Stemhulp alleen levert te weinig op

In stemwijzers komen vooral onderwerpen aan bod waarover de partijen het niet eens zijn, zoals het aantal koopzondagen of laadpalen in een gemeente. Nederland
In stemwijzers komen vooral onderwerpen aan bod waarover de partijen het niet eens zijn, zoals het aantal koopzondagen of laadpalen in een gemeente. | beeld anp / Jeroen Jumelet en Olaf Kraak
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Vanaf vandaag staan tientallen stemhulpen online voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het maken van zo’n kieswijzer is een flinke klus. En dan nog is het advies: ‘Laat het niet bij zo’n testje.’

Den Haag

‘Bent u voor of tegen de uitbreiding van het aantal elektrische laadpalen in uw gemeente? Moeten de winkels op zondag dicht zijn?’ Of: ‘Is het aanbieden van schoolzwemmen een taak van de gemeente?’ Directeur Eddy Habben Jansen van ProDemos – Huis voor democratie en rechtstaat – somt de vragen die kunnen spelen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen moeiteloos op. Vandaag presenteert ProDemos voor 44 gemeenten een stemhulp: de digitale StemWijzer. ProDemos doet dat sinds 2002. Samen met alternatieve, veelgebruikte stemhulpen als Kieskompas en Mijn Stem – die te bereiken zijn via het gezamenlijke platform gemeenteraad.nl – kunnen kiezers in 128 gemeenten in Nederland nagaan welke partij hun voorkeur geniet.

De testen zijn daarmee voor een derde van de 380 Nederlandse gemeenten beschikbaar. In 335 gemeenten worden dit jaar lokale verkiezingen gehouden.

vrije markt

Of een gemeente een stemhulp in het leven roept, is een eigen keuze, bevestigt Habben Jansen. ‘Wij kunnen ervoor worden ingehuurd, het is een vrije markt.’ Voor zo’n 10.000 euro ontwerpt ProDemos een lokale StemWijzer. ‘Het begint met een gesprek met alle partijen in de gemeente’, vertelt de directeur. ‘Daar inventariseren we de voor hen belangrijke thema’s. Na een aantal gespreksrondes zetten we de onderwerpen op een rij. In overleg met de politieke partijen wegen we af wat voor hen belangrijke en minder belangrijke thema’s zijn.’

terughoudendheid

En dat gesprek gaat nog weleens gepaard met enige terughoudendheid, erkent hij. ‘Partijen willen niet altijd alles al prijsgeven – dit om later nog te kunnen onderhandelen als het om coalitievorming gaat. Toch is het belangrijk, te laten weten wat er uiteindelijk in de StemWijzer terecht moet komen.’ Naast deze inventarisatie praten medewerkers van ProDemos met de raadsgriffier, die doorgaans goed ingevoerd is in het lokale politieke klimaat. ‘Die zegt dan bijvoorbeeld: ‘‘Betaald parkeren in het centrum, daar moet je echt iets mee doen, want dat is een discussiepunt hier.’’ Vervolgens lezen we alle verkiezingsprogramma’s. Zo krijgen we een goed beeld van de situatie. We maken een set van zestig stellingen en leggen die voor aan de plaatselijke partijen, ook aan de nieuwkomers. Die stellingen brengen we uiteindelijk terug tot dertig. Het is vooral een zoektocht naar de verschillen, want daarin onderscheiden de partijen zich en kan een kiezer een keuze maken.’ Belangrijke thema’s waarover partijen het eens zijn, halen de StemWijzer dus niet. ‘We streven ernaar de volle breedte van de politieke discussie weer te geven. Zo’n test heeft daarmee ook een informatieve functie.’ De keuze voor een partij moet je echter niet alleen door een stemhulp laten bepalen, vindt Habben Jansen. ‘Het is eerder een startpunt om verder te zoeken, bijvoorbeeld bij lokale media of door een debat van lijsttrekkers in je gemeente bij te wonen. Laat het niet bij zo’n testje, adviseer ik altijd. Het gaat wel over een keuze voor de komende vier jaar. Dan heb je meer bronnen nodig.’ Verkiezingen worden in Nederland serieus genomen. Bij landelijke verkiezingen is de opkomst al gauw 80 procent, weet de directeur. Bij gemeenteraadsverkiezingen is die traditiegetrouw lager, met zo’n 50 tot 60 procent. ‘Maar internationaal gezien doet Nederland het wat betreft opkomst helemaal niet zo slecht.’

nieuwe taken

Gemeenten hebben er sinds 2015 nieuwe taken bij gekregen op het gebied van huishoudelijke hulp, jeugdzorg en werk. Habben Jansen ziet ze echter nog niet terug als verkiezingsthema. ‘Met die taken is ontzettend veel geld gemoeid, maar het valt op dat op die terreinen best veel overeenstemming bestaat in gemeenten. Je ziet wel wat verschillen, bijvoorbeeld in ruimhartigheid voor vergoeding van hulpmiddelen, maar niet veel. En als een gemeente geld tekortkomt voor de organisatie van zorg, zeggen veel inwoners toch al gauw: “vul het aan”. Je kunt daar weinig campagne op voeren.’

