Stilgezet: Ezechiël 1:13-14 - Vuur

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ezechiël 1:13-14

Ze leken op iets dat eruitzag als brandende, vurige kolen; ze zagen eruit als fakkels. Er ging vuur heen en weer tussen de wezens, een gloeiend vuur, en er kwam bliksem uit het vuur. En zo flitsten de wezens heen en weer, als bliksemstralen.

Geen mens kan leven midden in vuur. Maar als Ezechiël die machtige stormwolk op zich af ziet komen, ziet hij daarbinnen vier wezens die aan alle kanten omspeeld worden door vuur. Het spat van hen af, het vormt vurige strengen tussen hen in, het flitst en het knettert aan alle kanten, terwijl ze zelf binnen die wolk heen en weer schieten. Ezechiël moet zijn ogen haast dichtknijpen …

Bestaat dit echt? Ga ik dit ook zien, ooit als ik van deze aarde word weggenomen? En zal ik dan niet verpletterd worden van angst? Of zal er iets diepers zijn, iets wat mij net als Ezechiël straks recht op mijn voeten zet?

Mijn Maker zegt van wel.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?