Over The Rhine wil de uithoeken ongerept laten

Linford Detweiler en Karin Bergquist Muziek
Linford Detweiler en Karin Bergquist | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Voor Linford Detweiler en Karin Bergquist van de Amerikaanse cultband Over The Rhine, deze week in Nederland voor een akoestische tour, breekt het moment aan de rollen om te draaien. In plaats van dat zij altijd maar onderweg zijn, wordt het tijd dat de fans naar het platteland van Ohio komen. ‘Het zou al heel wat zijn als we iedere avond in ons eigen bed slapen.’

Linford Detweiler zie je, met zijn klassiek-Amerikaanse uiterlijk, niet snel over het hoofd. Een grijzend baardje onder ruim bemeten bakkebaarden. De donkere bril onder een fronsend voorhoofd. En de eeuwige hoed, bruin dan wel zwart. Die blijft op, altijd, zelfs bij de diepe buiging aan het eind van weer een intens en doorleefd optreden. Zo is het ook aan een stamtafel in cultureel café De Amer, in een oude boerderij in de Drentse buurtschap Amen. De hoed blijft op. Terwijl Detweiler uitweidt over hoe zijn streekgenoten Donald Trump hebben omarmd, dwaalt echt- en bandgenoot Karin Bergquist onrustig rond. Er zijn problemen met de hond, achtergebleven op hun boerderijtje in Ohio. Het beest vertoont bij afwezigheid van z’n bazen zelfdestructieve trekken, vertelt ze daar naderhand over bij een van de concerten. Tijdens die optredens valt steevast op hoe zuiver ze samen meerstemmig zingen, hoe vol en gelaagd haar door het leven getekende stem is, en hoe intens hij dat op piano begeleidt.

Op jullie net verschenen album ‘LIVE From The Edge Of The World’ staat aangekondigd dat alle opbrengsten zijn bestemd voor het opknappen van een 140 jaar oude graanschuur. Wat is het verhaal daarachter?

‘Laat ik je eerst dit vertellen: mijn vader en zijn broer waren gewend hun muziekinstrumenten in de graanschuur te verstoppen. Hun kerkelijke achtergrond – ze kwamen uit de amishcultuur waarin alleen a capella werd gezongen – stond hun niet toe thuis of in de kerk een instrument te hebben. Dus verborgen ze die op de zolder van de graanschuur, om er ’s avonds op te spelen. Het is eens gebeurd dat een andere broer van mijn vader zijn vork in het hooi stak en met een akoestische gitaar aan de hooivork de schuur uit kwam lopen.’ Hij glimlacht: ‘Dat idee van “verboden muziek” is een belangrijk gegeven in mijn familiegeschiedenis en in mijn eigen achtergrond.’

Draait jullie actie om deze graanschuur?

Detweiler schudt z’n hoofd. ‘Karin en ik hebben elkaar in zo’n schuur ontmoet toen we als tieners op een klein middelbaar college van de quakers zaten (de quakers zijn een in Amerika bekende christelijke gemeenschap, red.). Bij die school stond een opgeknapte graanschuur waarin we voor het eerst samen hebben gemusiceerd.’ Stoïcijns: ‘Het leven dat daar op volgde, betekende vijfentwintig jaar “on the road” zijn, altijd maar onderweg. Een leven als dit. Al die tijd hebben we nagedacht over een duurzame oplossing voor ons voortdurende gereis als muzikanten.’ Na een korte stilte: ‘De zanger Tony Bennett heeft eens gezegd: “Eén vraag die een zanger kan stellen is wat hij moet doen om bekend te worden. Met die vraag opent hij allerlei destructieve krachten in zichzelf en in de wereld om hem heen. Een andere vraag die hij kan stellen is wat hij moet doen om zijn ambacht duurzaam te maken, het op de langere termijn vol te houden en te groeien in zijn vak.” Die tweede vraag stellen we onszelf vaak. Een leven van touren en reizen vraagt van ons zijn tol, zeker nu we ouder worden. Dat houden we niet nog heel lang vol. Dus is ons grote idee dat we muziek willen maken in een 140 jaar oude, opgeknapte graanschuur en dat de mensen naar ons toe komen in plaats van wij naar hen.’ Weer een glimlach: ‘Het zou al heel wat zijn als we iedere avond in ons eigen bed slapen.’

Hoe ver zijn jullie met het opknappen van die graanschuur?

‘O, er is nog een lange weg te gaan, dat zal je niet verbazen. We hebben nu vooral geld nodig, evengoed moeten ook veel andere kleine puzzels worden opgelost: vergunningen, het brandalarm, nooduitgangen en dergelijke. De bewuste schuur staat niet ver van ons huis en biedt op zolder plek aan zo’n tweehonderd mensen. Hopelijk kunnen we concerten in de graanschuur geven. Nu is er in en rondom de schuur al een jaarlijks muziek- en kunstfestival, het Nowhere Else-festival, altijd in het laatste weekend van mei. Voor ons is het fijn om meer gesetteld, meer thuis te zijn.’

Het verhaal wil dat jullie zelf op een boerderijtje op het platteland van Ohio zijn gaan wonen.

‘Dat klopt, op zo’n 45 mijl van Cincinatti, de hoofdstad van Ohio. We houden van steden, het is bijzonder om Amsterdam, Dublin, Londen, Belfast of New York te zien en te ervaren. Maar thuis wilden we iets heel anders: we wilden weg van de drukte, om de sterren te kunnen zien en diep adem te halen. Zo vonden we een oude boerderij met woonhuis uit 1843 en dat is nu al twaalf jaar ons huis. En toen liepen we tegen die oude graanschuur aan, dat wordt waarschijnlijk het volgende hoofdstuk in ons leven, want het is de bedoeling dat dat ons huis wordt, dus dat we bij de graanschuur gaan wonen.’

Heeft die verhuizing naar het platteland jullie muziek beïnvloed?

‘Ons laatste studioalbum Meet Me At The Edge Of The World is er de weerslag van. Toen mijn vader voor het eerst op onze boerderij kwam, hoorde hij vogels die hij sinds zijn jeugd niet meer had gehoord. Hij stimuleerde ons de uithoeken van ons erf ongerept te laten zodat de vogels de ruimte krijgen hun lied te zingen. Dat leek ons een belangrijke metafoor voor een songwriter, om de uithoeken ongerept te laten.’

Het platteland van Ohio – dat klinkt als een regio waar blanke conservatieve mensen van middelbare leeftijd op Trump hebben gestemd.

‘Je kunt niet meer gelijk hebben dan dat! Het ís Trump-land, iets dat we op een slechte dag zorgwekkend vinden en op een goede dag verwarrend.’ Hij zucht. ‘We zijn er als volk goed in geworden onszelf op te delen in verschillende kampen. We zouden op de avond van de verkiezingen live spelen bij een regionaal radiostation, maar ze schrapten ons omdat er op dat moment over de uitslag te veel onduidelijk was. Wij juichten dat toe: het is goed erover te praten, te horen wat er aan de hand is, om te duiden. Maar het probleem is dat de mensen die dat zouden moeten horen waarschijnlijk naar andere zenders luisteren. Dan is muziek een heel goede manier om verschillende mensen bij elkaar te krijgen in één ruimte. Muziek overstijgt grenzen tussen religieus en seculier, tussen rijk en arm, tussen conservatief en progressief.’

Hoe politiek is jullie muziek eigenlijk?

‘Er zijn momenten dat onze muziek erg politiek is. Sowieso is politiek van oudsher nationale weidegrond voor ons songwriters. Maar ik vind het interessanter mensen vragen te stellen dan zelf te zeggen hoe wij denken. We hebben vaak een vraag in onze muziek zitten: hé, hoe denk jij erover? In het nummer ‘All My Favorite People’ zit bijvoorbeeld een vraag die ik eerst als constatering had opgeschreven, namelijk dat in het lijden een geschenk ligt besloten. Dat heb ik later veranderd in een vraag – kan het zijn dat het lijden ook een geschenk in zich draagt? Met een constatering help je iemand niet die lijdt, bijvoorbeeld aan het verlies van een kind of aan een chronische ziekte. Dan is het nogal een pijnlijk statement. Maar als vraag is het een optie. Dat vind ik veel sterker dan een boodschap vanaf een bergtop.’

Detweiler veert op en wil weten hoe Nederland de Tweede Kamerverkiezingen heeft verteerd. De naam van PVV-leider Geert Wilders valt zelfs. ‘Het verwarrende van Amerika is dat onze nationale versie van het christendom sterke banden heeft met de extreme vleugel van politiek rechts. Als het al een idee was om als christen Christus te volgen, lijkt dat volledig uit beeld verdwenen – en dat vind ik zo’n vreemd idee.’ Na een stilte: ‘Misschien komt er iets goeds voort uit Trump, vooral voor een jongere generatie. Dat hun ogen worden geopend voor de vraag in welk land ze willen leven. Veel jongeren houden niet van gesloten keuzes. Maar m’n vrees is dat ze worden ingekapseld in het nieuwe denken over wij en zij.’

Veel van jullie songs ademen het christelijk geloof op een authentiek doorleefde maar impliciete manier. Hoe zit dat?

‘In veel van onze songs jagen we Christus na, om het in de woorden van de auteur Flannery O’Connor te zeggen. Maar altijd vanuit dít leven. We hebben beiden een kerkelijke achtergrond en zijn opgegroeid met veel gospel en gezangen, maar al heel vroeg in ons bestaan hebben we besloten dat we met onze muziek naar het publieke domein wilden, dat we op het marktplein wilden spelen. Dus niet in kerken of om jeugdgroepen te vermaken, maar veel opener: hier zijn we, ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden? In onze muziek worstelen we met het geloof dat we ons als kinderen eigen hebben gemaakt, met de grote en de kleine vragen in hoe we betekenis aan het geloof kunnen geven, maar op een natuurlijke manier. Het gaat over ons, maar niet op de manier van: kom aan boord.’

Een praise- of aanbiddingsalbum zit er bij Over The Rhine niet in?

‘Nou, we werken aan een album met lang vervlogen gezangen uit moeders liedboek. Zonder die liederen hadden we geen Johnny Cash gehad, en evenmin tal van andere Amerikaanse muzikanten. Eigenlijk is ieder album van ons een worshipalbum en zijn al onze songs gebeden. Het verhaal achter de liedjes is voor mij veel groter dan veel mensen door zullen hebben.’

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?