Luister naar

In katholieke zuiden stierven meer baby’s

Nieuws
In de rooms-katholieke provincies Limburg en Noord-Brabant stierven in de negentiende eeuw veel meer baby’s dan in de rest van Nederland. Een van de oorzaken was een kerkelijk taboe op borstvoeding.
Johan Hardeman
dinsdag 29 januari 2019 om 03:00
Dat borstvoeding goed is voor de baby is nu breeduit erkend. Eind negentiende eeuw lag er in sommige delen van Nederland nog een taboe op. Daardoor was de babysterfte daar hoger dan op andere plekken in het land.
Dat borstvoeding goed is voor de baby is nu breeduit erkend. Eind negentiende eeuw lag er in sommige delen van Nederland nog een taboe op. Daardoor was de babysterfte daar hoger dan op andere plekken in het land. anp / Toussaint Kluiters

Tilburg

Eind negentiende eeuw nam de ­babysterfte in Nederland snel af, behalve in Noord-Brabant en Limburg. Omwille van religieuze redenen en lokale gebruiken gaven veel moeders hun baby geen borstvoeding, blijkt uit een promotieonderzoek van historicus Evelien Walhout aan de Universiteit van Tilburg.

‘In plaats van borstvoeding kregen de kinderen graanpap of een mengsel van koeien- of geitenmelk en – vaak vervuild – drinkwater’, zegt Walhout. ‘Spenen werden niet schoongemaakt of gewassen met vervuild water. In de zomer stond de flesvoeding urenlang in de hitte en konden bacteriën hun gang gaan. Daardoor overleden veel baby’s aan acute spijsverteringsziekten, ondervoeding en diarree.’

zedenoffensief

Een belangrijke reden om geen borstvoeding te geven was een grootschalig zedenoffensief van de in Brabant en Limburg alom aanwezige Rooms-Katholieke Kerk eind negentiende eeuw. ‘Vanwege de verzuiling probeerden protestanten en katholieken elkaar in moreel opzicht de loef af te steken. Daardoor werd het taboe om in het openbaar de borst te geven. Het werd in verband gebracht met seksualiteit. Lokale geestelijken wezen het ontbloten van de borst in het openbaar daarom sterk af.’

Borstvoeding geven gebeurde in het zuiden sowieso al minder dan in de provincies boven de grote rivieren. Veel moeders lieten hun oudste dochters voor de kinderen zorgen en gingen al snel na hun zwangerschap weer aan het werk op het land of in de fabriek.

Rond 1870 overleden in Nederland 204 op de 1000 kinderen voor hun eerste levensjaar. In de jaren daarna daalde het sterftecijfer in hoog tempo omdat de medische kennis en het besef van hygiëne beter werd. De zuigelingensterfte was in 1930 gedaald tot 39 per 1000 kinderen.

In Noord-Brabant en Limburg gebeurde in die periode juist het omgekeerde. Tussen 1875 en 1899 was in Noord-Brabant geen afname, maar een toename van kindersterfte door acute spijsverteringsziekten (7 naar 16 procent) en diarree (5 naar 8 procent). Ook in katholieke gemeenschappen buiten de zuidelijke provincies kwam meer babysterfte voor.

Sommige gezinnen werden ongemeen hard getroffen. In het promotieonderzoek van Walhout is een persoonlijk verhaal te lezen over Hendrik Dirven en Maria van Zundert, een katholiek echtpaar dat elf van hun veertien kinderen moest begraven. ‘Dit soort persoonlijke verhalen is zó triest, maar niet uniek. Noord-Brabant was qua babysterfte tenminste vergelijkbaar met een hedendaags derdewereldland’, zegt Walhout.

dokters staan machteloos

Artsen wisten heel goed dat onhygiënische flesvoeding baby’s fataal kon worden. Op sommige overlijdensaktes stond als doodsoorzaak zelfs vermeld: fleskind. Dokters stonden echter machteloos. De katholieke arbeiders- en boerenbevolking was grotendeels geconcentreerd op de eigen zuil. Katholieke moeders lieten zich liever adviseren door moeders en tantes dan door een – vaak protestantse – arts. Ook sociaal-economische achterstand speelde een rol.

Katholieke geestelijken deden weinig om de problemen aan te pakken, volgens Walhout. In het weekblad ­Katholieke Illustratie schreven geestelijken lovend over vrouwen die ondanks het verlies van hun kinderen de kracht hadden om door te gaan. Ze stimuleerden gelovigen tot het krijgen van grote gezinnen. Dat vrouwen vruchtbaarder waren zolang ze geen borstvoeding gaven, kwam goed uit.

Het duurde tot de jaren dertig van de twintigste eeuw voordat de situatie veranderde. In die periode deden consultatiebureaus en grootschalige borstvoedingscampagnes hun intrede. Ze bleken al gauw zeer effectief. ‘In korte tijd werd het babysterftecijfer in het zuiden teruggebracht tot op hetzelfde niveau als in de rest van het land.’ <

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

De noordwester en het springtij bleken een dodelijke cocktail in 1953. Toch had de storm nog erger kunnen zijn

Wat gebeurt er als je een massa water door de nauwe opening van een trechter probeert te stuwen? Juist, dan hoopt het op. Het is in een notendop wat er gebeurde tijdens de watersnood van 1953.

Afbeelding

Kabinet trekt hulp aan probleemgezinnen strak: één gezin, één hulpplan, één regisseur

Gezinnen die kampen met een reeks problemen moeten door hun gemeenten worden geholpen met één alomvattend hulpplan, gecoördineerd door één regisseur.

Afbeelding

'Fakkeldrager' op lijst van Jezus Leeft! 'We zoeken mensen die geen water bij de wijn doen'

Op de kandidatenlijst van de partij Jezus Leeft! in Noord-Holland staat maar één persoon: Max van den Berg (30). De Amsterdammer stond vorig jaar met een brandende fakkel voor het huis van minister Sigrid Kaag.

Afbeelding

Die 17,5 miljard 'fossiele subsidie' gaat ook naar de kerk, de dieselrijder en paprika-gebruiker

Klimaatactivisten protesteren tegen de Nederlandse subsidie van 17,5 miljard voor de ‘fossiele industrie’. Die miljarden bestaan vooral uit belastingvoordeel: voor grote bedrijven, maar ook kleinere gebruikers.

Afbeelding

Het dorpje Capelle was een hechte gemeenschap, tot het verdween tijdens de Februariramp

Hoe het dorpje Capelle op 1 februari 1953 werd verzwolgen door het water, enkele uren nadat het jongste watersnoodslachtoffer er ter wereld gekomen was.

Afbeelding

Aruba verwelkomt prinses Amalia, Willem-Alexander en Máxima

Na een dag rust staan er weer een hoop activiteiten op de planning voor prinses Amalia, koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Het gezelschap komt maandagochtend lokale tijd aan op Aruba. De planning van het begin van de dag staat vol officiële ontmoetingen.