Stilgezet: Ezechiël 4:9-10 - Lijden

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 4:9-10

Je moet tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt bij elkaar in een pot doen en er brood van bakken; dat is wat je de driehonderdnegentig dagen dat je op je zij ligt te eten zult krijgen. Het brood dat je eet moet worden afgewogen: je krijgt maar twintig sjekel per dag, elke dag weer.

Brood bak je van tarwe of spelt. Gierst is veevoer. En als je ook nog eens bonen door je broodmeel maalt, dan heb je duidelijk moeten schrapen voor elk brood dat je bakt. Armoede-brood dus. En elke dag mag Ezechiël er slechts een noodrantsoen van, tweehonderd gram, misschien iets meer.

Mijn verbijstering groeit. Waarom deed de HEER dit Ezechiël aan? Het was al zo’n kwelling dat hij hele dagen op zijn ene zij moest liggen. Maar als je dan ook vermagert en je botten van je heup en schouders uitsteken…

HEER, vindt U het werkelijk nodig dat ik de boodschap van zwaar lijden leer begrijpen? 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?