Portret Gertjan Meliefste: Pluisje in de wind

Nederland
beeld Dick Vos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Op 10 oktober verongelukte Gertjan Meliefste, 19 jaar oud. Hij maakte zijn eerste parachutesprong. Zijn ouders Kees (1960) en Irma (1958) Meliefste uit het Zeeuwse Axel vertellen over het leven van hun zoon, en de rol die hun ­geloof na het ongeluk in hun leven speelt.

Voor Kees en Irma Meliefste is 10 oktober 2015 een gewone zaterdag. Het is warm voor de tijd van het jaar, de zon straalt. Ze repareren samen een Velux-dakraam.

Van hun drie kinderen zijn er dat weekend twee thuis. Zij maken huiswerk boven in hun kamer. Hun middelste zoon Gertjan woont al zo’n anderhalf jaar op zichzelf.

Gertjan belt zijn ouders die ochtend rond tien uur op. Dat doet hij vaker, om te vragen hoe het gaat. Op 10 oktober belt hij vanaf vliegveld Hilversum. Het is de laatste dag van de driedaagse parachutecursus die hij volgt. ‘Ik ga zo springen, mam’, zegt hij aan de telefoon. ‘Prima jongen, veel plezier’, antwoordt zijn moeder. Ze zeggen gedag.

Een paar uur later kijkt Kees Meliefste tijdens de lunch op de NOS-app of er nog nieuws is. Niks bijzonders. Precies zoals hij had verwacht.

Dan ziet hij twee politieagenten het pad op lopen. De bel gaat, en hij doet open. De agenten vragen of hij Gertjans vader is.

Hij weet het op dat moment eigenlijk al zeker: ‘hij is dood’. Het ontroert Kees wanneer hij het moment terughaalt.

Hij roept zijn vrouw Irma naar beneden, die boven haar mail bijwerkt. Zij roept haar twee andere kinderen, die direct meekomen.

In de kamer beneden vertellen de agenten dat de sprong van Gertjan is mislukt, en hij de val niet heeft overleefd. Vanaf ongeveer een kilometer hoogte is hij uit de lucht gevallen, op de straat in een Loosdrechtse woonwijk. Een man hoorde vanuit zijn tuin het geklapper van de parachute. Die bleef klapperen, en ging niet uit. De man wist toen dat het foute boel was.

Het gezin is verbijsterd. Als de politie weg is, bidden ze samen. Hoe verslagen ze zijn, ze danken God ook. Voor het leven van Gertjan.

Er moet veel geregeld worden. De predikant, ouderling en begrafenisondernemer bellen, familie inlichten. Kees en Irma vertellen het nieuws in de buurt.

Ook is er nog veel onduidelijk. Hoe kon dit mislukken? Ging zijn parachute niet goed open? Of is er wat anders gebeurd? Ze willen in de auto stappen naar Loosdrecht om hem te zien. Maar dat kan niet. Zijn lichaam is nog niet vrijgegeven, omdat een politieonderzoek is gestart. Irma’s broer uit Utrecht besluit naar de plek van het ongeluk te gaan, om zo veel mogelijk informatie in te winnen.

Kees en Irma Meliefste zijn kalm als ze vijf maanden later vertellen over de dag van het ongeluk. Ze zitten tegenover elkaar in hun huis in Axel. Zij op de bank, hij in een grote stoel. Het verdriet spreekt van beide gezichten. ‘Ik ben daarin iets emotioneler dan mijn vrouw’, zegt Kees. ‘Ik kan het NOS-journaal al niet met droge ogen kijken.’

Golf Mike. Zo noemde Gertjan Meliefste (1996) zichzelf graag, naar de letters van het NAVO-alfabet. Het wordt overal ter wereld in de luchtvaart gebruikt. Piloten en verkeersleiders spellen hun boodschappen naar elkaar in de woorden van dat alfabet, om verwarring te voorkomen. Gertjan kende het uit zijn hoofd, en kon er zelfs hele verhalen in vertellen.

Want vliegen, dat was Gertjans grote liefde. Toen hij klein was, wilde hij kraanmachinist worden. Op zijn zevende veranderde dat in piloot. ‘Dat is nooit meer overgegaan’, zegt zijn vader. ‘Hij speelde op mijn eerste laptop een spel waarin je als piloot een vliegtuig kon besturen.’ Gertjan raakte er verslingerd aan, en begon zich steeds meer te verdiepen in de luchtvaart. Als hij iets leuk vond, wilde hij er alles van weten.

