Annelien Bredenoord: Alleen dit leven

Nederland
beeld Jeroen Jumelet
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Annelien Bredenoord raakte als kind gefascineerd door wereldgodsdiensten. Ze sluit niet uit dat er nog een leven na dit leven is, maar het lijkt haar onwaarschijnlijk. Nieuwe medische ontwikkelingen moeten we niet tegenhouden, vindt ze, maar ethisch zo verantwoord mogelijk toepassen.

Zo vaak wordt ze niet naar God en geloof gevraagd, vertelt Annelien Bredenoord. Terwijl ze toch theoloog is. Ze vindt het leuk erover te praten: als meisje op de middelbare school besloot ze dat ze theologie wilde studeren. Vooral omdat het haar boeide wat het geloof met mensen doet. Al ging ze in haar jeugd weleens naar de kerk, zelf is ze altijd een buitenstaander gebleven. Over het geloof praat ze haast klinisch: God bestaat alleen in onze gedachten en in de verhalen die we over Hem vertellen.

Bredenoord, 38 jaar, is een medisch ethicus met grote invloed binnen D66. Op haar 35e werd ze Eerste Kamerlid voor die partij; afgelopen jaar was ze betrokken bij de onderhandelingen over medische ethiek in het regeerakkoord. Vorig jaar werd ze ook benoemd tot hoogleraar in Utrecht. Bredenoord is dus succesvol, maar relativeert dat meteen. Ze heeft het allemaal niet gepland. Het is het resultaat van ‘gedrevenheid’. Aan haar promotie in de medische ethiek begon ze vooral ‘omdat ik niet was uitgeleerd’. Gaat er ook weleens iets mis? ‘O, in de wetenschap gaat veel mis. Artikelen die worden afgewezen, beurzen die je niet krijgt. Nee, het is echt niet alleen een succesverhaal.’

Bredenoord groeide op in het Utrechtse Groenekan, als middelste kind tussen twee broers. Haar ouders werkten in de stad Utrecht: vader als huisarts in de probleemwijk Overvecht, moeder als lerares op een basisschool in Zuilen. Al vanuit haar jeugd kent Bredenoord Utrecht, de stad waar ze nu woont. ‘Vrijdags werkte mijn moeder altijd in de praktijk van mijn vader. ’s Middags uit school ging ik daar theedrinken, en daarna bracht ik voor mijn vader weleens brieven rond in Overvecht.’ De roots van haar ouders liggen in Barneveld. ‘Daar is zowel mijn vader als mijn moeder opgegroeid. In mijn jeugd ben ik daar veel geweest, bij mijn opa’s en oma’s.’

Dat is hartje Biblebelt.

‘Ik ken die wereld best een beetje, hoewel niet zozeer vanuit mijn familie. Mijn opa en oma van moederskant gingen naar de Gereformeerde Kerk in Barneveld, en ik ging weleens mee. Mijn oma is er ook ouderling geweest. Ze hoorden dus bij de wat modernere kant van Barneveld.’

Omdat theologie haar al vroeg boeide, besloot Annelien Bredenoord als enige van haar klas om Latijn en Grieks in haar vakkenpakket te houden. ‘Ik had toen al een enorme interesse in ethiek, filosofie, wereldgodsdiensten. Ik vond het razend interessant hoe grote conflicten vanuit godsdiensten kunnen ontstaan. Mijn ouders – mijn vader is helaas overleden – waren vrijzinnig-protestants, maar niet heel actief. Het waren ook niet de riten en gebruiken van het geloof die mij aanspraken; ik ben na mijn jeugd ook nooit meer naar de kerk geweest.’

Het geloof heeft Bredenoord dus nooit gegrepen. ‘Op het eerste gezicht klinkt dat raar: ik zie niet dat er onafhankelijk van onze fantasie een God bestaat, maar ben toch ontzettend geïnteresseerd in theologie. Mensen vertellen elkaar verhalen over goden, als traditie, als iets dat gemeenschappen vormgeeft, en waaruit moraal voortkomt die helpt om orde te scheppen.

