De haat van Bobby Fischer

|beeld GPD / John Mcconnico Media
|beeld GPD / John Mcconnico

Bobby Fischer was een schaaklegende. Maar het spel at hem op. Hij werd gek. U moet begrijpen dat na de eerste zet op het schaakbord elke speler twintig andere zetten kan doen. Vermenigvuldig 20 maal 20 en je hebt de kans op vierhonderd verschillende posities op het bord na de eerste zet. De boodschap van de documentaire Bobby Fischer against the world: mocht u ooit willen gaan schaken, dan kan dat tot gekte leiden.

Dat gebeurde in het geval van Bobby Fischer. De in 1943 geboren Fischer speelde al op 6-jarige leeftijd schaak, werd op zijn 12e ontdekt als schaakwonderkind. Op zijn 13e, in 1956, speelde hij al tegen de grootste schakers in de Verenigde Staten en hij won vele partijen. De jaren daarna gaat het hard. Hij won het Amerikaanse kampioenschap meerdere malen, veegde het internationale schaakwereldje soepeltjes opzij en moest alleen de wereldkampioen, de Rus Boris Spassky, boven zich dulden. Het is het begin van de jaren zeventig en de Koude oorlog is in volle gang. De Russen domineerden niet …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?