Het vliegspel op de laptop speelde Gertjan ook op internet. Daar werd hij lid van de Dutch VACC, een vereniging om online via simulatie te vliegen. Al snel besteedde hij er al zijn vrije tijd aan. ‘Het gebeurde zelfs dat hij tijdens het eten opstond en zei: “Ik moet vliegen”’, herinnert Kees zich. ‘Strak in het pak, achter de computer. Hij ging er helemaal in op.’

Gertjan wist dat hij zijn droom om piloot te worden niet in Axel kon bereiken. Eerst moest hij zijn havo afmaken op het Calvijn College in Goes. Daar zat hij een aantal jaar samen met zijn broer Kees in de klas. Gertjan lette altijd op zijn broer, die autisme heeft en het daardoor niet altijd gemakkelijk had op school. Haalde Kees een onvoldoende voor wiskunde, dan wist Gertjan dat Kees niet had durven zeggen dat de batterijtjes in zijn rekenmachine op waren. Hij stapte dan naar de leraar om het uit te leggen. Kees: ‘Maar ook voor zijn zusje en anderen in de omgeving was Gertjan altijd sociaal en zorgzaam. Hij keek naar hen om.’

duur

Toen Gertjan was geslaagd, wilde hij niets liever dan zich inschrijven voor de pilotenopleiding. Hij moest en zou piloot worden.

Maar de opleiding is duur, en er is weinig werk. Kees en Irma probeerden hun zoon van deze strubbelingen te overtuigen. ‘Gertjan zag die problemen niet zo’, zegt Irma met een lichte zucht. ‘Later, toen meer mensen hem afraadden piloot te worden, begon hij de moeilijkheden meer te zien. Daar had hij het de laatste tijd moeilijk mee. Ook wij vonden het lastig om te zien hoe Gertjan zijn passie niet kon volgen.’

Omdat Gertjan te jong was voor de pilotenopleiding, besloot hij Aviation Studies te gaan studeren aan de Hogeschool van Amsterdam. Kees: ‘Hij was heel zelfstandig en wilde meteen op kamers. Het liefst zo dicht mogelijk bij Schiphol, zodat hij de vliegtuigen vanuit huis kon zien.’

Gertjan werd direct lid bij Navigators Studentenvereniging Amsterdam (NSA), waar hij genoot van de feestjes en gezelligheid.

In deze periode bleek ook hoe jong hij eigenlijk nog was. ‘Een ongeleid projectiel’, noemt zijn vader hem. ‘Aan het einde van de zomervakantie had hij nog geen kamer’, gaat Irma verder. De gedreven Gertjan regelde een bezichtiging in een huis in Zaandam. ‘Het was verschrikkelijk, hij zou een klein kamertje boven in het huis krijgen. Bovendien zat het vol buitenlandse werknemers en was het geen echt studentenhuis.’ Uiteindelijk kon Gertjan in Ede terecht in een kamer, bij vrienden van zijn broer Kees. Het zou een van de mooiste periodes uit zijn leven worden.

Het is tijd voor een nieuwe kop koffie. Terwijl Irma in de keuken bezig is, haalt Kees een potje vaseline uit zijn broekzak, om zijn lippen te verzachten. Intussen roepen ze naar elkaar: hoe ging dat ook alweer? Gebeurde dat in dat jaar, of was het eerder?

grondsteward

De pilotenopleiding bleef Gertjan trekken. Daarom probeerde hij zelf te infiltreren in de vliegwereld. Zo zou hij meer kans maken op een baan. Als hij dat kon verzekeren, zouden zijn ouders hem financieel steunen.

Zo stopte hij met zijn opleiding en zorgde voor een baantje bij KLM op Schiphol, waar hij tot afgelopen zomer werkte. Hij checkte de passagiers en bagage in. Hij vond het geweldig, en nam het heel serieus. Patat eten in de trein met zijn uniform aan, dat deed hij niet. Dat was slecht voor het imago van het bedrijf.

Om dezelfde reden sloot Gertjan zich in januari 2015 aan bij de Gooise zweefvliegclub, en wilde hij in oktober via het Parachutisten Centrum Midden Nederland leren parachutespringen. Irma: ‘Door zijn ervaring hoopte hij dat ze zouden zeggen: “Gertjan, jij bent geknipt voor de pilotenopleiding. Dat moest jij maar gaan doen”.’

De vliegclubactiviteiten waren in het weekend, ook op zondag. Dat vormde een dilemma voor Gertjan, omdat hij op zaterdag vaak werkte en zo alleen de zondag overbleef. Maar hij ging liever niet de hele zondag vliegen. Hij wilde ook naar de kerk. ‘Gertjan had het hier wel over met zijn vrienden van de vliegclub’, zegt Kees. ‘Hij was daar erg mee bezig. Zo nodigde hij ook anderen uit om mee te gaan naar de kerk of studentenvereniging.’

