Wierd Duk: Bezorgd over islamisering

Leven
beeld Niels Blekemolen
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Wierd Duk is vaak te gast in talkshows, omdat hij ‘een schaarse mening’ heeft, bijvoorbeeld over de Russische president Putin. Hij is bezorgd over de islamisering in Nederland en wordt ‘rechtse opiniemaker’ en ‘PVV-fluisteraar’ genoemd. Maar hij ziet zichzelf nog steeds als verslaggever.

‘Mijn moeder is net overleden. Het zijn chaotische dagen.’ Wierd Duk (57) verontschuldigt zich voor zijn verlate entree in restaurant NAP op IJburg. Hij moest deze ochtend uit Eelde komen, waar zijn moeder woonde. Zijn vader, die predikant was in de Hervormde Kerk, is al een paar jaar geleden overleden. ‘Ik ben niet religieus, maar voor de begrafenisdienst grijp je toch terug op de liederen van vroeger’, zegt Duk. ‘Ik kwam op YouTube het lied ‘Blijf bij mij, Heer’ tegen, gezongen door SGP-Kamerleden en hun medewerkers. De opbrengst van het concert was voor organisaties die opkomen voor vervolgde christenen. Dat filmpje ontroerde mij; ik vond het indrukwekkend. Ik heb het ook op Twitter gezet.’

Waarom ontroert zo’n geestelijk lied u?

‘Ik zit in een emotionele rollercoaster nu. De rituelen van vroeger, en de cultuur erachter, vormen een houvast.’

Wat bedoelt u met ‘de cultuur’?

‘De manier waarop mensen met elkaar omgaan. Mijn ouders waren echte cultuurdragers. Bescheiden, ze dachten veel aan anderen. Volgens mij geldt dat voor veel mensen van hun generatie, en dat zat ook verweven in de kerkelijke wereld. Als je terugkwam van vakantie, hadden je buren bloemen op tafel gezet. Ik ervaar die vriendelijkheid nu opnieuw, rond de begrafenis van mijn moeder. In de gemeenten waar mijn vader heeft gestaan, is bekendgemaakt dat mijn moeder is overleden, en al die kerken laten ons als familie iets weten. We krijgen ontzettend aardige, warme ­e-mails. Afgelopen zondag hebben ze voor ons gebeden. Dan voel je je opgenomen.’

U bent niet gelovig meer, maar u voelt nog wel de warmte van de kring waaruit u komt?

‘Ik ben niet met angst opgevoed. Mijn vader was een intellectueel die met zijn tijd meeging. Het christendom stond bij ons thuis niet voor benepenheid, maar voor conservatisme en een bepaalde culturele, intellectuele ervaring. Ik koester die ervaring. Ik zie mezelf als een cultuurchristen. Dat ik het geloof in God verloor, is voor mijn ouders geen enorme schok geweest, geloof ik. Een paar jaar geleden kon ik bijvoorbeeld met mijn moeder nog goed praten over Klaas Hendrikse, de dominee uit Zeeland die niet in God gelooft. Mijn moeder begreep zijn ideeën best. Mijn ouders hadden het erger gevonden als mijn broer en ik ons echt tégen het christendom hadden gekeerd, of als we zelfdestructief gedrag waren gaan vertonen.’

Wierd Duk werd vlak voor Kerst 1959 geboren in Hooge Zwaluwe, onder de Biesbosch. ‘In het hol van de leeuw’, want: katholiek. Begin jaren zestig trok het gezin naar Domburg, op het Zeeuwse eiland Walcheren, waar vader Duk predikant werd. In de jaren zeventig – Duks middelbareschooltijd – woonde de familie in Hoogezand-Sappemeer, dicht bij Groningen. ‘Wat vaak over de jaren zestig wordt gezegd, dat de jonge generaties in opstand kwamen, gold eigenlijk vooral voor de jaren zeventig’, zegt Duk. Zijn gezicht verraadt het plezier waarmee hij aan die periode terugdenkt. ‘Het was een ruige, vrije tijd. Zeker in Groningen, het Texas van Nederland. Ik kom er nog vaak. De vrijheidsdrang die je daar ziet, kom je in de Randstad zo niet tegen. Koppigheid. Achterdocht. Mensen trekken zich terug in het landschap. De jaren zeventig in de veenkoloniën, dat was een goede leerschool voor mij. Ik ben er weerbaarder geworden.’

