Dierennamen helpen kinderen betere teksten te schrijven

Je moet tegenwoordig in de meest simpele beroepen al registraties kunnen bijhouden. Daar komt taalvaardigheid bij kijken. Nederland
Je moet tegenwoordig in de meest simpele beroepen al registraties kunnen bijhouden. Daar komt taalvaardigheid bij kijken. | beeld anp / Martijn Beekman
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Opschrijven wat je wilt vertellen, is voor zeventig procent van de basisschoolkinderen in de bovenbouw een pittige opgave. Promovendi Monica Koster en Renske Bouwer van de Universiteit Utrecht ontdekten hoe het roer drastisch om kan met hun programma Tekster. En het kost het onderwijs geen extra tijd, beloven ze.

Utrecht

Het was een rapport van de Onderwijsinspectie uit 2010 dat Koster en Bouwer op het spoor zette zich in 2012 te verdiepen in het schrijfonderwijs. ‘De inspectie meldde zich zorgen te maken over de kwaliteit van de schrijfvaardigheid aan het eind van de basisschool’, vertelt Koster. ‘En dat verbaasde mij. Het was vervolgens schokkend om te zien dat van de acht uur taalonderwijs per week er maar drie kwartier voor schrijven beschikbaar is. We leven in een tijd waarin digitalisering steeds verder oprukt en het daarmee belangrijker wordt dat je je goed kunt uitdrukken. Goed kunnen lezen is belangrijk, maar produceren van tekst ook. Je moet tegenwoordig in de meest simpele beroepen al registraties kunnen bijhouden. Daar komt taalvaardigheid bij kijken.’

Schrijfopdrachten zitten weliswaar in taalmethodes op school, maar krijgen te weinig aandacht, zegt Koster. ‘We zagen in ons onderzoek dat opdrachten geregeld werden overgeslagen omdat het nakijken zo veel tijd kost. Ze zijn ook lastig te toetsen, want je kunt er niet even een antwoordenboek naast leggen. Ook ontbreekt het aan ondersteuning en instructie voor de leerkracht.’

hoger plan

Koster en Bouwer besloten te onderzoeken wat nodig is om het schrijfonderwijs naar een hoger plan te tillen. ‘We hebben ons daarbij gericht op de bovenbouw, de groepen 6, 7 en 8. Dat is ook de periode waarin het leren schrijven van een inhoudelijke tekst aangeboden kan worden. Voor die tijd zijn leerlingen vooral nog bezig met het ontwikkelen van hun handschrift, leren ze zinnen maken en de spelling onder de knie te krijgen’, legt ze uit. ‘We besloten te gaan voor een dubbelpromotie, omdat we zagen dat het een groot onderzoeksproject was: ik hield mij vooral bezig met de didactiek en ontwikkelde lesmateriaal, terwijl Renske zich boog over de vraag hoe je dat kon toetsen en beoordelen. Dat sloot dus mooi op elkaar aan.’

Het onderzoek startte in 2012 en duurde vier jaar. In totaal deden er 144 leerkrachten en 2766 leerlingen mee, van 52 verschillende scholen. Koster ontwikkelde de schrijfstrategie Tekster, waardoor leerlingen op een speelse manier in overzichtelijke stappen leren schrijven. ‘Eigenlijk heel logisch.’

Het resultaat: na vier maanden werken met Tekster, boekten leerlingen al 1,5 leerjaar voorsprong. ‘Dat gebeurde in dezelfde drie kwartier per week die ervoor staat in het onderwijs. Systematisch en gestructureerd te werk gaan, levert dus al snel winst op.’

Tekster werkt aan de hand van drie dieren: de VOS voor groep 6, de DODO voor groep 7 en de EKSTER voor groep 8. De dierennamen zijn acroniemen: de letters staan voor de stapjes in het schrijfproces. VOS staat voor Verzinnen, Ordenen, Schrijven, DODO voor Denken, Ordenen, Doen, Overlezen en EKSTER voor Eerst nadenken, Kiezen en ordenen, Schrijven, Teruglezen, Evalueren en Reviseren.

Uit het onderzoek bleek verder dat niet alleen de methode, maar een goede instructie door de leerkracht minstens zo belangrijk is voor het succes.

‘Je moet kinderen voorbereiden op het type tekst dat ze gaan schrijven: is het een instructietekst met opsommingstekens, of een brief – dat soort dingen. In de methode wordt sterk ingezet op teksten voor bepaalde doelgroepen.’

