'Knuffelengel' Gerard heeft eindelijk een dak boven zijn hoofd

Ex-dakloze ‘knuffelengel’ Gerard: Ik houd ervan mensen die ik goed ken even een knuffel te geven.’ Nederland
Ex-dakloze ‘knuffelengel’ Gerard: Ik houd ervan mensen die ik goed ken even een knuffel te geven.’ | beeld Christiaan Zielman
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Na 21 jaar op straat kreeg Gerard een jaar geleden zijn eigen flat. Hij ziet zijn verhaal als teken van hoop. Wat gelooft hij, en wat moet hij ermee doen?, vraagt Gerard zich af.

Ex-dakloze Gerard (39) draait mee in het twitterproject @straatvogels024 van het Kruispunt Nijmegen, een interkerkelijke opvang voor thuislozen. Sinds een pastor hem twee jaar geleden een smartphone in de handen drukte, maakten zijn twittervolgers via een stortvloed aan berichten mee hoe hij zich ontworstelde aan een langdurig bestaan als zwerver. ‘Vorig jaar zat ik nog driftig af te tellen in de #nachtopvang #exdakloos. Nu zit ik elke dag van #eigenplekje te genieten.’ Na 21 jaar op straat te hebben geleefd, kreeg Gerard op 5 december 2014 een eigen dak boven zijn hoofd. Sindsdien spinnen zijn tweets van tevredenheid. Het zit meestal in kleine dingen: het bakken van een cake, een fietsritje, of simpelweg droog op de bank zitten of in je bed liggen, terwijl het buiten stormt of regent.

De ex-dakloze woont in een flatje dicht bij het centrum van Nijmegen. De man die de deur opendoet, heeft het geld niet om zich te bekommeren om mode. Hij is gekleed in een simpele spijkerbroek en T-shirt. Springerig grijs haar prijkt boven een paar bolle wangen. Hij straalt kwetsbaarheid uit, een innemende glimlach rond een door slechte verzorging tandeloos geraakte mond. Zo iemand die te vriendelijk is, en soms te eigenwijs, voor deze wereld. Zorgzaam ook, blijkt uit het verzoek aan de journalist om vooral rustig te rijden op de drukke weg.

wonderen

Zijn achternaam wil hij per se niet in de krant.

Zijn naam op Twitter spreekt boekdelen over zijn karakter: ‘Gerard knuffel engel’. Waarom deze naam? ‘Nou gewoon, ik houd ervan mensen die ik goed ken even een knuffel te geven.’ In zijn huis hangt een rooklucht. De flat is eenvoudig ingericht: een tafel met stoelen, daarboven een hanglamp, een grijze stoffen bank, een bruine leren stoel en een dressoir. Toen hij erin trok, had hij geen cent te makken. Een oproep op Twitter deed wonderen: alles kreeg hij van zijn volgers, tot aan de rode vloerbedekking toe. In de kamer valt het oog meteen op een butler tray met kaarsjes, een houten hart met een afbeelding van een engel en een plankje met een reliëf van biddende handen. ‘Mijn huiskameraltaar’, legt Gerard ongevraagd uit. Hij is een liefhebber van kaarsjes, getuige de aangebroken zak met waxinelichtjes die in de kamer rondslingert. Sinds hij op zichzelf woont, heeft hij wel tien kilo verbruikt. ‘Ik brand de hele dag door kaarsjes voor mensen om me heen die een lichtpuntje kunnen gebruiken.’ Hij aarzelt even, zoekt naar de juiste woorden, voor hem continu een uitdaging. Dan komt als uit het niets de opmerking. ‘Maar ook om te blijven denken aan Jezus.’

In Tiel leidde de ex-dakloze een ‘normaal leven’ met een vader, een moeder en een zus. Hij volgde de lts. Het ging mis toen zijn vader, vrachtwagenchauffeur, plotseling overleed. ‘Daar heb ik het heel erg moeilijk mee gehad. Mijn vader en ik waren twee handen op een buik. Hij reed op een vaste vrachtwagen voor een meubelfabriek. Ik ging vaak mee, soms naar het buitenland. Dat viel allemaal weg.’ Er was gedoe over geld, een paar dagen na de begrafenis trof hij zijn moeder met een andere man in bed aan. ‘Ik heb hem eruit geslagen.’ Hij stelde zijn moeder voor een keuze: hem of die man. Zij koos voor haar nieuwe relatie.

Het begin van Gerards verhaal lijkt op dat van de verloren zoon. Hij pakte zijn spullen en sliep in hotels. Het geld van zijn vader ging op aan drank en gokken. Waarom zocht hij geen huis en werk? ‘Tsja, mijn hoofd zat te vol. Ik was boos op mijn moeder en had verdriet om mijn vader. Ik kon er ook niet over praten. Nu weet ik dat het geen zin heeft om je pijn weg te drinken. Toen niet. Ik duwde alle hulp van me af.’

