De verhoging is de uitkomst van onderhandelingen tussen het ministerie van Onderwijs, onderwijsvakbonden en de PO-raad voor primair onderwijs. Hierdoor verdient een docent op de basisschool evenveel als in het voortgezet onderwijs. De verhoging gaat met terugwerkende kracht vanaf januari in. Voor het dichten van deze zogeheten loonkloof, waar al jarenlang discussie over is, trekt het kabinet ongeveer 920 miljoen euro uit. Het ministerie benadrukt dat het om een gemiddelde stijging gaat, maar dat alle basisschoolleraren er minstens 4 procent bij krijgen. Schoolleiders gaan er ook op vooruit, volgens het ministerie met minimaal 5 procent en gemiddeld 11 procent.