Het digitale monster en de strijd met onze privacy

Alles diensten zijn gratis, de wereld ligt aan je voeten en de hele wereld kan jou zien. Media
Alles diensten zijn gratis, de wereld ligt aan je voeten en de hele wereld kan jou zien. | beeld ap, ep, nd, de correspondent
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Veel mensen weten ergens wel dat hun privégegevens bekend zijn. Hoe komt het dat ze gewoon doorgaan met googelen, facebooken of inloggen op een openbaar wifi-account?

Handig die iPad en smartphone, waarmee je kunt fotograferen, de route op de snelweg vindt en via sites als nu.nl, Google en Facebook direct met het nieuws en je vrienden verbonden bent. Al die diensten kosten je niets. Ze zijn voor iedereen toegankelijk en de wereld ligt zo aan je voeten.

Toch zit er een andere kant aan de medaille. Veel mensen weten niet of beseffen slechts vaag dat je wel degelijk betaalt voor het gemak dat Facebook, Whatsapp en nu.nl je bieden. Niet met geld, maar met je privacy. Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis geven een onthutsend beeld van de wereld achter de digitale revolutie in het boek Je hebt wel iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy. ‘Met zijn allen laten we, zonder dat goed in de gaten te hebben, een enorm digitaal spoor achter, waarvan de overheid en bedrijven gretig gebruikmaken’, licht Maurits Martijn toe - hij werkt evenals Tokmetzis voor het journalistiek forum De Correspondent.

Het is alsof we allemaal achter een glazen wand zitten: de internetverbinding. Zelf denken we dat die wand bedoeld is om ons een mooi uitzicht op de wereld te bieden. Ondertussen worden we door bedrijven en overheidsdiensten bespied. Zij willen van alles van ons weten, brengen ons in kaart en stellen profielen op. Bedrijven hopen zo gerichte advertenties te kunnen voorschotelen, terwijl diensten als politie en de fiscus beweren met die kennis ons van dienst te zijn. Zo weet de Belastingdienst dat mensen die in een scheiding liggen, hun belastingformulier slecht invullen; dus waarschuwt de dienst hen daar alvast voor. En terwijl wij naar een site surfen, vindt in een fractie van een seconde op basis van al onze gegevens een automatische veiling plaats, die het recht om een advertentie te plaatsen aan de hoogste bieder aanbiedt. En dus verschijnt er binnen een seconde op ons mobieltje of computer een specifiek op onze voorkeur afgestemde advertentie. ‘Google kent onze gedachten, onze ideeën, onze sociale netwerken, onze dagschema’s en onze mailconversaties. Het weet waaraan we werken, wie we ontmoeten en waar we dat allemaal doen’, schrijven Martijn en Tokmetzis dan ook onheilspellend.

Is dit erg? En hoe komt het dat veel mensen ergens wel weten dat hun privégegevens bekend zijn, maar gewoon doorgaan met googelen, facebooken of inloggen op een openbaar wifi-account? Dat komt door de zogenoemde privacy-paradox, vertelt Martijn. ‘Mensen moeten kiezen tussen tegenstrijdige belangen en dan blijkt de privacy vaak te sneuvelen. Gemak, efficiëntie, dat iets gratis is en de suggestie dat de overheid privégegevens nodig heeft voor onze veiligheid, winnen het eigenlijk altijd van de privacy.’

Daarnaast weten de meeste mensen eenvoudig niet hoeveel er van hen bekend is. ‘Wat verder meespeelt’, zegt Martijn, ‘is dat mensen zelf de pijn nog niet ervaren. De meesten hebben nog niet te maken gekregen met identiteitsfraude en worden niet zomaar tegengehouden op een vliegveld in Amerika, omdat ze om onduidelijke redenen op een zwarte lijst staan. Wat dat betreft verwacht ik dat de echte pijn nog moet komen.’

sociale controle als winst

Maar kan het ook zijn dat mensen welbewust ervoor kiezen hun privacy in te leveren, omdat ze er gewoon iets anders voor in de plaats krijgen? Op een vliegveld kleden we ons bij de douane immers ook half uit, omdat daarmee een andere waarde, in dit geval veiligheid, bevorderd wordt. Henk Hagoort, tot afgelopen zomer baas bij de NPO en nu voorzitter van het College van het Bestuur van Hogeschool Windesheim in Zwolle, meent dat dit inderdaad het geval is. ‘In mijn NPO-tijd merkte ik dat er twee werelden zijn: die van de officiële regelgeving die wordt gedomineerd door het belang van privacy, én de gewone werkelijkheid, waarin de meesten ervoor kiezen privacy in te leveren in ruil voor bijvoorbeeld gebruiksgemak.’

Hagoort vraagt zich daarom af, of de vermindering van privacy wel zo erg is als vaak wordt beweerd. ‘Tijdens mijn studie geschiedenis heb ik me in de middeleeuwen verdiept. Toen hadden mensen nauwelijks privacy, doordat iedereen hutjemutje in een huis bij elkaar zat. Privacy is een cultureel bepaalde waarde die past bij de moderne tijd, maar wellicht ook weer zal verdwijnen. Tegenover deze afname van privacy staan andere waarden als winst. Dat zie ik ook bij jongeren. Zij weten dat zaken via laptop en smartphone zichtbaar worden en deze transparantie zorgt voor meer sociale controle, zelfregulering en aangepast gedrag.’

