Stilgezet: Ezechiël 3:2-3 - Zoet

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 3:2-3

Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: ‘Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol, die ik je geef.’ Ik at de rol op; hij was zo zoet als honing.

Dat kan dus in een visioen, dan eet je gewoon een complete boekrol op met stokken en al. En iedereen snapt de bedoeling: Ezechiël moet Gods woorden niet maar keurig netjes doorgeven, maar hij moet zich er zelf totaal door laten vormen. Ze moeten allereerst hemzelf aanspreken, eerder kan hij ze niet eens doorgeven.

Het is pas écht vreemd dat die boekrol zoet blijkt te smaken. Hij staat vol met klachten en toch ligt hij niet zwaar op de maag. Ezechiël gaat het heus nog moeilijk krijgen, maar de HEER laat hem voelen: als je mijn woorden in je opneemt, zelfs al zijn ze nog zo verdrietig, dan gebeurt er toch iets moois met je. Mijn wonderlijke vrede, die kun je zelfs krijgen als je klaagliederen leest.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?