In diezelfde periode reisde Duk, zeventien jaar oud, met zijn broer naar het Franse plaatsje Taizé, voor een bezoek aan de internationale oecumenische kloostergemeenschap. ‘Die dagen maakten indruk. Wij kwamen uit de provincie en ontmoetten ineens mensen uit allerlei landen, met wie we over religie, filosofie, politiek en literatuur spraken.’ Duk leerde er een meisje uit Lyon kennen met wie hij vier jaar samen was.

‘Zij kwam voor haar studie naar Nederland, de zomers brachten we in Frankrijk door. Eigenlijk ben ik via Taizé internationaal georiënteerd geraakt.’

U specialiseerde zich als student in de geschiedenis van de Sovjet-Unie.

‘Het was een interessante periode. Gorbatsjov kwam op en de Sovjet-Unie begon in te storten. In 1985 ben ik er met vrienden heen gereisd. Onder anderen columnist René Cuperus was mee. Hij is een vriend van me. Nienke Trooster, nu ambassadeur in Vietnam, had de reis georganiseerd. We gingen naar Moskou en Leningrad (Sint-Petersburg). We kwamen er ook in contact met kunstenaars; ik schreef mijn scriptie over onofficiële Russische kunst. Ik werd gegrepen door het land en reisde er vaker naartoe. Op een gegeven moment dacht ik: ik moet hier correspondent worden. En dat lukte. Ik had al snel genoeg opdrachtgevers. Ik heb geluk gehad, er gebeurde van alles. Stel je voor: ik mocht voor mijn werk van Vilnius tot Tasjkent reizen.’

Wat is u het meest bijgebleven van uw tijd in Rusland?

‘De oorlogen in Tsjetsjenië. Het was soms bloedlink. Een heel intense manier van verslaggeving. Ik heb er ook hechte vriendschappen opgedaan.

Meer in het algemeen was het fascinerend om een complete wereld te zien instorten. Ik zag de samenleving criminaliseren. De staat functioneerde niet meer, op straat heerste totale wetteloosheid. Op de Kaukasus diende de radicale islam zich aan als aantrekkelijk alternatief. Dat zie je vaker. Hezbollah verwerft ook aanhang door armen eten te geven, en door mensen orde en recht te beloven. Deze ervaring heeft me er alert op gemaakt dat hetzelfde in Europa, en in Nederland, zou kunnen gebeuren als we niet oppassen. Er zijn mensen die het overdreven vinden wanneer ik waarschuw voor de radicale islam. Ik vind hen naïef.’

Iemand als Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie, zegt: Nederland islamiseert helemaal niet. Jonge moslims vernederlandsen juist.

‘Ja, dat beweert Leo Lucassen (hoogleraar in Leiden) ook al heel lang. Flauwekul. Een deel van de jongere moslims past zich inderdaad aan, dat klopt. Prima. Maar er is ook een deel dat radicaliseert, dat zich afzet tegen de westerse cultuur. Een deel van links vindt dat oké, omdat zij ook antikapitalistisch zijn. Maar het religieuze aspect in die antiwesterse houding slaan ze voor het gemak over. Ze bagatelliseren het gevaar, terwijl deze groep moslims steeds vaker eisen begint te stellen. Neem de moslima uit Den Haag die een zaak aanspande tegen de school van haar kinderen, omdat die vanwege het Offerfeest het fotomoment op school hadden gemist. Ze eist 10.000 euro, omdat er volgens haar sprake is van discriminatie. En in Rotterdam is een vrouw die bij de politie werkt, naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt omdat ze vindt dat ze onder werktijd een hoofddoek moet kunnen dragen. Juridische jihad, noemen we dat.’

