Eva Jinek: Weerzin en liefde

Media
beeld kro-ncrv / Pim van Boesschoten
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Haar ouders in het bejaardenhuis stoppen, dat zou Eva Jinek niet doen.

Ze heeft bewondering voor mensen die zo dapper zijn om te vluchten.

Vertrouwen in God, intrigeert haar. Zelf kent ze dat niet.

Jinek gaat altijd voor haar ‘allergrootste liefde’.

Soms begrijpt Eva Jinek niets van het land waar ze werd geboren en haar kinderjaren doorbracht. Bijvoorbeeld als ze in de Appalachian Mountains is, in het zuidwesten van de Amerikaanse staat Virginia. Ze denkt aan Teresa, een van de hoofdpersonen in de nieuwe serie van De Verenigde Staten van Eva. Teresa organiseert in de Appalachian Mountains een keer per jaar een ‘gratis gezondheidskliniek’ voor mensen zonder zorgverzekering. Op een plek waar op andere dagen koeien en varkens worden verkocht, laten dan mensen die jonger zijn dan Jinek (39) al hun tanden trekken, omdat die verrot zijn. Een dag later krijgen ze een gratis kunstgebit aangemeten – van de allergoedkoopste soort. Maar toen zij aan zo’n jongeman-met-goedkoop-kunstgebit vertelde dat je in Nederland naar de tandarts kunt wanneer je wilt, omdat we hier een goede verzekering hebben, zei hij toch liever het Amerikaanse systeem te hebben.

‘Dan botsen die werelden zó in mijn hoofd’, zegt Jinek. ‘Deze groep Amerikanen wil niet dat er getornd wordt aan hun autonomie, aan hun recht om zelf te beslissen.’ Maar begrijpen doet ze het niet. ‘Ik ben té veel een Europeaan, om in dat gevoel mee te kunnen gaan. Ik zie dat een collectieve zorgverzekering werkt, als ook jonge, gezonde mensen daaraan meebetalen. Wat Amerika heeft, werkt simpelweg niet en je bent er uiteindelijk veel duurder mee uit. Eenvoudige infecties worden niet behandeld, totdat het helemaal uit de hand loopt en onverzekerde mensen op de eerste hulp terechtkomen – en de Amerikaanse samenleving alsnog die kosten moet betalen.’

Het doorgeschoten individualisme dat tot dit soort uitwassen leidt, deed Jineks ouders in 1989 besluiten de Verenigde Staten te verlaten. ‘Mijn moeder wilde niet langer in dat systeem leven. Ik kende haar bezwaren, maar nu heb ik die nog duidelijker gezien.’

zucht van verlichting

Jinek wilde voor haar nieuwe tv-serie onderzoeken of er iets is veranderd in Amerika, sinds Donald Trump president is. Nee, is haar antwoord op dit moment. ‘Obamacare – ook geen goed systeem trouwens – is niet teruggedraaid, een nieuw zorgplan is er niet gekomen. Terwijl het Trumps grootste verkiezingsbelofte was. Het is hem simpelweg niet gelukt. Dat Trump iets gaat veranderen aan de levens van de mensen die op hem hebben gestemd, daarover ben ik niet hoopvol.’

Nog nooit op al haar reizen naar de VS, en in al de tijd dat ze er woonde, zag Jinek wat ze zag in de Appalachian Mountains. Mensen sliepen in auto’s, en stonden midden in de nacht op om een kaartje te trekken: hun jaarlijkse kans om een dokter te zien. Het shockeerde haar als journalist, maar zeker als de Amerikaanse die ze óók is. ‘Als Amerikaan walg ik ervan hoe het er op sommige plekken aan toe gaat. Als je vijf weken in Amerika bent op de plekken waar ik was, kun je alleen maar een zucht van verlichting slaken als je weer terug in Nederland bent. Het is hier paradijselijk goed georganiseerd.’