Voor het beoordelen van het niveau van de teksten werd een standaard ontwikkeld. ‘We hebben een beoordelingsschaal gemaakt met ankerteksten, waarmee je dus kunt vergelijken. De kwaliteit van die teksten is gekoppeld aan scores als ‘gemiddeld’, ‘slecht’ of ‘heel goed’. Die scores zijn bepaald door een flinke groep docenten. Het is bedoeld om zo objectief mogelijk naar een tekst te kijken. Een toetsingskader was er tot op heden niet. Met deze schaal zie je hoe een leerling zich ontwikkelt over de leerjaren heen.’

Door het schrijfproces op te knippen in stapjes, komt de inhoud van een opdracht beter aan bod, ontdekte Koster. ‘Ze moeten al veel tegelijk doen: letten op handschrift en spelling bijvoorbeeld. Als je nu eerst gaat nadenken over de inhoud en volgorde en pas dan gaat schrijven, werkt dat beter. De eerste stappen zetten we in groep 6 en dat breiden we steeds verder uit, waardoor ze in groep 8 ook leren hun eigen tekst te evalueren en te verbeteren. Zo ontdekken ze dat een tweede versie altijd beter is.’

Dat laatste is nog een pittige klus, zegt Koster. ‘Maar ze hebben die bagage nodig voor de brugklas. Daar wordt het verder uitgebouwd.’ <

schep ruimte in het hoofd van het kind

‘Je wilt samen met je klasgenoten een dagje uit naar het pretpark. De meester of juf vindt dit niet zo’n goed idee. Jullie willen er toch alles aan doen om met z’n allen te gaan. Schrijf een brief aan je meester of juf, waarin je met goede argumenten probeert te overtuigen om toch met de klas naar dit pretpark te gaan. Maak in je brief duidelijk om wat voor pretpark het gaat.’

Het is een van de opdrachten die leerlingen die werken met het schrijfprogramma Tekster, krijgen voorgeschoteld. Liesbeth Mol, leerkracht van groep 8 van basisschool De Meent uit Waalre, is inmiddels vertrouwd met zulke opdrachten. Haar school was een van de 52 deelnemers aan het schrijfvaardigheidsonderzoek van Monica Koster en Renske Bouwer. ‘Ik ben een fanatiek gebruiker’, lacht ze. ‘Wij waren op school al langer ontevreden over het onderdeel creatief schrijven (schrijfonderwijs) binnen de reguliere taalmethode. Dit onderzoek kwam precies op het juiste moment. We merkten aan de leerlingen dat ze het vreselijk vonden om te schrijven over onderwerpen die niet echt bij hun belevingswereld staan. “Schrijf een weettekst over een olifant, de bergen of kies zelf een onderwerp”, was dan de opdracht. Maar dat was het dan. De stapsgewijze, interactieve aanpak die Tekster later aanbood, ontbrak. De kracht zit hem in de combinatie van al die stappen die kinderen steeds maken.’

Die stappen staan in het acroniem EKSTER: Eerst nadenken, Kiezen en ordenen, Schrijven, Teruglezen, Evalueren en Reviseren. ‘Kinderen worden op deze manier getraind in het schrijven van teksten, het geeft houvast voor kinderen én de leerkracht. Daarbij komen heel inspirerende, afwisselende opdrachten: er wordt een klachtenbrief gemaakt voor een buurvrouw van wie het hondje steeds op de stoep poept, er worden zakelijke brieven gemaakt, advertenties voor Marktplaats over je fiets die te klein is, uitnodigingen voor een musical, regels voor een spel, maar ook een recept voor appelflappen. Die we vervolgens natuurlijk ook even maken. Het past allemaal bij de beleving van de kinderen.’ De instructie is ook erg belangrijk, weet Mol. ‘Van tevoren hoorden we dat we moesten voordoen hoe ze het moesten aanpakken. Eerst dacht ik: maar dan ga je alles voorzeggen. Dat is niet de functie: je schept er ruimte mee in het hoofd van het kind, zodat het zich de stappen eigen kan maken. Ook het onderling feedback geven is van belang. Negen van de tien keer geven de kinderen in de klas commentaar op elkaars werk. Dat werkt. Op het werk van een ander zijn ze kritischer dan op dat van henzelf. En ze zien ook hoe het anders kan.’ Het resultaat vindt ze bijzonder: ‘Ik krijg totaal andere teksten dan voorheen. Er zit veel meer structuur in, kinderen zijn zich veel bewuster van de opbouw van hun verhaal.’

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?