Achterblijvers van vermisten vast in rompslomp

Met 47.000 handtekeningen vroeg Inger de Vries (midden) in de Tweede Kamer aandacht voor een speciale juridische status voor vermisten. Nederland
Met 47.000 handtekeningen vroeg Inger de Vries (midden) in de Tweede Kamer aandacht voor een speciale juridische status voor vermisten. | beeld anp / Bart Maat
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Twee op de drie achterblijvers van vermiste personen krijgt praktische of financiële problemen. Het inkomen van de vermiste valt bijvoorbeeld weg, terwijl betalingsverplichtingen wel doorlopen.

Arnhem

Nadat de vader van Inger de Vries vermist was geraakt, viel zijn inkomen weg. De rekeningen bleven echter wel op de mat vallen, waardoor de familie in financiële nood terechtkwam. In 2015 overhandigde Inger daarom 47.000 handtekeningen aan de Tweede Kamer om aandacht te vragen voor een speciale juridische staat voor vermisten.

Vermisten verkeren in een ‘grijs gebied’, zegt Ilse van Leiden, psycholoog en criminoloog bij het onderzoeksinstituut Bureau Beke. ‘Voor de wet ben je dood of levend, daar zit niks tussenin. Maar een vermiste zit er wel degelijk tussenin. En dus bevinden ook de achterblijvers zich in dat grijze gebied.’

Ruim twee op drie achterblijvers van vermiste personen krijgt te maken met problemen op financieel of praktisch gebied, blijkt uit onderzoek van Bureau Beke. Het instituut voerde het onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, nadat de petitie van Inger de Vries tot Kamervragen had geleid. Het ministerie zette ook het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum ertoe aan na te gaan welke wetten er aangepast moeten worden voor een status ‘vermist’.

‘Op basis van die onderzoeken beslist het ministerie of het goed loopt met de dienstverlening aan achterblijvers of dat er meer actie, bijvoorbeeld nieuwe wetgeving, nodig is’, zegt Van Leiden. ‘De reactie van het ministerie verwachten we elk moment.’

rompslomp

Als iemand vermist raakt, houden de inkomsten – loon, toeslagen, uitkeringen – op een gegeven moment op. Tegelijkertijd lopen allerlei betalingsverplichtingen vaak door. Van Leiden: ‘De hypotheek en belastingen moeten gewoon betaald worden. Maar denk ook aan een zorgverzekering, die iedereen verplicht moet hebben. Als een ander dat moet betalen, kunnen de kosten oplopen.’

Het stopzetten van verzekeringen, abonnementen en studieschulden is voor de achterblijvers niet altijd eenvoudig. ‘Daar heb je vaak een handtekening van de persoon in kwestie voor nodig.’

Op dezelfde manier kunnen achterblijvers soms ook bepaalde overheidszaken niet regelen, omdat ze niet kunnen inloggen met de DigiD van de vermiste. Of ze kunnen geen paspoort voor hun kinderen aanvragen, omdat daarvoor de handtekening van beide ouders vereist is. Voor de familie van vermisten is deze ‘financiële en praktische rompslomp moeilijk te behappen’, zegt Van Leiden. Voor het onderzoek ging Bureau Beke in gesprek met verschillende instanties en achterblijvers. ‘Iemand vertelde ons dat de problemen zich als een duveltje uit een doosje aandienen. Ze zijn er plotseling, net als een vermissing ook plotseling komt. In zo’n periode hebben mensen het emotioneel heel zwaar. Dan kunnen ze deze stress er niet bij hebben.’ De afhandeling van praktische zaken verloopt sneller wanneer de vermiste persoon als overleden geregistreerd staat. Achterblijvers kunnen daarvoor na vijf jaar ‘een verklaring van rechtsvermoeden van overlijden’ aanvragen. Maar dat is meer dan een formaliteit, vertelt van Leiden. ‘Een van de achterblijvers vertelde ons: “Ik ben er wel klaar voor, maar mijn kinderen niet. Want papa is toch nooit gevonden?” Zo’n beslissing is zwaar beladen. Niet iedereen kan en wil dat, instanties moeten daar rekening mee houden.’

kinderschoenen

In 2015 heeft Slachtofferhulp Nederland, die achterblijvers psychosociaal, praktisch en juridisch ondersteunt, acht overkoepelende instanties gevraagd hun dienstverlening aan de families van vermisten te verbeteren. Onder meer het Verbond van Verzekeraars, de Nederlandse Vereniging van Banken en de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken doen hieraan mee.

‘Het staat nog in de kinderschoenen’, zegt Van Leiden. ‘Maar het besef is er dat er maatwerk nodig is. Want elke vermissingszaak is verschillend. De instanties zijn bereid daarin mee te denken. Maar dat kost tijd. Het duurt bijvoorbeeld even voordat alle 380 gemeenten op die manier werken.’

Bureau Beke adviseert daarom het onderwerp op de sociale en politieke agenda te houden. Ook is het volgens het onderzoeksinstituut nodig dat er binnen elke organisatie vaste contactpersonen komen die met achterblijvers te maken hebben, voor zover dat nog niet gebeurd is. Beke: ‘Zij moeten mensen empathisch te woord staan en effectieve oplossingen bieden. Voor achterblijvers is het moeilijk elke keer aan een ander hun verhaal te moeten uitleggen. Ook al kan die onbekende heel begripvol zijn, daar koop je niets voor.’ <

meldingen

Slachtofferhulp Nederland speelt voor de familie van vermisten een cruciale rol, zegt Ilse van Leiden. ‘Die organisatie biedt psychosociale hulp, maar kan ook voor de achterblijvers bemiddelen met instanties als de bank of de Belastingdienst.’

77 procent van de achterblijvers die tegen problemen aanlopen, neemt eerst contact op met Slachtofferhulp, voordat ze andere instanties contacteren.

Om die route te versterken, moet de politie structureel de meldingen van vermissingen aan de organisatie doorgeven, concludeert Bureau Beke in haar rapport.

Nu is dat niet zo. ‘Omdat de meeste vermissingen binnen enkele uren tot een paar dagen worden opgehelderd, geeft de politie niet automatisch een vermissing aan ons door’, zegt Franck Wagemakers, beleidsmedewerker bij Slachtofferhulp. ‘De familie wordt dan dus niet op de hoogte gesteld van wat wij voor hen kunnen betekenen.’

Met een vernieuwde website probeert de organisatie ook zelf de communicatie te verbeteren en achterblijvers te bereiken.

Wagemakers: ‘Het belangrijkste is dat achterblijvers ontzorgd worden. Als ze het zelf moeten regelen, komen ze vaak niet verder dan de receptie, omdat veel medewerkers van organisaties niet bekend zijn met de specifieke problemen van achterblijvers. Wij kunnen ze helpen om rechtstreeks bij de juiste deskundigen terecht te komen.’

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?