Teresa, de vrouw die Jinek in beeld brengt, heeft ook een mobiele kliniek waarmee ze door de bergen rijdt. ‘Ze heeft een budget van zes miljoen dollar per jaar. Mensen – in dit geval katholieken – storten jaar op jaar. Ik vroeg hoe het kan dat ze elk jaar zó veel geld krijgt. Teresa antwoordde: “God.” Dat is een manier om ernaar te kijken; dat begrijp ik. Ik zie gewoon mensen die jaar in jaar uit zes miljoen dollar bij elkaar leggen; sommigen geven exorbitante bedragen. Dus vinden Amerikanen het wel degelijk belangrijk dat er iets aan de problemen wordt gedaan. Maar toch: structureel je maatschappij erop inrichten zodat er vangnetten zijn, dat wíllen ze simpelweg niet. Amerikanen willen geen overheid die dingen voor hen bepaalt.’

Komt u depressief terug van zo’n reis?

‘Dat ook weer niet. Mijn weerzin tegen sommige dingen in Amerika is groter geworden, maar mijn liefde voor Amerika ook. Alle zes hoofdpersonen in mijn programma wachten niet op wat er in Washington gebeurt, maar zijn elke dag bezig om dingen te verbeteren. Met zó’n inzet, dat je na afloop alleen maar op je hotelkamer kunt zitten met de vraag: wat doe ík? Deze mensen bewegen hemel en aarde. Dat is voor mij de Amerikaanse spirit in de meest ultieme vorm. Dat is hoe Amerika zichzelf elke keer opnieuw uitvindt: niet door te wachten op anderen, maar gewoon door te dóén. Dit soort mensen maakt dat ik uiteindelijk toch weer gelukkig het land verlaat.’

U heeft eerder gezegd: mensen moeten niet één nanoseconde denken dat ik op Trump zou stemmen.

‘Dat was omdat ik niet kon geloven dat de Amerikanen zoals ik ze ken, voor hem zouden kiezen. De meeste Amerikanen zijn nette, aardige en vaak godvrezende mensen. Zouden ze stemmen op een man die zó praat? De Amerikanen hebben een president die minder netjes is dan zijzelf. Dat doet wel iets met het land. De toon van het maatschappelijk debat is verhard en verbitterd. Amerikanen hebben veel respect voor het ambt van president. Als iemand in het hoogste ambt grof en plat praat, legt dat de lat laag. Dát is – voorlopig – de invloed van Trump: het zijn niet de wetten die hij verandert, maar de gesprekskaders.’

vluchtelingen

Eva Jinek werd in Tulsa (Oklahoma) geboren. Haar ouders waren Tsjechische immigranten, die eerst naar Nederland vluchtten en zich later in Amerika vestigden. Door die familiegeschiedenis is Jinek ‘reëler’ over de vluchtelingenproblematiek. ‘Mensen die vluchten, zijn over het algemeen de meest ondernemende, avontuurlijke mensen. Als je vlucht met niets in je handen, doe je iets wat de meeste mensen niet durven. Ik denk dat mensen die hun hele leven in één land wonen, niet kunnen voelen wat het betekent om in een land te arriveren waar je je niet kunt uitdrukken, en waar je niet meer ‘de zoon van’ bent. Ik heb veel bewondering voor mensen die zo dapper zijn dat te doen. Zeg ik daarmee dat iedereen maar moet kunnen komen? Nee. Maar ik heb een reëler beeld van wat het mensen kost om te vluchten. Het geeft levenslange littekens.’

Niettemin is Jinek als beeldbepalend gezicht van de Nederlandse televisie een beetje voorzichtig met haar mening op dit punt. ‘Je vraagt er terecht naar; ik zou mijzelf deze vraag ook als eerste stellen. Nota bene: ik ben een kind van immigranten. Hoe moeten we omgaan met het grootste vraagstuk van deze tijd? Hoezo zou ik als rijke blanke mogen zeggen dat iemand niet mag komen? Maar ik realiseer me dat wat ik zeg, ook betekenis heeft voor alle interviews hierna. Dat maakt me wat voorzichtiger. Alles wat ik zeg, is beladen.’

U vertelde net hoe godvrezend veel Amerikanen zijn. Bent u zelf gelovig?

‘Nee. Zo ben ik niet opgevoed. Maar de kaders waarbinnen ik ben opgevoed, verschillen niet veel van die van gelovige mensen. Ik heb geleerd wat goed en kwaad is, hoe ik me behoor te verhouden tot mijn ouders, mijn broer, de mensen met wie ik werk, en de mensen in de samenleving. Daar hebben mijn ouders veel duidelijkheid over geschapen. Ik zie niet hoe dat wezenlijk verschilt van mensen die religieus zijn opgevoed; ik zie eigenlijk alleen maar overeenkomsten.’

Wat zijn die kaders?

‘Ik denk dat ik een iets strengere opvoeding heb gehad dan Nederlandse kinderen. In een Tsjechische en ook in een Amerikaanse opvoeding, ligt veel nadruk op beleefdheid en respect tegenover oudere mensen. Ik weet bijvoorbeeld dat ik mijn ouders niet in een bejaardenhuis kan stoppen. Als het nodig is, zou ik mijn ouders in huis nemen – bovendien ben ik de oudste thuis. Mijn ouders hebben mij geleerd iedereen goed te behandelen. Als je mensen slecht behandelt of slecht over iemand praat, komt dat vroeg of laat altijd bij je terug. Ik ben niet het braafste meisje van de klas, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik me kan vinden in hoe ik ben opgevoed.’

Toen haar ouders in Washington woonden, zochten ze voor de vierjarige Eva een preschool. De enige die plek had, was een orthodox-joodse. ‘Ik had alleen maar joodse klasgenootjes, dus totdat ik zes jaar was, heb ik gedacht dat ik joods was. Pas op de volgende school kwam ik erachter dat dat níét zo was.’

In uw programma’s toont u zich vaak geïnteresseerd in het geloof.

‘Dat is omdat ik in iederéén geïnteresseerd ben. Juist omdat ik het zelf niet zo voel, vraag ik me af hoe het wel voelt als je in een geloof je houvast vindt. In welke mate stuurt je dat in je beslissingen, en durf je daar ook van af te wijken? Dat fascineert me. Als ik gelovige mensen interview, komt het gesprek bijna altijd daarop uit, omdat ik het zo’n belangrijk onderdeel van mensen vind. Ik had reformatorische meisjes in mijn talkshow, naar aanleiding van een documentaire waarin je hun gesprekken met God hoorde. Dat was zo zoet, zo lief. Ik heb geen negatief gevoel bij geloof, maar wel bij extremisme in alle vormen – religieus of niet. Ik heb een weerzin tegen het anderen opleggen van dogma’s; in die zin ben ik een echte Amerikaan. Hoe meer individuele vrijheid van geest en van woord, hoe beter.’

Zou u graag willen geloven?

‘Soms wel. Teresa uit mijn programma kan haar werk doen omdat zij een rotsvast vertrouwen heeft in God. Zonder kan ik niet, vertelde ze mij. Als ik dat hoor, dan zou ik dat ook wel willen. Een onbetwistbaar soort vertrouwen en hoop.’

Denkt u dat God bestaat?

‘Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik heb geen bewijs dat ’ie bestaat, maar ik heb ook geen bewijs dat ’ie niet bestaat. Ik onderschat niet de rol die opvoeding hierin speelt. Mijn ouders zijn voor mij de bakermat van mij als intellectueel wezen. Als zij je niet laten kennismaken met het geloof, heeft dat veel invloed. Mijn ouders zijn jong gevlucht voor het communisme. Bij hen zat heel diep het verlangen naar onafhankelijkheid en autonomie. Géén institutie, geen organisatie – of dat nu een kerk of een politieke partij was.

De vreugde van het leven is voor mij dat je je kunt laten overweldigen door het gevoel, door iets wat iemand tegen je zegt, of door wat je ziet. Dat je ergens zo vol van bent, dat je niet eens weet hoe je dat moet uitdrukken. Dan kun je zeggen: zoiets kan geen toeval zijn. Maar dat zeg ik niet, want dat zou een gratuit antwoord zijn. Zo van: ik geloof wel dat er íéts is. Toen ik voor KRO-NCRV ging werken, heb ik gezegd: Ik ben geïnteresseerd in mensen, maar ik ga niet doen alsof ik nu ineens gelovig ben.

Ik zeg níet dat God niet bestaat. Ik kan overrompeld worden door de magie van het leven. En nog het meest door mensen, dat je soms denkt: dat zal toch niet ophouden als het lichaam er niet meer is. Maar ik weet het gewoon niet.’

U hebt inmiddels de best bekeken talkshow van de Nederlandse tv. Bent u bang om uw succes weer kwijt te raken?

‘Natuurlijk denk ik daarover na, omdat ik daar heel kwetsbaar in ben. Als ik weer eens mindere kijkcijfers zou hebben, dan is dat niet alleen een tegenvaller. Nee, dan is het: ze faalt. Dat legt abnormale druk op mijn prestaties. Ik ben sterk genoeg om daarmee om te gaan. Ik kan alleen doen wat ik doe, omdat ik overmatig betrokken ben. Dit is geen baan, dit is een léven. Als mensen mij op tv zien, ben ik gewoon mijzelf. Maar als het dan eens slechter gaat, raakt dat je ook helemaal zelf. Hoe vind je de balans tussen maximale betrokkenheid, zonder eraan onderdoor te gaan als het minder goed gaat? Daar ben ik niet uit; dat is een worsteling. Ik kan zeggen: het is maar een baan. Maar zo voelt het echt niet. Nederigheid is denk ik het belangrijkste. En accepteren dat niets hetzelfde blijft. Vroeg of laat zal het minder gaan. Dat zal ik dan moeten zien te handelen.’

Bent u gelukkig?

‘Ja, ik ben best wel gelukkig. Het gaat goed met de mensen van wie ik hou. Dat maakt het leven een stuk eenvoudiger. Dan kun je ook veel incasseren. Ik houd van de spanning, van presteren, van competitie. Maar ik kan me overal ter wereld gelukkig voelen. Dat heb ik van mijn moeder; dat is mijn grootste talent.’

Uw carrière ging een aantal jaren gepaard met veel aandacht voor uw liefdesleven; twee keer had u relaties met mannen die ook zelf bekend zijn.

‘Dat iedereen daar een mening over heeft, went nooit. Ik heb in een interview gezegd, dat het mij verstandig zou lijken dat ik een relatie zou krijgen met iemand die niet óók in de belangstelling staat. En dat is gebeurd, gelukkig. Mijn liefdesleven is zoals mijn persoonlijkheid. Ik ga altijd voor mijn allergrootste liefde; daar moet je niet mee marchanderen. Liefde is voor mij het wonderlijke van het leven. Maar een relatie moet wel werken. Met mijn larger than life-baan en persoonlijkheid, moet ik een manier vinden om daar iemand in te passen. Ik lever graag in om dat mogelijk te maken. Natuurlijk: ik zou graag een levenslange relatie willen. Mijn ouders zijn 51 jaar getrouwd. Dat ga ik niet meer halen, maar dat is wel mijn ideaal.’ ◆

Tsjechisch, Nederlands en Amerikaans

Geboren op 13 juli 1978 in Tulsa, Oklahoma, Verenigde Staten.

Op haar elfde met haar ouders en broer Jan naar Nederland verhuisd.

Heeft zowel de Nederlandse als de Amerikaanse nationaliteit.

Studeerde Amerikaanse geschiedenis in Leiden.

Ging in 2004 voor het NOS Journaal werken. In 2008 ging ze voor het eerst op tv presenteren.

Stapte in 2011 over naar omroep WNL.

In 2013 ging ze naar KRO-NCRV. Na een wekelijkse talkshow ging ze in de zomer- en winterstops van Pauw haar eigen dagelijkse talkshow op de late avond presenteren.

Sinds dit jaar wisselen Jinek en Pauw om de drie maanden hun dagelijkse talkshow af.

In maart won ze de vakprijs voor de beste tv-presentator van 2016.

Donderdagavond won ze de Zilveren Televizier-Ster voor beste vrouwelijke presentator van 2017.

Eva Jinek woont met haar vriend Dexter in Amsterdam.

De Verenigde Staten van Eva is vanaf donderdag 19 oktober te zien, 22.10 uur, NPO 1.

 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?