Twee weken voor het ongeluk solliciteerde Gertjan nog op een andere functie bij KLM, om vliegtuigen ijsvrij te maken. Na het gesprek was hij negatief. De baan was eigenlijk voor mensen bedoeld die hun pilotenopleiding al hebben afgerond. Het maakte hem boos. Waarom zou hij het niet kunnen, hij wist toch alles van vliegen?

Na het ongeluk mailde KLM, dat ze Gertjan wilde aannemen voor de functie waarop hij gesolliciteerd had.

Condoleance

De woensdag na het ongeluk kwamen de vroegere collega’s van KLM naar de condoleance in Amsterdam. Kees: ‘We kozen die plek, omdat al Gertjans vrienden en kennissen daar dan niet helemaal naar Zeeland hoefden te reizen.’ Toen de begrafenisondernemer vroeg hoeveel mensen ze verwachtten, schatten ze het op zo’n twintig, dertig man. Het werden er bijna tweehonderd.

Diezelfde woensdag zagen Gertjans ouders, zijn broer en zusje hem voor het eerst na het ongeluk. ‘Daar hebben we goed over nagedacht. Je bent toch bang dat het de herinnering aan je zoon verstoort’, zegt Kees. Hij is blij dat hij het toch gedaan heeft, van Irma had het niet per se gehoeven. Voor haar was hij niet meer helemaal de Gertjan zoals ze hem kende.

Voor Kees was het zien van zijn zoon een moment waarop hij de gebrokenheid van het leven voor zich zag. ‘Er stonden ongelooflijk veel bloemen om hem heen. Het was niet te zuinig. Maar tegelijkertijd lag daar het levenloze lichaam van mijn zoon. Het was zo’n contrast, dat voor mij liet zien dat God het zo niet bedoeld heeft, en dat de mens dat met de zondeval heeft aangericht.’

Tijdens de condoleance kwam een groep van het parachutecentrum binnen. Ze aarzelden, en vroegen of de mensen die tegenover hen stonden, niet ongelofelijk kwaad waren.

‘Wij zijn niet boos, en stellen ook niet de vraag: “Waarom bij ons?” Waarom zou het wel bij een ander gebeuren en niet bij ons?’, zegt Irma ferm. ‘Daar kom je toch niet uit. We leven nu in een wereld waarin we alles willen verklaren. Ik vind dat je dit in Gods hand moet leggen. Natuurlijk heb ik weleens gedacht: waarom mijn zoon? Maar we hebben drie cadeaus gekregen. Eén hebben we eerder moeten teruggeven. Heeft God dat dan gedaan omdat ik hem niet goed heb opgevoed? Zo kun je niet denken. God is te groot voor mij om deze vragen te beantwoorden.’

Voor Irma was het daarom vanzelfsprekend dat de tekst op de rouwkaart Job 1 zou worden. De dominee preekte erover in de begrafenisdienst: De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de Naam van de Heer zij geprezen. ‘Zo hebben we het ervaren. God gaf Gertjan, en haalde hem ook weer thuis. Toen het in de kerk werd afgekondigd, zei de dominee dat Gertjan voor hij de grond raakte, al was opgenomen door God. Hij viel in Gods hand. Dat beeld bleef ons bij.’

lastige vraag

Inmiddels is het een klein halfjaar na het ongeluk. Hoe het nu met Kees en Irma gaat, vinden ze een lastige vraag. Ze leven met pieken en dalen, en het gezin is ontwricht. Volgens Kees gaat het volgens het boekje goed, maar voelen ze zich wel ontzettend beroerd.

‘Het toeval bestond voor ons al niet, maar nu al helemaal niet meer’, gaat Irma verder. ‘De gebeurtenissen van de afgelopen maanden zijn geleid, dat kan niet anders.’ Ze wijzen naar het familieportret aan de muur. ‘We wilden al jarenlang zo’n foto maken, en afgelopen augustus is het daar eindelijk van gekomen. Deze laatste familiefoto is nu heel waardevol voor ons.’

Kees en Irma geloven dat niets buiten God om gebeurt, ook het ongeluk niet. ‘De tijd die Gertjan gekregen heeft, was negentien jaar en twee maanden. En of hij nu met een parachute sprong of niet, zijn tijd was daar.’ Maar dat blijft moeilijk. ‘Als het daadwerkelijk jouw zoon is die uit de bloei van zijn leven gehaald wordt, moet je dat een plaats geven. De eerste schok is eraf, maar het zorgt voor blijvende schade.’