Ik heb er moeite mee als een godsdienst monotheïstisch is. Dan werkt het geloof úítsluitend. Dat vind ik moeilijk aan vooral de abrahamitische godsdiensten; jodendom, christendom en islam. Als mijn God wáár is, en die van jou dus niet, gaat daarin toch een bron van conflict schuil. Het is niet inclusief. Dat is het humanisme veel meer.' 

Als kind leerde ik dat elk mens kennis van God heeft. Uit de Bijbel, of in elk geval uit de natuur.

‘Ik word er heel gelukkig van dat we het voorjaar ingaan. En het is wonderbaarlijk dat er uit een zaadcel en een eicel uiteindelijk een mens kan ontstaan. Bij de geboorte van mijn neefjes en nichtjes had ik dezelfde verwondering als anderen. Maar ik zie het als onderdeel van evolutie en natuurlijke selectie.

Ik ben veel bezig met voortplantingsgeneeskunde. Nadenken over het begin van het leven, en over het einde ervan, is onderdeel van mijn werk. We weten als mens eigenlijk maar heel weinig. Ik heb geen verklaring voor een oerknal of meerdere oerknallen, en ik weet ook niet waarom er een heelal is. Maar ik heb er geen God voor nodig om er een verklaring bij te kunnen geven.

Ik zie ook eigenlijk maar twee keuzes voor christenen. Óf je neemt het geloof letterlijk, en je verwerpt de moderne wetenschap. Want de aarde ís niet in zes dagen geschapen, bijvoorbeeld. Óf je ziet het geloof als een set verhalen die ons is overgeleverd, die sommige mensen helpt om richting te geven aan het leven, maar die je vooral niet letterlijk moet nemen. Dan kom je dus bij de vrijzinnigheid uit, en bij ruimte voor meerdere levensbeschouwingen.’

Bent u weleens jaloers op mensen die in Jezus geloven?

‘Nee. Hij heeft als historische persoon bestaan. Maar veel van de commentaren over zijn leven zijn dertig, vijftig, honderd jaar later geschreven. Zonder dat er tussentijds iets over is vastgelegd. Hoe betrouwbaar is dat nog? Vind je het erg dat ik die verhalen met een korreltje zout neem?’

Is het geloof ook niet heel troostvol? Dat je niet alles van alleen dít leven hoeft te verwachten, bijvoorbeeld.

‘Ik vind het voor jou fijn dat je troost haalt uit je geloof, maar ik denk dat we onder ogen moeten zien dat dit leven ons enige leven is. Ik vind het geloof ergens ook je kop in het zand steken, wat weer niet wegneemt dat het tragisch is dat je weet dat je geboren wordt maar ook weer doodgaat.

Een leven na dit leven, dat past er in mijn fantasie ook gewoon niet bij. Wetenschap gaat over waarschijnlijkheid en aannemelijkheid. Ik kan niet uitsluiten dat er misschien toch een God of een leven na de dood bestaat. Áls het dan hierna nog doorgaat, is dat mooi meegenomen, maar het is heel onwaarschijnlijk. Je ziet toch ook aan overleden mensen ... euhm ... dat ze dood zijn?

Het geloof wordt gebruikt om antwoorden te geven op heel ingewikkelde en soms ongemakkelijke vragen. Maar als je doorvraagt, vind ik die antwoorden niet bevredigend. Als er een God zou bestaan met enig gevoel voor rechtvaardigheid, waarom is het dan zo’n zootje in de wereld? Nee, ik denk dat wij als autonome mens zelf onze morele grenzen moeten stellen.’

Het is toch minstens net zo onwaarschijnlijk te geloven dat ons leven een toevalligheid is?

‘Ik vind de evolutie de beste verklaring voor wie we als mens nu zijn. Ik ontken niet dat er veel vragen zijn, maar God is voor mij geen sluitende theorie. Ik houd er tegelijk niet van mijzelf als atheïst te betitelen, want dan wordt niet-geloven ook weer zo’n statement. Ik vind het ook raar om te zeggen dat je gelovigen hebt, en dat daar tegenover niet-gelovigen staan. Zin geven aan het leven doen we allemaal, hoe dan ook.’