Wat is er zo erg aan als zij een hoofddoekje draagt onder werktijd?

‘De scheiding van kerk en staat komt erdoor in het geding. Maar wij zijn in Nederland zo onzeker over onze identiteit dat we onmiddellijk op onze rug gaan liggen als ertegenaan wordt geblazen. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de schuldgevoelens over ons koloniale verleden. Kunstcentrum Witte de With wil van zijn naam af omdat De With een ‘foute zeeheld’ zou zijn geweest. In het Tropenmuseum zijn tekstbordjes aangepast omdat termen uit de koloniale tijd nu gevoelig liggen. Het gaat beetje bij beetje, sluipend.’

Er is toch niets mis mee om kritisch naar het eigen verleden te kijken?

‘Als dat te goeder trouw gebeurt niet, nee. Dat er in het onderwijs ook aandacht is voor wantoestanden in Nederlands-Indië vind ik logisch.

Maar in de debatten waarover ik het heb, speelt economie een grote rol en worden herstelbetalingen geëist. Het is identity politics (het idee dat bijvoorbeeld huidskleur en afkomst allesbepalend zijn). Puur gif is dat. Je mag als witte man alleen nog maar luisteren en niets meer zeggen. Maar daar doe ik niet aan mee, zo ga ik niet met minderheden debatteren.’

Duk spreekt rustig en gedecideerd, als iemand die zich niet snel van zijn meningen laat afbrengen. Als iemand ook die de wereld om hem heen voortdurend beschouwt, maar zichzelf niet zomaar laat beschouwen. Met zijn telefoon neemt hij het interview op. ‘Niet om je te controleren hoor, maar dan kan ik het nog eens terugluisteren als ik wil’, zegt hij.

U klinkt bezorgd, maar waarover maakt u zich nou het meest zorgen?

‘Over het gemak waarmee mensen bereid zijn onze normen en waarden te verkwanselen. De vrijheid van meningsuiting, homorechten, vrouwenrechten …’

Maar het gros van de Nederlanders vindt toch die waarden net als u heel belangrijk?

‘Ja, maar in bepaalde delen van Nederland, in bepaalde wijken, leven grote groepen mensen volgens geheel andere normen en waarden. In radicale moskeeën wordt vrouwen- en homohaat gepredikt. En als je daar iets van zegt, word je meteen een racist genoemd. Terwijl je rustig mag zeggen dat je het vrouwenstandpunt van de SGP niet normaal vindt. Dan maakt niemand zich druk.’

U staat nu te boek als ‘rechtse opiniemaker’. Is er iets gebeurd waardoor u naar rechts bent opgeschoven?

‘Een aantal jaren geleden kwam ik terug uit Duitsland en ben ik over Nederland gaan schrijven. Ik werd door talkshows gevraagd omdat ik beweerde dat het demoniseren van Putin nergens op slaat. Rusland vormt in mijn ogen niet een grote bedreiging voor het Westen. Dat is een schaarse mening en dan word je al snel gevraagd. Vervolgens kwam de vluchtelingencrisis in Duitsland. Ik schreef dat de keerzijde van de welkomstcultuur daar, de opkomst van populisme zou kunnen zijn. Waarvoor ik waarschuwde, is uitgekomen. Maar dat stuitte op veel weerstand. Op een bepaald moment ging regressief links mij ‘rechts’ noemen, maar ik zie mezelf gewoon als een objectieve verslaggever. In het AD had ik een rubriek waarin ik mensen sprak die normaal niet zo snel in de media komen. PVV-stemmers, maar ook moslims. Voldoende gevarieerd, volgens mij, maar toch was er gedoe als ik mensen als Thierry Baudet of Joost Niemöller aan het woord liet. Bij het AD besloten ze daarom maar om van mijn rubriek een column te maken. Maar ik ben niet de zoveelste columnist met een makkelijke mening. Ik ben een journalist.’

Maar het is toch niet vreemd dat mensen u rechts noemen? Ook gezien wat u twittert.

‘Ik tweet over dingen die ik interessant en intelligent vind. Dat kan ook iets zijn van Sahra Wagenknecht (een Duitse, linkse politica). Misschien gaat het geregeld over thema’s als islamisering en genderpolitiek, maar dat zijn ook thema’s waar het schuurt. Ik vind wel dat het interessante debat vandaag de dag vooral op rechts plaatsvindt. Op een paar mensen na. Ik lees ook Ewald Engelen en Rutger Bregman.’

Sommige mensen mijden rechts omdat er veel geschreeuwd wordt?

‘Op The Post Online en GeenStijl wordt inderdaad in hyperbolen gesproken. Maar als je daardoorheen prikt … Ik vind Bart Nijman van GeenStijl een van de beste journalisten.’

Is de toon geen probleem? U had het eerder nog over uw ouders, cultuurdragers, die zo fatsoenlijk waren.

‘Sommigen vinden dat de toon heel belangrijk is in het debat, omdat je anderen ermee kunt kwetsen. Rechts vindt dat geen geldig argument. Maar ik begrijp het wel. Schelden vind ik een zwaktebod. Alleen vind ik het wel hypocriet om alleen rechts het “kwetsen” te verwijten. Hetzelfde kun je namelijk zeggen over Charlie Hebdo of Propria Cures. Ik krijg op Twitter ook geregeld van links puur riool over me heen. Ik lig er niet echt wakker van, maar als ik ergens een lezing geef, kijk ik wel een paar keer over mijn schouder. Als je geluiden laat horen die schuren, krijg je dat.’

Lukt het om open-minded te blijven?

‘Ik wil standvastig blijven en laat me niet zomaar omverblazen. Maaropen-minded zijn is altijd mijn insteek geweest. Ik erger me juist aan mensen die niets lezen, zich niet ergens eerst in verdiepen, en dan toch op social media gaan roeptoeteren. Ik merk zo weinig echte nieuwsgierigheid in Nederland. In Rusland heb ik meer mensen ontmoet die zich echt in zaken wilden verdiepen. Misschien juist omdat daar zo lang geen vrijheid van informatie bestond.’

Duk legt uit dat hij niet in zijn ‘eigen bubbel’ leeft, zoals mensen elkaar nu vaak verwijten. ‘Het zoontje van Fidan Ekiz en mij groeit op in de multiculturele middenklasse in Rotterdam, te midden van geslaagde migranten. Niemand maakt zich er druk over wel of geen hoofddoek. Kaaskoppen spelen er met kinderen van Marokkaanse komaf. Ze kennen elkaars gebruiken. Dat is het ideaal. Maar dit ideaal staat wel onder druk. In diezelfde wijk zijn er gevoelens van ressentiment bij de oorspronkelijke, witte bewoners. Deze witte onderklasse kan gaan radicaliseren. Als je hen systematisch wegzet, uit het oog verliest, dan gaat er iets broeien. Deze mensen voelen zich al jarenlang genegeerd en kunnen een groep worden waarbinnen permanent ongenoegen heerst.’ ◆

correspondent en Ruslandkenner

Wierd Duk werd op 22 december 1959 geboren in Hooge Zwaluwe. Zijn vader was hervormd predikant. Duk groeide op in Domburg (Zeeland) en Hoogezand-Sappemeer (Groningen). Hij studeerde geschiedenis in Groningen en specialiseerde zich in de geschiedenis van de Sovjet-Unie/Rusland.

Hij was van 1992 tot 2001 voor diverse media correspondent in Rusland, en daarna, tot 2006, in Duitsland. In 1999 won Duk de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek met zijn reportages over de oorlogen in Tsjetsjenië. Tot 2013 was hij verslaggever Nederland voor Elsevier. Het afgelopen jaar werkte hij als reizend politiek commentator voor het Algemeen Dagblad en sinds 1 november is hij in dienst van De Telegraaf.

Met journaliste Fidan Ekiz heeft Duk een zoon, Ferran (4). Duk heeft nog een dochter (19) uit een eerder huwelijk.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?