Stilgezet: Ezechiël 4:6 - Boeten

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 4:6

Wanneer je die dagen hebt volgemaakt, ga je vervolgens op je rechterzij liggen om de schuld van het volk van Juda te dragen, veertig dagen lang: één dag voor elk jaar geef ik je die last te dragen.

Driehonderdnegentig dagen lang, meer dan een jaar, lag Ezechiël op zijn éne zij. Neergedrukt door een onzichtbare last, een symbool voor de immens grote schuld die Israël jaar na jaar had opgestapeld, al sinds de dagen van Salomo.

En de HEER voorspelt: met dat jaar is het niet klaar. Want binnen Israël heeft Juda, de koningsstam, zijn leiderspositie niet waargemaakt. Ze hadden de tempel, ze hadden profeten, ze hadden een Hizkia en een Josia, maar nee, zij maakten de stapel schuld van Israël alleen nog maar hoger! En daarom krijgt ook Ezechiël er nog een dikke schep bovenop.

Maar hoe kan Ezechiël ooit voor zo’n grote schuld boeten? Al heeft hij nog zoveel wonden in zijn zij … 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?