Stilgezet: Psalm 22:17 - Vastgepind

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Psalm 22:17

Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord.

Als christen denk je dan meteen aan het kruis van Jezus, waar Hij aan hing met grote spijkers dwars door polsen en enkels. Maar David denkt aan een groep wilde honden die een zwerver belagen. Ze willen hem naar de keel vliegen, maar hij beschermt zich met zijn armen – hij probeert de beesten van zich af te trappen, maar daar bijt zo’n hond zich al vast in zijn scheenbeen, een andere springt hoog tegen hem op en bijt fel in zijn pols – het zal niet lang meer duren en hij kan zich niet meer verweren, ze werken hem tegen de grond … Het begint bij de handen en voeten. Zo begon het ook bij Jezus. Vastgepind aan het hout was Hij totaal weerloos. Nee, ze grepen Hem niet bij de keel. Dát lieten ze aan satan over.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?