Stilgezet: Rechters 1: 16 - Inwoning

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Rechters 1: 16

Vanuit de Palmstad waren met de Judeeërs ook de Kenieten, stamgenoten van de schoonvader van Mozes, naar de woestijn van Juda opgetrokken. Zij vestigden zich te midden van de bewoners in het gebied van Arad.

De Kenieten waren anders, al vonden ze het zelf gewoon erbij te horen. Ze vertelden graag hoe de Egyptische prins Mozes na een vlucht door de woestijn bij hun stamvader Jethro terecht kwam. Mozes bleek een Israëliet te zijn. Jethro raakte op hem gesteld en gaf hem z’n dochter tot vrouw. Ook kreeg hij bewondering voor de God van Mozes, vooral toen die God zijn volk uit Egypte bevrijdde.

Na verloop van tijd voegde ­Jethro zich met zijn familie bij Mozes. Ze begonnen zich thuis te voelen bij Gods volk. Samen met hen trokken ze de Jordaan over en kregen een vaste plaats in het gebied van Juda. Ze woonden er graag.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?