Bedrijf vervolgd om discrimineren stagiair

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De eigenaar van een agrarische groothandel in Drachten, die een homoseksuele sollicitant afwees omdat deze een vaste relatie heeft met een vriend, wordt door het OM vervolgd vanwege discriminatie.

Drachten

Dat maakte het Openbaar Ministerie donderdag bekend, kort nadat het College voor de Rechten van de Mens zich over de zaak had uitgesproken. Volgens dit college staat vast dat het Drachtster bedrijf een stagekandidaat afwees omdat hij openlijk homoseksueel is. Daarmee maakte het bedrijf zich schuldig aan discriminatie.

De 25-jarige student aan de Hanze Hogeschool solliciteerde in de zomer van 2015 bij de Drachtster onderneming naar een stageplaats. Na twee positieve kennismakingsgesprekken ontdekte de eigenaar, een 42-jarige man uit Opeinde, dat de sollicitant verkering heeft met een vriend.

‘Wij hebben iets gezien op je Facebookpagina, en dat is je seksuele geaardheid en vooral het uitleven van die geaardheid (je hebt een vriend)’, schreef hij daarop in een e-mail. ‘Dat je die geaardheid hebt is niet het punt, maar het uitleven daarvan wel. Wij zijn een christelijk bedrijf, en voor ons is dit een punt waar we ons niet mee verenigen mogen.’ ‘Daar God dit uitleven van je seksuele geaardheid nergens in zijn Woord goedkeurt, maar wel afkeurt, en voor ons zijn Woord als richtsnoer geldt, kunnen we je (daar ik Hem meer gehoorzaam wil zijn dan mensen) niet aannemen.’

Asscher

De afgewezen student maakte de gang van zaken in november publiek bekend via Facebook. De PvdA in de Tweede Kamer stelde daarop vragen over de kwestie aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. Die adviseerde de man aangifte te doen of naar het College voor de Rechten van de Mens te gaan. Dat deed hij, allebei, en ook de hogeschool deed aangifte. De eigenaar van de groothandel realiseert zich dat hij de wet heeft overtreden, maar hij kon niet anders, liet hij tegenover het college weten. Een ­homoseksuele relatie is in zijn ogen zondig en niet te verenigen met de christelijke waarden van het bedrijf. Het college echter oordeelt dat de bedrijfsleider zich hiermee schuldig maakt aan discriminatie.

Het Openbaar Ministerie vervolgt de bedrijfsleider nu op grond van artikel 429 van het Wetboek van Strafrecht. Dit bepaalt dat ‘discriminatie in de uitoefening van een bedrijf vanwege homoseksuele gerichtheid verboden is’. Het OM benadrukt dat het besluit tot strafvervolging niet strijdig is met de godsdienstvrijheid van een werkgever. De wet bepaalt namelijk dat de verdachte, ‘hoewel het hem vrijstaat zijn leven in te richten in overeenstemming met zijn geloofsovertuiging, anderen niet op grond van seksuele gerichtheid achter mag stellen of uitsluiten in de uitoefening van zijn bedrijf’.

Onderscheid tussen homoseksuele geaardheid en het ‘uitleven daarvan’, zoals de bedrijfsleider dat maakt, is volgens het OM niet legaal: ‘Door de wetgever is bewust gekozen voor de term ‘gerichtheid’ om daarmee duidelijk te maken dat discriminatie niet alleen vanwege de seksuele geaardheid verboden is, maar ook om het daarnaar leven.’ <

Links

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief