Stilgezet: Hebreeën 13:11 - Voordeel

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Hebreeën 13:11

Het bloed dat bestemd is voor het reinigingsoffer wordt door de hogepriester het heiligdom binnengedragen, de kadavers van de offerdieren worden buiten het kamp verbrand.

De zin hiervoor was een doordenkertje: christenen hebben wel een altaar, maar dan eentje waarvan de dienstdoende priesters niet mogen eten. Nu kent de priesterdienst in Jeruzalem ook wel offers waarvan ze niet mogen eten. Onder ­andere het grote reinigings­offer van Grote Verzoendag. Dat is immers bestemd voor de zonden van het volk én van de priesters. Rond dat offer hangt de sfeer van algemene verootmoediging – daarvan ga je geen feestje bouwen. Wat overblijft na bloedsprenkeling en offer, dat wordt allemaal verbrand. Buiten het kamp, buiten Jeruzalem.

Zo erg is de zonde. Daarvan mag niemand voordeel hebben. Dat blijft gelden.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?