Stilgezet: Ezechiël 4:14 - Onrein

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 4:14

Ach HEER, mijn God, zei ik, er is nooit iets onreins door mijn keel gegaan, nog nooit in mijn leven heb ik het vlees van een gestorven of verscheurd dier gegeten, nooit heb ik onrein vlees geproefd.

Verbazend. De HEER vertelt Ezechiël dat hij ruim een jaar stijf op zijn éne zij moet liggen, met slechts een minimum aan eten en drinken – en hij protesteert niet. Maar als de HEER dan zegt dat hij dat rantsoen als een gerstenkoek op zijn eigen uitwerpselen moet bakken, dán protesteert hij. En niet omdat hij dat gek of vies vindt, maar omdat je dan de tempel niet in mag. En Ezechiël is priester. Als kind leerde hij al hoe hij bij het naar de wc gaan schone handen moest houden, om later een goede priester te kunnen zijn. En nu… Ach HEER, hongerlijden, uitdrogen, ik heb het voor U over. Maar laat mij – zelfs hier in ballingschap – rein mogen blijven om in Uw tempel te dienen!

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?