Oorzaak van insectensterfte is al bekend: chemische bestrijdingsmiddelen

Toxicoloog Hans Tennekes: ‘Zonder insecten gaan mensen er ook aan.’ Nederland
Toxicoloog Hans Tennekes: ‘Zonder insecten gaan mensen er ook aan.’ | beeld Carel Schutte
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Toxicoloog Henk Tennekes is blij dat er eindelijk onrust ontstaat over de insectensterfte. Maar de belangrijkste boodschap blijft volgens hem achterwege: het zijn recente, chemische bestrijdingsmiddelen die de insecten doden. ‘Die moeten direct van de markt.’

Zutphen

In 63 beschermde natuurgebieden in Duitsland is sinds 1989 het totale aantal insecten met 80 procent afgenomen. Deze onderzoeksresultaten gingen vorige week de wereld over, hoewel ze al lang bekend waren. Ook het Nederlands Dagblad schreef er in april al over. Het onderzoek kwam opnieuw in het nieuws, doordat ecologen van de Radboud Universiteit er met hun Duitse collega’s een artikel over publiceerden in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Toxicoloog Henk Tennekes (66) voorspelt al sinds 2009 dat de insecten zullen uitsterven door neonicotinoïden. Dit is een groep chemische bestrijdingsmiddelen die begin jaren negentig op de markt is gekomen. Ze worden kortweg neonics genoemd.

Tennekes is veertig jaar toxicoloog. Hij werkte twintig jaar in het kankeronderzoek en is nog altijd consultant voor chemische bedrijven. Toen hij ontdekte dat in de jaren negentig neonics op de markt waren gekomen en hij las dat de giftigheid van deze insecticiden niet alleen afhankelijk is van de dosis, maar ook van de tijd, schrok hij erg. Dit werkingsprincipe kende hij uit het onderzoek naar kankerverwekkende stoffen. ‘Voor zulke stoffen bestaat geen veilige dosis, geen drempelwaarde. Het gif werkt in kleine hoeveelheden langzamer, maar het werkt wel’, vertelt hij.

Neonics tasten het zenuwstelsel van insecten aan, waardoor ze uiteindelijk sterven. Het zijn ‘systemische insecticiden’, wat betekent dat het gif als een laagje om het zaad wordt aangebracht, waardoor de hele plant giftig wordt. ‘Als een insect van de bladeren vreet, krijgt het het gif binnen. Vlinders en bijen krijgen het via de nectar en het stuifmeel binnen. In de honing zit het dus ook’, vertelt Tennekes.

Eerder deze maand bleek dat driekwart van de honing met neonics is verontreinigd. Zwitserse onderzoekers hadden een steekproef gedaan met honingpotjes afkomstig van regionale producenten op verschillende continenten, waarover ze publiceerden in het tijdschrift Science. ‘Milieuverontreiniging met neonicotinoïden is dus een wereldprobleem’, constateert Tennekes.

restanten

Of neonics de gezondheid van mensen rechtstreeks schaden, is niet aangetoond, maar dat betekent niet dat ze ongevaarlijk zijn, stelt de toxicoloog. ‘We zien dat sinds de introductie ervan autisme, ADHD, gedragsproblemen en afname van intelligentie bij jonge kinderen meer voorkomen. Daarvoor worden allerlei redenen gegeven, maar het kan ook samenhangen met restanten van deze bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen. De foetus die zijn hersenen ontwikkelt, is gevoelig voor chemische stoffen en de placenta biedt geen enkele bescherming tegen neonics.’

Mensen worden hoe dan ook geraakt door insectensterfte, want door het gebrek aan insecten storten hele voedselketens in. Ook verliezen we gratis ‘diensten’ van insecten, zoals bestuiving en het afbreken van organisch materiaal. ‘Zonder insecten, gaan mensen er ook aan’, zegt ­Tennekes.

Niet alleen de akkers worden vergiftigd met neonics. Het gif verspreidt zich in de wijde omgeving tot in de beschermde natuurgebieden. ‘Omdat het gif in het zaad zit, spoelt het makkelijk uit in de bodem’, legt Tennekes uit. ‘Maar 20 procent ervan wordt door de plant opgenomen, 80 procent blijft in de bodem en sijpelt als het regent door naar het grondwater. Of het wordt, als de bodem verzadigd is van water, afgevoerd in het oppervlaktewater. Het zit ook in de bermen. Daar nemen wilde planten het op. Neonics breken slecht af, waardoor ze in het milieu en in voedselketens opstapelen.’

Tennekes heeft zijn collega’s bij ­Bayer – de fabrikant van neonics – op deze gevaarlijke werking geattendeerd, maar vond weinig weerklank. Daarom heeft hij in 2010 een boek gepubliceerd waarin hij waarschuwde voor de werking van neonics: The Systemic Insecticides: A Disaster in the Making (de systemische insecticiden, een ramp in wording). In dit boek voorspelde hij ook al dat de vogels in aantal achteruit zouden gaan, doordat het merendeel van de vogelsoorten voor hun voortbestaan afhankelijk is van insecten.

Hans de Kroon, hoogleraar ecologie aan de Radboud Universiteit, pleitte vorig week in het tv-programma De Wereld Draait Door voor verder onderzoek naar de insectensterfte. Volgens Tennekes is dat niet nodig. ‘Alleen al op grond van de werking van neonicotinoïden kun je voorspellen dat insecten uitsterven. Dat is nu juist de kracht van de toxicoloog. Die houdt zich bezig met het bepalen van risico’s. Ik vind het onbegrijpelijk dat deze middelen op de markt zijn toegelaten.’

geen tijd meer

Er is bovendien geen tijd meer om verder onderzoek af te wachten. ‘Er is zoveel bewijs dat neonics gevaarlijk zijn en er zijn sterke aanwijzingen dat 80 procent van de insecten al weg is. We moeten deze stoffen per direct verbieden.’

Zelfs als zo’n verbod er komt, gaat de ‘insectenmoord’ door, zegt Tennekes, doordat neonics zo slecht afbreken. ‘Als we er nu mee stoppen, kan het nog wel een jaar of tien duren voordat insecten er geen last meer van hebben.’

De Tweede Kamer heeft al moties aangenomen van Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren voor een verbod op neonics, maar de regering heeft die om ‘juridische redenen’ niet uitgevoerd, vertelt Tennekes. ‘Ik denk dat het meer de invloed van de industrie is. Ik moet de laatste tijd vaak aan de vrijheidsstrijder Che Guevara denken. Hij was minister van Handel en Industrie in Cuba. Toen hij een voordracht bij de Verenigde Naties gaf, vroeg iemand hem: wat is er mis met het kapitalisme? Hij zei: het probleem is dat er een paar mensen aan de touwtjes trekken die je nooit te zien krijgt.’ <

onderzoek in Nederland

In Nederland is ook onderzoek gedaan dat duidt op een sterke afname van het aantal insecten. In het Nationaal Park Dwingelderveld in Drenthe zijn in 1991 en in 2008 loopkevers geïnventariseerd. Beide keren zijn op dezelfde plekken vangblikken ingegraven op de heide. In 1991 werden 45.000 loopkevers, verspreid over 94 soorten geteld. In 2008 nog maar 15.000 verspreid over 78 soorten. Ook zijn we volgens tellingen van Sovon in Nederland tussen 1960 en 2012 driekwart van de boerenlandvogels kwijtgeraakt.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?