U hebt moeite met dogma’s. We hebben net het debat over orgaandonatie gehad. Er is ook kritiek dat D66 zijn mening opdringt.

‘Daar kan ik me echt niet in vinden. D66 is bij uitstek een partij met ruimte voor twijfel, met ruimte je eigen leven in te richten. Ik vind het flauw om als iets controversieel ligt, te zeggen dat een partij dramt. Vrijzinnigheid is voor mij dat je niet vastzit in dogma’s.’

U bent medisch ethicus. Wat is het kader waarbinnen u werkt, als u zelf geen vaste dogma’s hebt?

‘Je bouwt voort op ethische theorieën die er al zijn. Bij een nieuwe ontwikkeling probeer je via onderzoek alle relevante ethische overwegingen in kaart te brengen. Vervolgens krijg je in mijn geval te maken met nieuwe stappen in medische technologie, zoals genetische modificatie, het maken van geslachtscellen uit huidcellen, digitalisering, noem maar op.

Een deel van de morele principes ligt al vast, bijvoorbeeld dat nieuwe technologie mensen niet mag schaden, en dat de arts de patiënt altijd moet informeren. Vervolgens moet ik – vaak binnen een interdisciplinair team – een afweging maken, waarbij je beargumenteert wat ethisch gezien de best te verdedigen route is. Anderen kunnen daarop weer kritiek hebben, bijvoorbeeld omdat je bepaalde principes zwaarder of juist minder zwaar hebt laten wegen. Zo kun je ook als ethici elkaars werk op kwaliteit beoordelen.’

Wordt de medische ethiek niet sterk beïnvloed door persoonlijke opvattingen, door geloof en door hoe we naar de wereld kijken?

‘Ja, maar dat geldt voor elke wetenschap. En opvattingen kunnen ook veranderen. Vijftien jaar geleden keek ik anders naar zelfbeschikking dan nu. Ook door nieuw onderzoek in de gedragswetenschappen is duidelijk geworden dat mensen helemaal niet altijd weten of doen wat goed voor ze is. Veel mensen zeggen bijvoorbeeld orgaandonor te willen zijn, maar registreren zich niet. Mijn visie op autonomie heb ik daarom bijgesteld. Pure zelfbeschikking bestaat niet. Dat was precies mijn motivatie om vóór de donorwet te stemmen. Soms hebben mensen een duwtje nodig. We laten mensen ook verplicht sparen voor hun pensioen, omdat veel mensen dat anders niet zouden doen – terwijl het toch verstandig is.’

Als baby werd Annelien Bredenoord geopereerd aan pylorospasme, een aandoening waarbij de dunne darm niet goed is aangesloten op de maag. Ze gebruikt het soms als voorbeeld tegenover studenten. Er wordt wel gezegd dat we terughoudend moeten zijn met ingrijpen in de natuur, bijvoorbeeld in het DNA. Maar het overgrote deel van onze gezondheidszorg is niet-natuurlijk. Zonder de gezondheidszorg zouden velen van ons er al niet meer zijn, onder wie ik. Het onderscheid tussen natuurlijk en kunstmatig is moreel niet relevant. Technieken zoals genetische modificatie zíjn er. Bij elke nieuwe techniek is mijn standaardvraag: hoe kunnen we het positieve ervan zo veel mogelijk bevorderen, en het negatieve zo veel mogelijk beperken?’

Worden wij bijvoorbeeld gelukkiger van steeds uitgebreider prenataal onderzoek?

‘Of wij er gelukkiger van worden, is een andere vraag dan of nieuwe onderzoeken ethisch te verantwoorden zijn. Dat mensen nu al vroeg veel van de foetus kunnen zien – een kloppend hartje bijvoorbeeld – maar tegelijkertijd soms niet over de zwangerschap durven vertellen voordat alle testen zijn geweest, daar wordt inderdaad niet iedereen gelukkiger van. En als mensen bij een ongunstige uitslag besluiten de zwangerschap af te breken, zullen ze daar verdrietig over zijn. Dat is een moeilijke keuze.

