Stilgezet: 2 Samuël 3:21 - Vertrouwen

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

2 Samuël 3:21

Abner zei tegen David: ‘Ik stel voor dat ik op weg ga om alle Israëlieten bijeen te brengen onder mijn heer en koning. Zij zullen een verdrag met u sluiten en u zult koning zijn over heel het gebied dat u verlangt.’ En David liet Abner ongehinderd vertrekken.

Hoe kijkt David als Abner dit voorstelt? Een tikje geïrriteerd – wat bén je toch een baasje, Abner, hoezo moet jij nu bepalen wat er moet gebeuren? Of licht geamuseerd over deze voortvarendheid? Denkt hij: mooi zo Abner, doe je best, je hebt nog wat goed te maken? In elk geval laat hij alle eer aan Abner. Laat hem maar een volksvergadering organiseren, laat hem de voorwaarden van het koningsverdrag maar opstellen! Ze zijn daar in het noorden gewend om naar Abner te luisteren. Abner, je krijgt de vrije hand – je hebt mijn volle vertrouwen. Want echte eenheid krijg je alleen als je vertrouwen schenkt.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?