Stilgezet: Richters 1: 14 en 15 - Royale vader

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Richters 1: 14 en 15

Toen ze van haar ezel was af­gestegen, vroeg Kaleb wat ze van hem verlangde. ‘Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb’, antwoordde ze. ‘U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.’ Hierop gaf Kaleb haar de hoog- en de laaggelegen bronnen.

Kaleb arriveerde als eerste op de afgesproken plek. Wat zou Achsa willen bespreken? Hij vermoedde dat ze een oneerlijkheid recht wilde zetten. Zo was z’n dochter.

Daar was ze al. Beleefd steeg ze van haar ezel af en liep naar hem toe. Wat hield hij van haar. Ze sprak dringend. ‘Vader, u hebt ons wel een stuk land gegeven, maar we kunnen er niets mee. Het is kurkdroge woestijngrond. Misschien kunt u er wat bronnen bij doen.’ Kaleb glimlachte. Hij was blij dat z’n dochter hem eerlijk vertelde wat ze nodig had. Royaal gaf hij haar dubbel wat ze vroeg.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?