Stilgezet: Prediker 12:5 - Rouwstoet

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Prediker 12:5

Een mens gaat naar zijn ­eeuwig huis, een klaagzang vult de straat.

Ook dit is de ouderdom, dat je voortdurend geconfronteerd wordt met sterven. Met het verlies van mensen die jou dierbaar zijn. De man die ooit je maatje was op het werk, je vriend, je broer. Straks is er niemand meer die jou ooit nog bij de voornaam noemt, ze noemen je allemaal beleefd ­‘meneer’. En elke overlijdens­advertentie raakt je: alwéér ­iemand die naar zijn eeuwig huis gaat … Wanneer ben ik aan de beurt?

Je strompelt naar de deur: er gaat alweer een rouwstoet door de straat, de mensen klagen en kermen luid, ze slaan zich op de borst. En jij staat daar te kijken en je denkt: zouden ze voor mij ook zo klagen?

En blijf je dan ook doordenken over dat eeuwige huis? Want hoe benauwd het sterven ook is, er zal ook het gevoel zijn van thuis­komen …

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?