Dat ligt anders op bijvoorbeeld het gebied van verkeer en vervoer. ‘Denk aan discussies over de maximumsnelheid of parkeervoorzieningen.’ Ook ruimtelijke ordening is zo’n thema: ‘Wil je van gasleverantie overstappen op het plaatsen van windmolens?’ Daarnaast ziet hij thema’s opduiken op het gebied van ‘bed, bad en broodvoorzieningen’ voor asielzoekers en over de wijze van inzamelen van afval. ‘En discussies gaan ook over de hoogte van de onroerendezaakbelasting en hondenbelasting.’

De vraag in hoeverre een digitale stemhulp effect heeft, is lastig te beantwoorden, erkent Habben Jansen. ‘Universiteiten onderzoeken dat, maar het is heel moeilijk te bepalen of zoiets invloed heeft. We zien verschillende typen gebruikers van dit soort testen. Je hebt de ‘checkers’, de mensen die eigenlijk allang weten waarop ze stemmen, maar het nog een keer bevestigd willen zien. Daarnaast heb je de ‘zoekers’, dat is zo’n veertig procent van de bezoekers. Dat zijn mensen die openstaan voor het wijzigen van een keuze en die niet klakkeloos alle informatie volgen. En tot slot heb je de groep twijfelaars. Die zie je vaak in de laatste 24 uur voor de verkiezingen opduiken in de stemhulp. Die hebben weinig tijd voor diepgaand onderzoek.’ Doorgaans raadpleegt dertig procent van de kiezers in een gemeente de stemhulp. ‘Het gebruik stijgt alleen maar. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 waren er twee miljoen gebruikers, bij de laatste landelijke verkiezingen was dit aantal gestegen tot 6,8 miljoen. Dezelfde trend zien we bij de gemeenteraadsverkiezingen.’

ongenuanceerd

Kritiek op de stemwijzers is er ook, weet Habben Jansen. ‘Wij zouden partijen dwingen tot een ‘ja’ of ‘nee’ over een onderwerp, en dat zou ongenuanceerd zijn. Aan de andere kant: zo gaat het uiteindelijk ook in de vergadering van de gemeenteraad – een stemming eindigt daar ook altijd in voor of tegen. Er zijn niet meer smaken.’ Wel betekent het volgens hem dat er nauwkeurig gekeken moet worden naar de formulering van stellingen. ‘De stelling “Den Haag moet nieuwkomers gratis taalles geven”, is een andere dan “Een taalles voor nieuwkomers moet van 50 naar 100 euro”. Of: “Een taalles voor nieuwkomers moet duurder worden”. Met een team van redacteuren wegen wij de formuleringen af en overleggen met politieke partijen. In een toelichtende tekst bij de stelling kunnen zij dan nog hun gewenste nuances aanbrengen.’ <

‘twijfel is de bron van alle kennis’

Politicoloog en oprichter van Kieskompas André Krouwel benadrukt dat er ‘heel veel troep’ op de markt van stemhulpen is.

‘Die komt van ongetwijfeld goed bedoelende mensen die denken ook ‘effe’ zo’n dingetje te maken. Maar dat is niet goed. Je maakt toch ook niet ‘even’ een mobiele telefoon in je garage?’ Volgens Krouwel stranden snel gemaakte stemhulpen op zaken als betrouwbaarheid en deugdelijke onderzoeksmethode. ‘Een aantal jaren geleden is op een internationale bijeenkomst in Zwitserland daarom een keurmerk in het leven geroepen. Daar is een document vastgesteld waarin staat waaraan een goede stemhulp moet voldoen. Zo moet ook duidelijk zijn hoe de uitkomst berekend wordt. Goede stemhulpen als Kieskompas, MijnStem en StemWijzer laten daarom ook per stelling zien waar partijen staan.’

Het verschil tussen Kieskompas en StemWijzer zit volgens Krouwel in de methode. ‘Wij zeggen dat het onmogelijk is om met het stellen van dertig ‘ja-neevragen’ vijftien partijen of soms zelf meer te onderscheiden. De standpunten van partijen verschillen dan te weinig, waardoor je nog niet weet wat je moet stemmen. In de methode van StemWijzer zit voor elke partij een vraag die die partij onderscheidt van de rest, maar die wordt zwaarder gewogen dan andere vragen. Dat vinden wij een slecht idee: alle stellingen moeten even zwaar wegen. Politiek is niet te vangen in een ‘ja’ of ‘nee’. Bij Kieskompas moet je nuances en tinten kiezen, en niet zwart of wit. Alle stellingen hangen bij ons met elkaar samen en bepalen je politieke profiel dat onder al die stellingen ligt. Dat gaat verder dan het optellen van de uitkomst van dertig stellingen: ik wil vooral weten hoe mensen denken.’

Krouwel adviseert kiezers desondanks vooral om ook stemhulpen als StemWijzer of MijnStem in te vullen. De verschillen in uitkomst moeten kiezers aansporen op zoek te gaan naar het juiste antwoord. ‘Twijfel is de bron van alle kennis.’

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?