'Evangelische scholen hadden niet uitgevonden hoeven worden'

Nederland
HOUTEN - Gertjan Oosterhuis (1959) is een schoolmeester. Op de zolder van een kantoorpand in Houten, waar de centrale directie van De Passie huist, neemt hij van nature de touwtjes in handen. Hij loopt heen en weer van zijn stoel naar het bord. Met een rode stift werpt hij kernwoorden, tekeningetjes en schema's op het bord. Over de situatie in Wierden, waar De Passie een nieuwe vestiging wil opzetten, over hoe je de Bijbel een centrale plaats geeft in het onderwijs, over het moeras en de weg omhoog.
Dat moeras was diep. Jaren achtereen stelde de inspectie vast dat de kwaliteit van onderwijs op de evangelische school onder de maat was. Leerlingen kregen te weinig les, de kwaliteit van de lessen wisselde en de kwaliteit van de toetsen voldeed niet. Docenten klaagden over de werkdruk, een groep critici uit de gelederen van de school en de achterban vormde in het geheim een tegenbestuur dat klaar moest staan de zaak over te nemen als het bestuur zou vallen. Maar dat gebeurde niet. Het bestuur haalde Gertjan Oosterhuis binnen, directeur van de gereformeerde scholengemeenschap Guido de Brès …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?