Kloosterlingen stellen ‘menslievende’ zorgtraditie veilig

Nederland
beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Paters en zusters proberen christelijke waarden weer aan de man te brengen in de zorg.

Maar in een context waarin cijfers en protocollen regeren, is het moeilijk tijd te vinden voor meer menselijkheid.

Roermond

Jan Vervuurt (90) zit op het bordes van kasteel Schöndeln in Roermond. Twee dagen geleden heeft hij zijn intrek genomen in het nieuwe verpleeghuis in dit gebouw dat nog als klooster gebruikt wordt. Nu wacht hij op zijn vrouw Therése (89). Door haar opnames in ziekenhuis en verpleeghuis waren zij drie maanden noodgedwongen gescheiden. Vandaag wordt het echtpaar, dat al 64 jaar getrouwd is, herenigd.

Schöndeln is sinds 1926 eigendom van de camillianen, een katholieke kloosterorde die zich vooral richt op ziekenverzorging en pastoraat. De congregatie heeft aan verslaafden, zwerfjongeren en ouderen zorg geboden en zelfs een verpleeghuis op het terrein opgericht. Verpleeghuis Camillus is echter te veel afgedreven van de oorspronkelijke christelijke motivatie om te zorgen, vinden de drie overgebleven camillianen. Ze typeren die christelijke visie met de term ‘menslievend’. Om hun erfgoed veilig te stellen, hebben zij hun klooster laten verbouwen tot zorghuis. Deze maand nemen de eerste bewoners van Zorghuis Roermond hun intrek bij de kloosterlingen die maar een klein deel van het pand blijven bewonen. In totaal kunnen er straks maximaal 26 ouderen wonen.

campagne

De camillianen begonnen dit najaar met negen andere kloostergemeenschappen een campagne om te zorgen dat hun gedachtegoed over menslievende zorg bewaard blijft. De broeders en zusters uit de kloosters stonden in de negentiende en twintigste eeuw aan de basis van vele ziekenhuizen, verpleeghuizen en opleidingen in ons land. Minstens 65 procent van de ziekenhuizen heeft een religieuze oorsprong. Nu maken de religieuzen zich zorgen omdat de zorg in hun ogen steeds zakelijker wordt. De markt regeert en niet de naastenliefde waar het hun om begonnen was. ‘Er is nu te veel nadruk op wat meetbaar is’, vindt ook projectleider Marije Vermaas van Reliëf, een christelijke vereniging van zorgaanbieders. Reliëf steunt het project van de religieuzen. ‘We willen zorgen voor een olievlek zodat meer mensen gaan praten over wat echt belangrijk en van waarde is in de zorg.’

Jan en Therése Vervuurt uit Roermond waren drie maanden noodgedwongen van elkaar gescheiden. Na een val en ziekenhuisopname was Therésè zo verward, dat zij niet meer thuis kon wonen. In een gewoon verpleeghuis zou geen plaats zijn voor haar echtgenoot. Zorghuis Roermond heeft een mooie ruime kamer voor beiden. Gespannen wacht Jan de komst van zijn vrouw af. Als de taxibus komt voorrijden, gaat hij vol verwachting staan. De tranen springen in zijn ogen. Dochter Ine slaat een arm om haar vader heen. Haar zus Marga duwt de rolstoel van haar moeder de lange rolstoelhelling op, waar het echtpaar elkaar innig omhelst en kust. Even later zitten zij als een kasteelheer- en vrouw naast elkaar aan de grote tafel in de eetzaal. ‘We hebben eindelijk weer een plek om samen te zijn’, zegt Jan vergenoegd.

Dit is de zorg die de camillianen voor ogen hebben en in die hun ogen verkwanseld is in het andere verpleeghuis op hun terrein, waarmee zij de oprit nog delen. ‘Als je verpleeghuis Camillus heet, dan is die naam een opdracht’, zegt pater Paul Schreur fel. Nadat Camillus in 2010 opging in De Zorggroep bij een grote fusie, ging het ‘schrikbarend snel achteruit’.

In een organisatie met bijna achtduizend medewerkers, en meer dan tienduizend cliënten, is de mens een nummer geworden, is zijn klacht. ‘In het gebouw kwamen zogenaamd kleine woonvormen, maar de organisatie is veel te groot en beslissingen worden op afstand genomen.’

Schreur kwam in contact met Sandra Xhofleer-Peters, die na jarenlang als verpleegkundige te hebben gewerkt, uit onvrede zelf een zorghuis in Tienray had geopend. Ze werkte vanuit een vergelijkbare motivatie als de camillianen. ‘Wij verbouwen het klooster en verhuren het. Wij zijn te oud om zelf nog zorg te leveren’, zegt Schreur.

naar draagkracht

De pater laat het klooster zien, waar de laatste verbouwingswerkzaamheden nog in volle gang zijn. Het pand kreeg een lift, kamers werden bij elkaar gevoegd en kregen een eigen badkamer. De drie camillianen betrekken een bescheiden appartement op de eerste verdieping. Ook de kapel is verbouwd, zodat er meerdere rolstoelen kunnen staan.

Bewoners hoeven niet rooms-katholiek te zijn om hier te wonen. Xhofleer is zelf wel katholiek en deelt de waarden van de camillianen. ‘In mijn werk had ik het gevoel de bewoners tekort te doen. Er ging steeds meer geld naar de organisatiekosten en op de patiënt werd bezuinigd. Die kreeg een label van een zorgzwaartepakket opgeplakt, in plaats van aandacht voor zijn individuele behoeften.’

In Zorghuis Roermond zijn straks zo’n zes medewerkers tegelijk actief. Veel meer dan bij de grote zorginstellingen, stelt Xhofleer. ‘Wij zijn veel minder geld kwijt aan de organisatiekosten.’ Bewoners betalen zelf naar draagkracht voor hun verblijf, maar maximaal 30 euro per dag. Een soort kamerhuur en leefgeld. ‘Eigenlijk leveren we hier gewoon thuiszorg. Maar mijn medewerkers mogen zelf kiezen hoelang zij bij een patiënt blijven, of zij met hem gaan wandelen. Pas als zij in de zusterspost blijven zitten, hoor je mij.’

brede deskundigheid

De Zorggroep herkent zich niet in het beeld dat Schreur en Xhofleer schetsen. Op het terrein van Camillus wonen ouderen in kleine woongroepen, waar zij de zorgverleners kennen. Er is een centrum voor palliatieve zorg, er komt een theehuis. ‘Onze cliënten zijn tevreden over onze zorg’, zegt woordvoerder Nikit Rempkens. ‘Wij leveren binnen de wetgeving en financiering de best mogelijke zorg. Wil je daaraan iets veranderen, dan moet je bij de politiek zijn.’ Het voordeel van een grote zorggroep is volgens hem dat zorgverleners met allerlei deskundigheid binnen een organisatie werken. Door de zorg kleinschalig te organiseren, is het aanbod toch gericht op wat de cliënt wil, stelt Rempkens.

Omdat de regels voorschrijven hoeveel uren zorg een cliënt krijgt, is de zorg wel gericht op een lijst van handelingen die in die tijd verricht moeten worden. Volgens de woordvoerder is dit onontkoombaar, tenzij je extra geld van bewoners vraagt. Om die zorg aan te vullen heeft De Zorggroep een vriendenstichting die dankzij giften extra activiteiten voor bewoners organiseert. Hierbij worden ook veel vrijwilligers ingezet. De Zorggroep vindt het Zorghuis van de camillianen een prima initiatief, maar wil geen discussie aangaan over de verschillende visie op zorg.

kleine dingen

Moet de écht menselijke aandacht zoals een gesprek of wandeling van vrijwilligers komen, zoals bij De Zorggroep, of is dit onlosmakelijk verbonden met het beroep van zorgverlener, zoals de camillianen voorstaan? Wat kunnen zorgmedewerkers die midden in de door marktwerking en protocollen geregeerde zorgwereld werken met de boodschap van de religieuzen? ‘Menselijkheid in de zorg zit in hele kleine dingen: iemand aankijken en begroeten als je binnenkomt, en niet alleen de medicijnen neerzetten. Dat hoeft niet veel tijd te kosten en je merkt dat het de wederzijdse sfeer ten goede komt’, zegt zuster Riet Hendriksen van de Zusters van de Voorzienigheid uit Heemstede. Haar congregatie stond aan de basis van de campagne van de kloostergemeenschappen om meer aandacht voor menslievende zorg te vragen.

