Stilgezet: Psalm 22:14 - Roofdieren

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Psalm 22:14

Roofzuchtige, brullende leeuwen sperren hun muil naar mij open.

In de tijd dat David nog op de kudde paste had hij weleens voor een echte leeuw gestaan. Die leeuw had het niet op hem gemunt maar op een afgedwaald schaap. Zodra David echter schreeuwend en zwaaiend met zijn knuppel op hem afkwam, besefte de leeuw dat iemand zijn prooi wilde afpakken. Nog altijd hoorde David in gedachten het brullen van het beest en zag hij die gesperde muil met die scherpe tanden. Dat gevoel van immense spanning overvalt David ook als hij in het paleis van Saul komt. Als een groep hovelingen hem amper wil laten passeren, als ze hem spottend aankijken of met verholen dreiging. En waarom toch? Met een leeuw valt niet te praten, met deze mensen ook niet. Jaloezie kan mensen in roofdieren veranderen …

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?