Natuur: Sponsgallen

De meeste aardappelgallen zijn al bijna helemaal zwart, maar bij sommige zie je nog de geelbruine tint waar ze hun naam aan danken. Nederland
De meeste aardappelgallen zijn al bijna helemaal zwart, maar bij sommige zie je nog de geelbruine tint waar ze hun naam aan danken. | beeld Kees de Heer
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
De meeste aardappelgallen zijn al bijna helemaal zwart, maar bij sommige zie je nog de geelbruine tint waar ze hun naam aan danken. Als je in deze tijd van het jaar onder eikenbomen gaat zoeken, heb je een grote kans dat je de ‘meerkamer­flats’ van galwespen kunt vinden.

Alle aardappelgallen zijn te danken aan piepkleine wespen die ’s winters actief zijn. Deze vleugelloze plantenetertjes komen niet af op limonade of op andere zoetigheid, want op eikenbomen vinden ze eigenlijk alles wat ze nodig hebben.

Het verhaal van iedere aardappelgal begint op een koude winterdag. Een ongevleugelde wesp loopt over de grond, zoekt een eikenboom en loopt over de stam naar het uiteinde van een van de takken. Bij de knoppen gaat de wesp aan het werk. Ze wurmt haar lange legboor tussen de knopschubben en blaadjes door naar de groeipunt in de top. Daar beschadigt ze enkele blaa …
Dit is 8% van het artikel.

Meer lezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Of lees via
Paywall
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief