Luister naar

Liever hier dakloos dan terug naar Polen

Nieuws
Onder de daklozen in Nederland zijn enkele duizenden Poolse migranten. Voor velen geldt: geen werk meer, dan ook geen huis meer. Zo komen ze op straat terecht, want recht op nachtopvang hebben ze niet. De stichting Barka helpt hen – en probeert hen te verleiden tot terugkeer.
Arnout le Clercq redactie vk
vrijdag 25 oktober 2019 om 03:00
De Poolse dakloze Szymon en maatschappelijk werker Anna Bartmann van de stichting Barka bellen op Rotterdam Centraal met een uitzendbureau.
De Poolse dakloze Szymon en maatschappelijk werker Anna Bartmann van de stichting Barka bellen op Rotterdam Centraal met een uitzendbureau. Rebecca Fertinel

Rotterdam

Szymon (35) staat voor Rotterdam Centraal met een plastic tas van Jumbo. Daarin zit alles wat hij heeft. Hij is Pools, dakloos en heeft net negentien dagen in de gevangenis gezeten voor winkeldiefstal. Hij heeft een afspraak met ervaringsdeskundige ­Leszek Kita en maatschappelijk werker Anna Bartmann van de stichting Barka, die zich inzet voor Poolse daklozen. Die worden niet met fluwelen handschoentjes aangepakt. Als ­Szymon de diefstal bagatelliseert – ‘Ik heb alleen maar iets te drinken gestolen’ – zegt Kita streng: ‘Nee, je hebt alcohol gejat omdat je een alcoholist bent.’

Het gesprek vindt plaats aan een van de koude, stenen tafeltjes in de grote stationshal. Om van de straat te raken, zoekt Szymon werk. Kita en Bartmann helpen met telefoontjes en kopen een treinkaartje. Hij belt een uitzendbureau: hij moet zich morgen melden in Boskoop. Wat gaat hij doen? ‘Iets met kaas.’

Nu komt het moeilijke deel. Zijn moeder in Polen maakt zich zorgen om hem. Szymon ziet er duidelijk tegenop haar te bellen, maar Kita geeft hem een standje. ‘Het is je moeder, ze weent om je!’ Uiteindelijk belt Szymon: ‘Spokojna mama’, zegt hij met dichtgeknepen keel, ‘rustig maar.’

Volgens cijfers van stichting Barka zijn er in Nederland tussen de 2500 en de 3000 daklozen die afkomstig zijn uit Midden- en Oost-Europa, van wie 70 procent uit Polen. Het gaat veelal om laaggeschoolde werkkrachten. Het CBS heeft geen cijfers voor specifieke nationaliteiten, maar telt 4100 daklozen zonder Nederlandse nationaliteit met een westerse achtergrond. Het CBS meldde afgelopen zomer dat het aantal daklozen in Nederland de afgelopen tien jaar is verdubbeld.

Polen vormen een extra kwetsbare groep onder de daklozen. Ze hebben geen recht op nachtopvang, net als andere niet-Nederlanders – ook als ze uit de EU komen. Ze hebben vaak ook geen verzekering en daardoor zeer beperkt toegang tot verslavingszorg, en spreken doorgaans slecht of geen Nederlands.

Op straat werkt de van oorsprong Poolse stichting Barka in teams van twee. Kita, de 60-jarige ervaringsdeskundige, komt ’s ochtends met stevige pas aangelopen, licht voorovergebogen. Hij komt net van de dokter, voor zijn longen. Gelukkig is alles in orde. ‘Ik had al bijna een pak gekocht voor in m’n kist.’

woon-werkgemeenschappen

Kita komt uit de buurt van Wroclaw, waar hij achttien jaar dakloos was. Hij was verslaafd aan alcohol en drugs, heeft in de cel en op een psychiatrische afdeling gezeten. Daar gaf een vriend hem het nummer van Barka in Polen, waarna hij terechtkwam in een van de woon-werkgemeenschappen van de stichting voor daklozen. Vervolgens werd hij naar Nederland gestuurd als leader, ervaringsdeskundige. ‘We zijn gelijken, broers; ik ben een vriend. Je gaat anders naar een vriend toe dan naar iemand die bij de gemeente werkt.’

Maatschappelijk werker Bartmann, die Kita bijstaat, spreekt Nederlands, Engels en Pools en is zo een brug tussen de stichting, de instanties en de doelgroep. ‘Het hoofddoel is terugkeer naar Polen en re-integratie in de samenleving’, zegt Bartmann. ‘Het liefst bij familie. Als dat geen reële optie is, kunnen de daklozen ook terecht in onze community’s. Maandelijks gaan er vier à vijf daklozen ­terug.’

Die terugkeer heeft wel wat voeten in de aarde. Bartmann: ‘Er is veel schaamte. Of een verslaving. Soms ben je maanden bezig iemand te overtuigen.’ Want terugkeer is altijd vrijwillig. ‘Ze zijn hier legaal en ze zijn volwassen. Dus ze mogen doen wat ze willen.’

Een van de plekken waar Kita en Bartmann de Poolse daklozen tegenkomen, is de Pauluskerk. Hier is elke dag een maaltijd, een douche, medische ondersteuning en hulpverlening verkrijgbaar. Vandaag is er ook een kapper. ‘In de Pauluskerk is iedereen welkom’, zegt dominee Dick Couvée. ‘Ik zie de groep Poolse daklozen en hun problemen toenemen.’

Een van de Polen in de Pauluskerk vandaag is Mariusz (48). Hij heeft werk gevonden ‘bij de kippen’, in een slachterij. Mariusz spreekt goed Nederlands. ‘Ik werkte in Aalsmeer voor drie maanden. Toen was er geen werk meer. En dus ook geen huis. Mijn kinderen wonen bij mijn ex-vrouw in Schiedam. Ik ben naar Rotterdam gekomen om dicht bij hen te zijn.’

Polen als verdienmodel

Mariusz’ verhaal is tekenend. Bij Poolse arbeiders is hun werk vaak gekoppeld aan hun huisvesting. Zo kan het verlies van een baan leiden tot dakloosheid: ‘Werk klaar, huis ook klaar.’

Magdalena Chwarscianek, directeur van Barka Nederland, ziet twee groepen die hun baan verliezen en zo dakloos raken. De eerste groep wordt ontslagen vanwege alcohol- of drugsmisbruik of een slechte werkhouding. Een tweede, groter wordende groep wordt eerst aangenomen zonder dat er werk voor hen is. ‘Om de huizen te vullen. Want de woningen zijn ook een verdienmodel’, zegt Chwarscianek. Werknemers worden vervolgens niet ontslagen – ze krijgen gewoon geen of weinig uren. ‘Totdat ze het punt bereiken dat ze geen geld meer hebben. Vervolgens worden ze het huis uit gezet, of ze vertrekken uit eigen beweging.’

De inspectie van het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet al langer onderzoek naar deze misstanden. In een rapport uit 2017 staat: ‘Er zijn signalen dat enkele verdachte grotere uitzendbureaus of daaraan gelieerde bedrijven vastgoed aankopen of huren met als (enige) doel dat tegen een (te) hoge prijs te verhuren aan tijdelijke buitenlandse werknemers.’ Een oplossing lijkt nog niet in zicht: in haar meerjarenplan 2019-2022 vestigt de inspectie hier nogmaals de aandacht op.

Bij de Sisters of Charity op de ’s Gravendijkwal is er ’s middags een warme hap voor de Rotterdamse daklozen. Er wordt gehaast gegeten, sommigen nemen het mee. In minder dan een kwartier is de eetruimte zo goed als leeg.

stoppen met drinken

Aan tafel zit Milosz (33). Tijdens het gebed pinkt hij een paar tranen weg. Het leven op straat eist zijn tol. Het gaat steeds slechter, vertelt hij. Kita schiet naar hem toe. Om hem een hart onder de riem te steken, maar hij ziet ook een kans om Milosz te overtuigen terug te gaan naar Polen. Met een stevige hand op de schouder praat hij op hem in. Hij ziet in hem een leader, zegt hij. Maar hij moet terug naar Polen, daar worden opgevangen en stoppen met drinken. Milosz knikt en doet zijn best om zich groot te houden.

Hij is zeven maanden in Nederland en ongeveer drie maanden dakloos in Rotterdam. Hij heeft nog steeds hoop op een nieuwe baan. ‘Ik ben nooit eerder dakloos geweest.’ Gebrek aan huisvesting is het probleem. ‘Ik kan niet vanuit de bosjes naar een sollicitatiegesprek.’ En hij drinkt. ‘Je gaat drinken om je zorgen te vergeten en om warm te blijven.’ Of hij terug wil naar Polen? Hij denkt even na. ‘Liever niet.’

‘Dakloosheid is een verslaving’, zegt Kita. ‘Je went eraan, je ontwikkelt een routine: daar kan ik eten krijgen, daar kan ik kleren halen. Het wordt normaal. En je gaat geloven dat je vrij bent. Maar dat is natuurlijk onzin.’ Over de toekomst van Milosz en anderen is hij stellig: ‘Voor de jongens liggen de kansen niet hier, maar in Polen.’ <

zelden recht op nachtopvang

Daklozen uit andere EU-landen moeten voor recht op nachtopvang staan ingeschreven bij de gemeente waar ze dakloos zijn, een langdurige verblijfsstatus hebben (of hebben aangevraagd) en zijn verzekerd. Poolse daklozen voldoen bijna nooit aan die criteria. Idealiter gaan ze terug. ‘Rotterdam hanteert de lijn dat we niet-rechthebbende ­EU-migranten die niet in eigen onderhoud kunnen voorzien, helpen terug te keren naar het land van herkomst’, zegt een woordvoerder van de gemeente.

Het Leger des Heils volgt de richtlijnen, maar maakt als humanitaire instelling weleens uitzonderingen. Ook de gemeente biedt in uitzonderlijke gevallen hulp.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Basisschoolkinderen leren deze week hoe een clitoris werkt. 'Sommige ouders vinden het te expliciet'

Duizenden kinderen op basisscholen krijgen deze week les over seksualiteit en relaties. 'Het is goed dat kinderen leren dat de clitoris een lichaamsdeel is, net als een arm en een been.'

Afbeelding

Evert Jan Roskam wilde boeren winnen voor de NSB, maar vond theoloog Klaas Schilder tegenover zich

De komst van het voorjaar was een reden tot feest, vond boerenleider en NSB'er Roskam. En dus kwamen 'foute' boeren in 1941 massaal naar Den Haag om hun liefde voor bloed en bodem te uiten.

Afbeelding

Landen maken wereldwijde afspraken over water. 'Watercrisis niet los te zien van klimaat- en voedselcrisis'

Vanaf woensdag komen wereldleiders in New York bijeen om te praten over onze eerste levensbehoefte: water. Bijna alle landen kampen met overstromingen, droogte en/of water van slechte kwaliteit.

Afbeelding

Corona-lockdowns dreunen nog na in het onderwijs: scholieren maken vaker ruzie en luisteren slechter

Sinds de coronapandemie vertonen middelbare scholieren meer gedragsproblemen, maken ze eerder ruzie en zoeken ze vaker de grenzen op. “Ze staan niet aan”, klagen docenten.’

Afbeelding

Hoe de coronapandemie de jonge generatie heeft ontwricht: 'Ze zijn het ondergeschoven kindje'

Op school, op straat, thuis en op de studentenvereniging, overal is het merkbaar: de coronapandemie bemoeilijkt het leven van jongeren nog steeds. ‘Veel vaker stellen zij de vraag: “Wat is mijn leven nog waard?”’

Afbeelding

Opgesloten in een Grieks vluchtelingenkamp: 'Dit had nooit mogen én hoeven gebeuren'

Hulpverlener Nick van der Steenhoven stelt de Nederlandse Staat aansprakelijk voor het schenden van mensenrechten. ‘Dit is een direct gevolg van de EU-Turkijedeal waar Rutte trots op is.’