Maar ethisch gezien is het heel wenselijk dat die technieken er gekomen zijn, omdat het mensen meer zeggenschap over gezinsvorming geeft. Of mensen er gebruik van willen maken, is aan henzelf. Wat ze met de uitslag doen, ook. Maar laat het aan ouders, aan families, om te bepalen wat hun draagkracht is, en wat zij zien als kwaliteit van leven. Of het gelukkig maakt, is niet altijd relevant. Prenataal onderzoek geeft mensen meer controle; anders ben je toch een beetje aan de black box van de natuur overgeleverd. De natuur is ook wreed en woekerend.’

Heeft een ongeboren kind rechten?

‘Een embryo is nog geen mens, zoals een beukennootje nog geen beuk is. Het zaad van een man is ook potentieel leven. Het heel vroege embryo is minder dan een speldenknopje; met het blote oog niet te zien. Er is geen zintuiglijke ervaring, geen pijn. Het is beginnend leven met – zoals we dat noemen – een lage morele status, waarmee je niettemin respectvol moet omgaan. Het komt uit twee mensen voort, en zij hebben er dus zeggenschap over.

In Nederland zitten meer dan tienduizend embryo’s in vriezers. Kennelijk is er impliciete of expliciete consensus dat dat geen ingevroren mensjes zijn – anders zouden we het niet doen. Een groot deel van die embryo’s zal nooit tot ontwikkeling komen, en bij terugplaatsing is de kans op een zwangerschap ook maar 30 procent. Wel vind ik dat er tijdens de zwangerschap sprake is van toenemende beschermwaardigheid. Een late abortus is dus ethisch gezien problematischer. Daarom stelt de wet ook grenzen aan de abortustermijn.’

Medisch-ethische kwesties speelden ook een belangrijke rol in de kabinetsformatie. Bent u dan degene die de koers van D66 bepaalt?

‘Ik was erbij betrokken, maar dat waren veel meer mensen.’

U kent de gevoeligheden. Zijn er dingen nu niet mogelijk die u liever wel had gezien?

‘Van mij mogen er onder heel strikte voorwaarden embryo’s worden gekweekt voor wetenschappelijk onderzoek naar het voorkómen van zeer ernstige ziekten. Die embryokweek is nu niet toegestaan in Nederland, en in het regeerakkoord is afgesproken dat voorlopig zo te laten.’

Critici zeggen: het tot stand brengen van menselijk leven om het daarna weer te vernietigen, is onethisch.

‘Dat kan je vinden. Dan zal ik mensen vragen hun mening te onderbouwen, en dan praten we erover. Maar dan moet je wel consistent zijn: er gaan ook veel embryo’s verloren bij ivf-behandelingen. Het gaat er mij om dat we nieuwe technologische ontwikkelingen in een ethisch kader zetten. Ik vind dat een aandoening wel ernstig moet zijn om bijvoorbeeld ingrijpen in het DNA te verantwoorden.

Als medisch-ethisch academicus vind ik dat embryokweek voor wetenschappelijk onderzoek soms zou moeten kunnen. Maar als politicus kan ik het wel billijken dat er soms minder gebeurt dan je zou willen. Zulke ethische kwesties kun je ook niet uitruilen. D66 is geen getuigenispartij die zwelgt in het eigen gelijk, maar de ChristenUnie dus ook niet – anders hadden ze niet in de coalitie gezeten.’

nieuwe medische techniek ethisch verantwoorden

Anne Lydia (Annelien) Bredenoord werd op 1 augustus 1979 geboren in Utrecht, en groeide op in Groenekan.

Na het gymnasium studeerde ze theologie en politicologie in Leiden.

In 2010 promoveerde ze aan de Universiteit van Maastricht in de medische ethiek.

Daarna ging ze werken bij het Julius Centrum, een onderzoeksafdeling van het UMC Utrecht. Ze onderzoekt hoe nieuwe medische ontwikkelingen ethisch verantwoord kunnen worden ingezet.

Sinds 2017 is ze hoogleraar Ethiek van Biomedische Innovatie aan de Universiteit Utrecht.

Ze doceert ethiek aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht, en aan medisch-specialistische vervolgopleidingen.

Sinds 9 juni 2015 is Bredenoord senator voor D66.

Ze woont met haar vriendin in Utrecht.

 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?