Stilgezet: Ezechiël 5:1 - Zwaard

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 5:1

Mensenkind, neem een scherp zwaard en gebruik dat als een scheermes om je hoofdhaar en je baard mee af te scheren.

Een priester mag zich niet kaalscheren of stukken uit zijn baard knippen (Leviticus 21). Dat is voor iedereen al een schande. Maar goed, als iemand zwaar in de rouw is, kan hij dat doen als een teken van intens verdriet – dan kan het hem niet meer schelen hoe hij erbij loopt. Voor een priester zijn dergelijke uitingen van rouw verboden. Hij mag wel verdrietig zijn, maar de vreugde in de HEER is altijd belangrijker.

En nu zegt juist God zelf dat Ezechiël zijn haar moet afscheren. En niet maar met een scheermes, maar met een onhandig groot zwaard. Straks ziet hij er niet uit, met kale happen uit zijn haar en baard, met littekens waar het zwaard is uitgeschoten.

Iedereen die bij hem op bezoek komt, zal ervan gruwen. Zal hij er ook onrustig van worden? 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?