Stilgezet: Ezechiël 5:3 - Realiteit

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 5:3

Je moet een derde deel uitstrooien in de wind – ik zal de vluchtelingen met mijn zwaard achtervolgen. Een aantal haren houd je apart en bewaar je in een plooi van je mantel.

Ezechiël is weer overeind gekomen vanaf de vloer van zijn huis. Maar aan zijn dreigende profeteren is nog steeds geen einde gekomen. Hij heeft een deel van zijn eigen haren verbrand op het kleitablet dat Jeruzalem moet voorstellen. En een ander deel heeft hij kapotgehakt met een zwaard. En net heeft hij het laatste deel van die haren laten waaien in de wind. Kennelijk heeft hij er met het zwaard achteraan lopen zwaaien: ook vluchtelingen worden niet gespaard. Maar wacht. Daar heeft hij tóch nog een paar in zijn hand. Zorgvuldig wikkelt hij ze in een plooi van zijn mantel. Er is nog een beetje hoop op behoud. Maar – die hoop is alleen reëel voor wie eerst de realiteit van het oordeel aanvaard heeft.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?