Vlak na het ongeluk werden ze geleefd. Maar ze ontvingen veel hulp van anderen, ook van veel jonge mensen. ‘Ik vond het heel lastig hun diepe verdriet te zien, terwijl je zelf ook zo verdrietig bent’, zegt Irma. ‘Doordat het nu minder druk is, heb ik meer tijd het te verwerken, bijvoorbeeld door spullen van Gertjan op te ruimen.’ Kees werkt inmiddels weer halve dagen. ‘We vinden het fijn om ook weer dingen op te pakken, het is niet goed om te blijven zitten.’

Het geloof is hun houvast. ‘Ik had het anders niet gered’, zegt Kees. ‘We vragen ons weleens af hoe we dit proces zonder geloof hadden ervaren. Wat blijft er dan over? Dan zou je bijna zeggen dat het zonde is dat we Gertjan hebben opgejut zijn havo te halen. Nu kunnen we onze zegeningen tellen. Hij is heel gelukkig geweest in het leven dat hij van God kreeg.’ Voor Irma bemoedigt Psalm 8. Ze gebruikten het bij Gertjans doop, en in de begrafenisdienst lieten ze een PowerPoint-presentatie van de psalm zien die Gertjan jaren geleden had gemaakt voor een schoolopdracht.

‘In Psalm 8 staat dat God alles heeft gemaakt. Het heelal, de sterren. Dat maakt je klein. We zijn als pluizen in de wind. En het gaat over nieuw geboren kinderen. Dat God de deur voor hen niet sluit. Wij geloven dat we daar met Gertjans opvoeding aan hebben bijgedragen.’

Dit weekend is het ook bij de familie Meliefste Pasen, het feest van de overwinning op de dood. Ze ervaren het niet als extra speciaal nu. Kees tekent er wel bij aan: ‘Zonder Kerst en Pasen, en de betekenis van Jezus daarin, was Gertjan niet geweest waar hij nu is: de hemel.’

alert gereageerd

De afgelopen tijd kende ook mooie momenten, waarin Kees en Irma God terugzagen. Zo vloog tijdens de begrafenis, na het neerdalen van de kist, een vliegtuigje van de vliegclub over als een laatste eerbetoon. ‘Het was zulk slecht vliegweer, maar het ging precies op tijd. Het was of we God zelf over zagen vliegen, om het oneerbiedig te zeggen’, zegt Irma.

Ook bezochten ze het parachutecentrum, waar ze met de medewerkers onder andere over het geloof spraken. Maar moest daarvoor zoiets verschrikkelijks gebeuren? ‘Dat is iets wat waar we nooit een antwoord op zullen krijgen’, zegt Irma.

In het parachutecentrum legden de instructeurs tot in detail uit hoe de opleiding werkt. ‘Daardoor weten we nu dat parachutespringen eigenlijk niet gevaarlijk is, maar het kan altijd fout gaan’, zegt Kees. ‘Zijn parachute is waarschijnlijk niet goed uitgegaan, maar we weten dat Gertjan er alles aan heeft gedaan om het te laten lukken. Hij heeft alert gereageerd, zoals we hem kenden.’

De mensen van de Gooise zweefvliegclub spreken ze ook regelmatig. Ze hoorden verschillende verhalen over wat Gertjan voor hen betekend had, hoe sociaal hij was en betrokken op de ander.

Bij al die verhalen wisten ze: zo was Gertjan. Daar zijn ze blij mee. ‘We hoorden geen verrassende dingen. Zo weten we dat hij hij daar zichzelf was, en er getuigde van zijn geloof.’ Maar ze missen hem des te meer. Ze staan ermee op, en gaan ermee slapen. Kees en Irma zijn even stil en knikken voorzichtig. Dan zegt Kees, met een glimlach op zijn gezicht: ‘Het was een gave gast.’

Voordat Gertjan verongelukte, wilde hij met een groepje van de vliegschool een zweefvliegtuig kopen. Dat vliegtuigje is inmiddels gekocht, en Kees en Irma krijgen regelmatig foto’s doorgestuurd van het opknapproces. Het toestel heeft ook al een naam waarmee het opgeroepen wordt: GM.

Komend voorjaar gaan Gertjans ouders kijken naar het vliegtuigje. Dan weten ze dat wanneer het toestel in de toekomst opstijgt, er naar de verkeersleider beneden geen Golf Mike doorgegeven wordt. Er klinkt ‘Gertjan Meliefste’. ◆

Bijlagen

Fotoserie, 4 foto's
PDF Print Stuur door