Stilgezet: Ezechiël 3:9 / Jesaja 50:6-7 - Diamant

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 3:9 / Jesaja 50:6-7

Ik maak je harder dan steen, ik maak je zo hard als staal ...

Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij bespuwden. God de HEER zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots ...

Ezechiël kreeg te horen dat er geen mens zou luisteren. En als enige troost beloofde God hem een ‘diamanten voorhoofd’ (letterlijk). En kijk, in Jesaja 50 belooft God iets dergelijks aan ‘de knecht van Jahwe’. De profetieën over deze Knecht bevatten veel hints naar Jezus. Ook hier. Bij deze profetie denk je aan dat moment voor de hogepriester, toen ze Hem in het gezicht spuugden en sloegen. Hoe heeft Hij toen gekeken? Ontweek Hij hen angstig, kneep Hij zijn ogen dicht van afkeer? Of – gaf de HEER Hem toen ook een gezicht van diamant, zodat Hij ondanks de pijn en de viezigheid toch in alle rust zijn belagers bleef aankijken?

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?