen, gebouwen en graansilo’s. Nu krijgen we daar de rekening van, want het komt langzaam vrij en je kunt het alleen maar verbranden. Dan komt er behoorlijk wat troep in het milieu, zoals dioxine en CO2.’

Met de hogeschool Windesheim in Zwolle zijn Van der Pijll en de Nederlandse Jachtbouw Industrie begonnen met een test om met watersnijtechniek stroken van vijf centimeter breed van het polyester uit afgedankte boten te maken. Daarna kan het mogelijk dusdanig worden verwerkt, dat er andere, flexibele bouwstoffen of beschoeiingspanelen van te maken zijn. ‘Als dat lukt, levert het misschien geen Nobelprijs op, maar het is dan in elk geval een vorm van hergebruik.’ <

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief