Stilgezet: Psalm 26:6 - Naar Gods tent

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Psalm 26:6

Ik zal mijn handen in onschuld wassen, een rondgang maken om uw altaar, HEER…

Waar stond het heiligdom eigenlijk in Davids tijd? Inmiddels heeft Saul immers de priesters van Nob uitgemoord. En niet alleen de priesters, ook hun vrouwen en kinderen. Slechts eentje wist te ontsnappen, Abjatar. Die vluchtte mét het hogepriestergewaad naar David toe. Wat Saul daarna met de tent van God gedaan heeft is onbekend. Maar nergens zingt David over een verlaten heiligdom, dat hij weer wil oprichten. Het ligt eerder voor de hand dat Saul zelf nieuwe priesters heeft aangesteld. Misschien wel weer in Nob. Dat lag immers slechts een paar kilometer bij Sauls residentie vandaan.

En wat doet David nu als hij een publieke verklaring wil afleggen? Hij laat geen herauten rondgaan in Hebron en omstreken. Hij maakt zelf de reis naar Gods tent. Allereerst de HEER moet dit horen. 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?