Hoe kan het dat zorgverleners dat kwijt lijken te zijn? ‘In de haast, en door dwang van bovenaf. Als je weet dat je tien handelingen in een uur moet doen, geeft dat een gevoel van werkdruk. Dat merkt een cliënt onmiddellijk. Wanneer je ontspannen en vriendelijk bent, werkt dat veel fijner.’

De orde in Heemstede telt nog 67 zusters, met een gemiddelde leeftijd van 85. Zij hebben vooral zorg nodig. Hendriksen is met haar 73 jaar ‘een jonkie’. Door medewerkers in de zorg aan te spreken, hopen de religieuzen dat hun gedachtegoed behouden blijft als hun congregaties ophouden te bestaan. ‘Wij kunnen maatschappelijk niet zoveel meer doen omdat we die krachten niet meer hebben. De meesten zijn gepensioneerd. Maar we kunnen anderen nog wel inspireren.’

moreel appel

Volgens Inge van Nistelrooij, zorgethicus aan de Universiteit voor de Humanistiek, vindt de zorgvisie van de congregaties veel weerklank in de zorgwereld. ‘Het lastige is dat je individuele zorgverleners opzadelt met een moreel appel in een context die daar steeds minder geschikt voor is. Ik zie veel verpleegkundigen die vrijwilligerswerk gaan doen naast hun baan om daar de aandacht te schenken, die zij in een professionele setting niet meer kunnen bieden.’

Na de overdracht van zorgtaken naar gemeenten, doet de overheid weer een groter beroep op de onderlinge zorgzaamheid van burgers. Het initiatief moet net als bij de religieuzen weer van onderop komen.

In theorie klinkt dat mooi, maar de regering rekent met een niet-bestaande werkelijkheid, stelt Van Nistelrooij. ‘Is de burger nog wel in staat zijn eigen weg te vinden naar zorg, elkaar de juiste hulp te bieden? Hier en daar zie je van onderop goede nieuwe initiatieven ontstaan. Maar de volgorde is verkeerd. Er is begonnen met een hervorming, zonder vangnet. Dat had er eerst moeten zijn.’

Of de nalatenschap van de religieuzen na de campagne zal blijven hangen, is ongewis. In heel zorgend Nederland is het initiatief slechts een druppel op de gloeiende plaat, erkent Schreur. ‘Maar wij doen hier het maximale. De camillianen hebben altijd gekeken waar de nood is in de samenleving. Het gebrek aan menslievende zorg is dé nood van onze tijd.’ <

glossy, tv-serie en kloosterdagen

Het Project Menslievende Zorg van de tien religieuze congregaties en de christelijke vereniging van zorgaanbieders Reliëf wil zorgmedewerkers de komende jaren op meerdere manieren motiveren. In september zendt de KRO-NCRV een vierdelige serie uit waarbij een kloosterzuster of pater terugkeert naar zijn vroegere werkvloer en met nieuwe medewerkers praat over de zorg. In oktober verschijnt de glossy Zin in zorg. Op verschillende data in 2015 en 2016 worden kloosterdagen georganiseerd waar zorgverleners worden uitgenodigd in de kloosters om over hun eigen bezieling te spreken. In het voorjaar van 2016 volgt nog een lesbrief voor zorgopleidingen in mbo en hbo over de inzet van de religieuzen voor de zorg.

tussen protocol en naastenliefde

In weeshuizen van religieuzen zaten ook kinderen zonder moeder, van wie de vader werkte. Zusters stonden niet aan de poort met een checklist, maar zagen eerst de nood en losten die op. Dat spreekt zorgethica Inge van Nistelrooij aan in het gedachtegoed van de kloostergemeenschappen. De zorg die kloosterordes boden, was echter ook lang niet perfect. De misbruikzaken in de Rooms-Katholieke Kerk liggen nog vers in het geheugen. ‘Het misbruik is een inktzwarte bladzijde uit de geschiedenis. Er was ook sprake van gevoelsarmoede, te strenge tucht en orde waardoor mensen schade is toegebracht. Dat moeten we niet verbloemen.’ Protocollen zijn dus zeker niet overbodig, stelt Van Nistelrooij, zolang ze ondersteunend zijn. ‘Wat we nu doen, met te veel geloof in protocollering, zie ik net zo goed als schade toebrengen aan mensen.’

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?