De koets mag slijten, maar de traditie moet je koesteren

Nederland

Voorafgaand aan zijn grote beurt schitterde de Gouden Koets dinsdag voorlopig voor het laatst. Langs de route is de kostbare restauratie geen discussiepunt. Of toch, een enkeling twijfelt.

Den Haag

Een bocht naar links, door de poort van de koninklijke stallen van Paleis Noordeinde, en dan is de Gouden Koets uit zicht. Als ze het mag beleven, is Cocky Kik-van der Burg (76) tachtig als de koets op de derde dinsdag van september weer door de straten van Den Haag rijdt. Natuurlijk gaat ze hem missen, ze heeft ’m zeker al zestig keer zien rijden, ‘maar de Glazen Koets is ook prachtig’. Zo troosten de mensen langs de route zichzelf een beetje voor de drie, vier goudenkoetsloze jaren die gaan komen. Dat de stoffering van de bok en in de kast van de koets aan zijn eind is, de wielen wat gammel zijn en er een scheur in het linker deurpaneel zit, is niet te zien, maar is wel een waarheid die ieder langs de route gelaten aanvaardt. Maar de traditie is slijtvaster dan de koets. ‘Netjes opknappen, dat komt wel goed’, zegt Marinus Averesch uit Rijssen manmoedig, die zestien euro heeft neergeteld voor een plekje op de tribune langs de route. ‘Een paar tradities moet je in stand houden.’

'de koning is de paus niet'

Het is een refrein langs de dranghekken, samen met ‘die koets hoort er nou eenmaal bij’ en ‘we hebben al zo weinig tradities’. Over de – onbekende, maar ongetwijfeld forse – kosten van de grote beurt en het ‘racistische’ paneel dat het koloniale verleden zou verheerlijken, kun je hier maar beter niet beginnen. ‘Dat gehakketak’, zegt de naar eigen zeggen ‘ongelofelijk koningsgezinde’ Erna Vriesmaat uit Uithoorn. Nu het nog kan, wil ze de Gouden Koets heel graag in het echt zien rijden. ‘Het is nu of nooit, je weet niet wat er morgen gebeurt’, zegt ze vanonder haar bebloemde hoed. De Glazen Koets die de komende jaren het gouden exemplaar vervangt, mag slechts een tijdelijke oplossing zijn, vindt ze, ‘want de koning is de paus niet’. Ook voor groep 8 van de Eben Haezerschool in Genemuiden is het geen discussiepunt. Je kunt de koning toch niet op de fiets laten komen?

Zo koesteren de geduldige jonge en oude toeschouwers de sprookjesachtige traditie, met een mengeling van nostalgie en hedendaagse trots. Irene Pennings (70), die tactisch in een bocht aan het Lange Voorhout staat opgesteld, mijmert over de keer dat ze er als kind bij was in de Ridderzaal. Haar vader, werkzaam bij de meubelmakerij/stoffeerderij die tekende voor het stofferen van de troon, was dat jaar genodigd, vanwege zijn zoveeljarig dienstverband. En bij paleis Noordeinde denkt Cocky Kik terug aan de keren dat ze, zodra de hekken opengingen, zelf naar voren stormde om de koninklijke zwaaiscène vanaf het balkon van zo dichtbij mogelijk te aanschouwen. ‘Zo druk, en ik helemaal in paniek. En toch is dat het mooiste, die mensenmenigte, overal vandaan.’

kippenvel

Verderop, bij de koninklijke stallen, staan de grootste liefhebbers van het materieel. Voor hen geen zicht op de koning en koningin – die stappen om de hoek in en uit – maar des te meer op de paarden en rijtuigen. ‘Allemaal ceremonieel, toch krijg ik er kippenvel van’, bekent Richard Kapteijn, wiens neef meerijdt in de erecavalerie. ‘Zondag kwam ik Duitsers tegen die er helemaal idolaat van waren dat er zo veel wordt opgetuigd voor een generale repetitie.’

Even verderop staat de Katwijkse paardenliefhebber Luc de Milliano, die ooit in het koninklijke stallencomplex mocht kijken en die nog altijd onder de indruk is van de tuigenkamer uit de tijd van Wilhelmina en de koetsenhallen met klimaatbeheersing. Hij weet te vertellen dat het paard van Willem I hier ergens in opgezette vorm staat. Of de Gouden Koets een dure restauratie waard is, vindt hij ‘een lastige discussie’. Zelf heeft hij er geen problemen mee, maar al die uitgaven aan luxe vakantieverblijven, dure aanlegsteiger en dito speedboot kunnen tegen de koninklijke familie gaan werken, zegt De Milliano.

'zet de Gouden Koets in het museum'

De stoet passeert, de koning zwaait, de regen klettert, de mensen juichen. In de verte gaat de koets over de bouwput bij het Tournooiveld, waar afgelopen week speciaal voor deze dag een tijdelijk strookje asfalt is neergelegd. En dan is daar toch nog een kritische noot, gekraakt door Henk en Jannie Giebel uit Brunssum. ‘We moeten allemaal bezuinigen, is het dan wel goed om zo veel geld aan zo’n koets uit te geven?’, vraagt Jannie zich hardop af. ‘Er zijn genoeg andere koetsen die doelloos in de stal staan. Zet de Gouden Koets in het museum, dan kan iedereen hem zien en hoef je hem ook niet op te knappen. Dat is een mooi gebaar, toch?’ <

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Gerelateerde artikelen:

Nieuws