Het verhaal van deze verloren zoon kende geen vaderfiguur die hem met open armen ontving, maar eindigde in een leven op straat. Van zijn laatste centen kocht Gerard een tentje, een slaapzak en een gasbrander. Hij was zeventien jaar toen zijn leven als dakloze begon. Hij zwierf door heel het land, maar probeerde altijd in een natuurgebied te slapen. ‘Ik zocht de rust op. In de stad kom je niet in slaap. Stenen liggen veel harder. En je bent bezig je spulletjes in de gaten te houden. Voor je het weet pikt een andere dakloze jouw schoenen of jouw slaapzak.’

Het zwerversbestaan maakte van hem ‘een duiveltje’, zegt hij. ‘Je moet aan eten en drinken zien te komen. Daarnaast was ik alcohol- en gokverslaafd. Ik had voortdurend geld nodig voor whisky en wijn en voor de gokkast. Ik stal brood en andere levensmiddelen uit winkels. Uit oude gebouwen haalde ik koper dat ik voor een paar centen verkocht.’

Later raakte hij ook verslaafd aan medicijnen. De nachtopvang meed hij. Er zaten veel harddrugsverslaafden. ‘Ik wilde per se niet door hen in verleiding worden gebracht.’

Een rode lijn in zijn leven, tegendraads, vormt zijn geloof. Hij zegt altijd gevoeld te hebben dat Jezus bij hem was, ook op momenten dat hij bijna verdronk in de draaikolk van het daklozenbestaan. Zegt hij dat omdat zijn verhaal in een christelijke krant komt? Absoluut niet, bezweert hij, om vervolgens een uiteenzetting te geven over het verschil tussen religie en liefde. ‘De Schriftgeleerden in de Bijbel en de kerken doen aan religie. Maar met Jezus kun je een relatie hebben. Hij is liefde.’

Op een aantal momenten kwam Hij in aanraking met Jezus, zegt hij. De eerste keer was in 2000, in het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne, waar een groepje mensen van Revival Joy, tegenwoordig MCI Utrecht, stond te evangeliseren. De pinkstergemeente vangt zwakkeren in de samenleving op. In hetzelfde jaar kreeg hij ‘vanuit het niks’ op straat in Tiel een bijbel uitgereikt. De dakloze Gerard ging erin lezen en leerde Psalm 91, waarin staat dat God een toevlucht is, je beschermt. Een paar weken later zat hij op een bankje langs de rivier de Waal te piekeren over deze psalm. Hij voelde zich eenzaam en had honger. ‘Ik zei tegen God: “Laat me weten dat U er werkelijk bent.” Twintig minuten later kwam er iemand met soep en broodjes langs.’ Van deze man heeft hij veel geleerd over het geloof. Hij woonde anderhalve maand bij hem en bij zijn vrouw en dochter.

gedoopt

Een jaar lang las hij de Bijbel intensief, onderstreepte passages met markeerstiften. Uiteindelijk belandde hij in een afkickprogramma van Revival Joy in Utrecht. Het lukte hem de drank en de pillen te laten staan. Op 17 november 2007 werd Gerard gedoopt. In die tijd droeg hij een pak en evangeliseerde hij op straat. Toch kwam de drang te vertrekken weer op. ‘Ik wilde een dvd over mijn doop verkopen, maar dat mocht niet. Ik wilde niet over me laten heersen en heb mijn spulletjes gepakt.’ Hoe komt het dat hij zo’n moeite heeft met autoriteit? ‘Mijn vader was mijn autoriteit. Hij was de enige naar wie ik luisterde. En als je overal alleen voor staat, is het moeilijk gezag van anderen te aanvaarden.’

Het verhaal van de verloren zoon krijgt alsnog een wending ten goede. Het jarenlange verblijf buiten, sloopte Gerards lichaam. Hij kreeg last van hartfalen en belandde in het ziekenhuis. Toen ging het snel: op aanwijzen van het Kruispunt, waar hij in de opvang belandde, en de GGD kreeg hij via PlusHome, een organisatie voor woonbegeleiding, zijn flatje in Nijmegen.

Is zijn verhaal een teken van hoop? Gerard zegt ‘ja’, al realiseert hij zich dat niet iedere dakloze zijn voorbeeld zal volgen. ‘Ik hoop dat mensen er iets aan hebben, al was het alleen maar dat het niet vanzelf spreekt dat je een huis hebt of een dure auto onder je kont. Bedenk dat er een ander kant zit aan onze samenleving, die van arme, eenzame mensen.’

Via een schrijfproject van het Kruispunt is hij bezig zijn memoires als dakloze op papier te zetten. Het boekje moet volgend jaar verschijnen.

Op dit moment bezoekt de ex-zwerver geen kerk of gemeente. Hij bezint zich op wat hij nu precies gelooft en vooral wat hij ermee moet doen. ‘Mijn grootste wens is met steun van mijn hemelse Vader een christelijke opvang op te zetten – niet alleen voor daklozen, maar ook voor mensen die eenzaam zijn of iemand hebben verloren.’ Met een mengeling van berusting en verwachting in zijn stem: ‘De tijd daarvoor is nog niet gekomen. Eerst maar eens genieten van mijn eigen huisje.’ ●

PDF Print Stuur door

Elke dag een nieuwsbrief

Elke dag het ND