Stilgezet: Ezechiël 4:7-8 - Maar toch

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 4:7-8

Je moet je blik op het belegerde Jeruzalem gericht houden, met ontblote arm, en tegen de stad profeteren. Ik zal je met touwen vastbinden zodat je je niet van de ene op de andere zij kunt draaien, net zolang tot alle dagen dat je de stad belegert voorbij zijn.

De meeste profeten mochten al profeterend gewoon blijven staan. Soms liepen ze op blote voeten over straat, soms moesten ze lange reizen maken. Maar Ezechiël is de enige die thuis moet blijven, met (onzichtbare?) touwen gekluisterd aan die éne plek op de vloer. Je kunt wel raden wat er dan gebeurt: wie anders een straatje om zou zijn gelopen als hij Ezechiël zag, gaat nu toch eens nieuwsgierig kijken. Ja hoor, daar ligt hij, zijn felle blik gericht op die tegel die Jeruzalem moet voorstellen. Hij zegt zelden iets, maar altijd wijst zijn arm beschuldigend naar die stad.

Je lacht erom. Maar toch …

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?