Zo relativerend denken de meeste privacy-voorvechters er niet over. Onder hen D66’er Sophie in ’t Veld, die zich in het Europarlement sterk maakt voor de bescherming van privacy. ‘Ik ben toevallig ook afgestudeerd in de middeleeuwse geschiedenis, maar kijk er echt anders tegenaan dan Hagoort. In de middeleeuwen zag het gebrek aan privacy er heel anders uit dan nu. Het waren jou bekende mensen die alles van je zagen en wisten. Nu zijn het totaal onbekende bedrijven en overheidsinstellingen die ontzettend veel van je weten, zonder dat jij dat zelf in de gaten hebt. En dat gaat steeds verder. Geheime diensten kunnen al via jouw webcam of smartphone bij je thuis naar binnen kijken. En in onze auto’s komt een kastje dat niet alleen volgt waar je bent, maar ook je rijgedrag in de gaten houdt.’

Ook Maurits Martijn wordt niet vrolijk van alle ontwikkelingen. ‘Tegen mensen die het verlies aan privacy relativeren, zeg ik altijd dat het recht op privacy niet voor niets in onze grondwet staat, maar ook in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Handvest van de Verenigde Naties. Het is niet zomaar een bevlieging, zoals we ook de vrijheid van meningsuiting niet relativeren.’

Dat het belangrijk is privégegevens goed af te schermen, bewijst volgens Martijn de manier waarop dictaturen ermee omgaan. ‘Systeemkaarten waren belangrijk voor de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog, omdat ze daarmee mensen konden oppakken.’ Voor Hagoort geeft deze parallel echter goed aan dat het probleem niet de ontwikkeling op digitaal gebied is. ‘Als dictators hun macht willen misbruiken, kunnen ze altijd wel aan informatie komen. Daar hebben ze Google of Facebook niet voor nodig.’

Toch gaat deze relativering volgens Martijn niet op. ‘De hoeveelheid privégegevens die nu bekend zijn, zijn van een totaal andere orde. Ze vormen echt een droom voor elke dictator.’ In ’t Veld ziet op dit punt zorgwekkende ontwikkelingen in Europa. ‘Iemand als de Hongaarse premier Victor Orbán beschikt al over een database met gezichtsherkenning van iedereen die onlangs in Hongarije is geweest.’ Ze maakt zich dan ook meer zorgen over de macht van overheden dan die van bedrijven. ‘Bedrijven kunnen we nog wel aanpakken via mededingingsautoriteiten maar bij overheden is dit moeilijker. Zij kunnen bedrijven vaak dwingen hun gegevens over personen af te staan.’

liever gewoon betalen

De afname van privacy is dus niet slechts een cultureel verschijnsel en levert wel degelijk gevaar op? Volgens de Twentse techniekfilosoof Peter Paul Verbeek zitten er twee kanten aan. ‘Natuurlijk gaan we anders om met privé-informatie dan vijftig jaar geleden. We maken nu zelf via Twitter en Facebook openbaar wat ons allemaal privé bezighoudt, iets wat we toen nooit zouden hebben gedaan. Tegelijk bepaalt een boek als Je hebt wel iets te verbergen ons erbij dat we ook onbedoeld veel privégegevens weggeven. Ik ben ervan overtuigd dat als mensen echt zouden weten wat de gratis diensten op internet ons allemaal aan privacy kosten, de meesten liever gewoon met geld betalen.’

En dan is het doorgeven van privégegevens volgens critici niet eens het grootste probleem. Verbeek: ‘Het gaat er vooral om dat bedrijven ons met die kennis in een bepaalde richting willen duwen. Hier speelt een ethische vraag naar wat voor leven we willen leiden. We moeten ervoor waken dat we in ons leven keuzes maken die ons, zonder dat we er erg in hebben, door bedrijven als Google worden opgedrongen. Zij selecteren immers al de informatie die wij te zien krijgen.’

Gaan Google en andere bedrijven functioneren als Big Brother die de keuzes in ons leven beïnvloeden en zelfs bepalen wat goed of fout is? Het doet denken aan de kerk die mensen tot ethische keuzes dwong door te schermen met het alziende oog van God. Een toekomstbeeld dat Maurits Martijn niet aanlokkelijk overkomt. En niet eens omdat hij weinig van christendom of kerk moet hebben. ‘De kerk heeft tenminste nog ideeën over wat goed is en hoe dat bereikt moet worden. Of je het daar nu mee eens bent of niet. Maar Googles doel is slechts het behalen van winst. Zijn ideeën zijn puur winstgedreven.’

De journalist Martijn staat niet enkel negatief tegenover de ontwikkelingen rond privacy. Opvallend positief is hij over wat de Europese Unie – het Hof van Justitie, het Europees Parlement en de Europese Commissie – voor het belang van privacy doet. ‘Het Hof in Luxemburg gaat soms zelfs activistisch te werk. Mensen kunnen daar zaken aanhangig maken als ze denken dat hun privacy vanuit het oogpunt van mensenrechten geschonden wordt.’

In ’t Veld is blij dat Europa in dit opzicht gewaardeerd wordt. ‘Maar eigenlijk is het natuurlijk te gek. We noemen het al activistisch wanneer een Hof zegt dat de wet in een land moet worden nageleefd.’

Gerust is Europarlementariër In ’t Veld er dan ook niet op, moet ze bekennen ‘Als historicus en optimist zeg ik dat het ooit wel weer goed komt. Maar of dat over vijf jaar of vijf eeuwen is, weet ik niet. We hebben met de digitalisering in betrekkelijk korte tijd een monster geschapen waarvan we de grootte moeilijk kunnen overzien.’

Zelf verwacht ze dat de techniek die voor de digitalisering heeft gezorgd, ook bijdraagt aan de oplossing van de uitwassen. Techniekfilosoof Verbeek kan daar alleen maar mee instemmen. ‘Heel simpel: als we ervoor zorgen dat de bonuskaart van Albert Heijn die onze gegevens verzamelt, ons ook precies laat zien, wat er allemaal met die gegevens gebeurt, zullen we misschien heel anders met die kaart omgaan.’ ◆

Bijlagen

Fotoserie, 6 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?