Waarom Harry Potter de wereld veroverde

Duitse jongeren spelen zwerkbal, een sport die verzonnen is door J.K. Rowling. Leven
Duitse jongeren spelen zwerkbal, een sport die verzonnen is door J.K. Rowling. | beeld ap, nd en rd / Henk Visscher
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Harry Potter is twintig jaar in Nederland. Wat is zijn bijzondere aantrekkingskracht op lezers? Het eerste deel van de Harry Potter-reeks in Nederland verscheen twintig jaar geleden, op 20 augustus 1998. Het boek kreeg nauwelijks aandacht. Maar het verkocht zichzelf; de eerste lezers verspreidden het vuur snel. Zes lezers over hun ervaringen met de wondere wereld van J.K. Rowling.

een heel herkenbare wereld

Elisabeth IJmker (26)

bestuurskundige

‘Ik begon rond mijn twaalfde aan de boeken. Iedereen op school praatte erover. Ik kom uit een evangelisch gezin, dus de ophef kreeg ik ook mee. Tieners stuurden elkaar doorstuurmails over waarom Harry Potter niet goed was. Veel mensen vonden van alles zonder iets gelezen te hebben. Mijn moeder besloot het eerste boek zelf te lezen, en ze gaf het daarna aan ons. Ik vond het superleuk en ging er graag de discussie over aan.

De boeken trekken je in een onbekende fantasiewereld, waarin allerlei dingen gebeuren die bij ons niet kunnen, maar het is tegelijk een heel herkenbare wereld. Net als Harry ging ik ook naar een nieuwe school en had ik te maken met groepjes, huiswerk en minder leuke docenten.

Later, toen ik alle boeken had gelezen, ben ik naar een podcast gaan luisteren, Harry Potter and the sacred text, waarin telkens een hoofdstuk wordt behandeld, een beetje alsof het om een heilig boek gaat. Dat klinkt gek, maar het gaat erom dat de tekst inspiratie en inzichten kan bieden als je die goed bestudeert. De boeken zeggen bijvoorbeeld veel over thema’s als vriendschap, trouw, goed en kwaad, en zelfopoffering.

Een paar citaten uit de boeken zijn me bijgebleven. Een die ik erg mooi vind, relateer ik ook aan mijn geloof. Harry heeft zich door Voldemort laten vermoorden en treedt buiten zijn lichaam. Hij ziet Perkamentus en vraagt zich af of het écht is wat hij meemaakt.

Het antwoord van Perkamentus: “Of course it is happening inside your head, Harry, but why on earth should that mean that it is not real?”’

nog beter dan Narnia

Willem Jan Otten (66)

schrijver

‘Deel 1 vond ik nog tamelijk gewoon, maar vanaf deel 3 dacht ik: dit is méér dan een fijn kinderboek. Er komt met de dementors – de bewakers van de tovenaarsgevangenis Azkaban, die het geluk uit mensen kunnen zuigen – een element van volwassenheid in. Rowling schrijft aan de hand van die dementors over depressie, existentiële verveling en wanhoop. In de volgende delen wordt het verhaal almaar diepzinniger. Het is mystagogie, christelijke ontwikkelingspsychologie. Er zijn zoveel parallellen met het christelijke verhaal. Harry moet door de dood heen om te kunnen redden en gered te kunnen worden. Paus Benedictus XVI heeft voor de boeken gewaarschuwd, maar dat was krankzinnig. Op dat moment was hij feilbaar.

Vooral Perkamentus is een geweldig personage. Een karakter dat de wijsheid in pacht heeft is al snel vervelend, maar Perkamentus is een man met vele kanten. Hij lijkt op den duur zelfs onbetrouwbaar. Harry wordt door hem meer en meer losgelaten. Hij maakt een soort geloofscrisis mee en moet maar blijven geloven dat Perkamentus het goede met hem voorheeft.

Ik vind de boeken goed geschreven maar vooral erg goed bedacht. Jeugdliteratuur wordt in Nederland helaas niet voor vol aangezien, maar dit is echt van het niveau Tonke Dragt, en wat mij betreft nog beter dan Narnia. Er worden zo veel geloofskwesties in aangesneden, er zit zo veel denkwerk in, dat is vergelijkbaar met het werk van twee andere helden van me, Dostojevski en Borges.’

Wie nu aan Harry Potter denkt, ziet rijen mensen bij boekhandels voor zich, en nachtelijke verkleedpartijtjes met fans die uitzien naar een nieuw deel. Maar in 1998, toen het eerste deel uitkwam in Nederland, een jaar na de publicatie in Engeland, repte nog bijna niemand over Potter en schrijfster Rowling. De kranten en tijdschriften negeerden Harry Potter en de steen der wijzen. Veel uitgevers hadden ervoor bedankt. Uiteindelijk durfde Jaco Groot van uitgeverij De Harmonie het avontuur met de Potter-reeks wél aan.

In Engeland was het boek destijds nog geen enorm succes. Maar Groot had wel een interview met Rowling gelezen dat hem inspireerde. Rowling bleek onder meer voor Amnesty te hebben gewerkt, net als Groots vrouw. De Nederlandse uitgever vroeg het manuscript op en liet het zijn vrouw lezen. ‘En zij vond het eerste deel heel bijzonder en grappig’, zegt Elsbeth Louis van De Harmonie. Uiteindelijk kon de uitgeverij de rechten van deel 1 en 2 krijgen voor 19.999 gulden; Groot had één gulden minder geboden dan een andere uitgeverij maar kreeg toch de boeken.

Er verscheen in Nederland geen enkele recensie van het eerste deel. De Harmonie gooide er ook geen grote marketingcampagne tegenaan. De uitgever deed exemplaren cadeau aan familie en kennissen. Via hen werd Harry Potter snel bekend. Het boek verkocht zichzelf. ‘We kregen als uitgeverij fanmail en post voor de auteur. Dat gebeurt niet zo vaak’, blikt Louis terug op die beginperiode.

Twee jaar later was Harry een hype, en dat was nog maar het begin. De cijfers spreken voor zich. De oplage van deel 1 bestond uit 2500 exemplaren, die van het zevende en laatste deel uit 900.000 exemplaren. Een ongekend hoog aantal. In totaal gingen in Nederland enkele miljoenen exemplaren van de Harry Potter-boeken over de toonbank. Van de winst kocht Groot voor zijn kleine uitgeverij een pand aan de Herengracht.

vriendschap

Het verhaal van de schrijfster is al even opmerkelijk. Begin jaren negentig bedacht Joanne Rowling de tovenaarswereld waarin Harry Potter een sleutelrol zou spelen. In een paar jaar tijd werkte ze de plot uit; ze wist al dat de reeks zeven delen zou beslaan.

Het waren moeilijke jaren voor de schrijfster. Ze was gescheiden, zat in de bijstand en had de zorg voor een kleine dochter. Met haar vader had ze geen contact meer, haar moeder overleed. En de ene na de andere uitgever bedankte voor Harry Potter.

Tot het bescheiden Bloomsbury Publishing wel toehapte. Uitgever Barry Cunningham had eerder met Roald Dahl gewerkt, en de eerste hoofdstukken herinnerden hem aan diens stijl. ‘Maar wat me vooral aansprak, was de humor, en de vriendschap tussen de kinderen. Dat is de echte magie – meer dan de uilen en Zweinstein’, aldus Cunningham in The Telegraph.

Toen schrijver en criticus Joost de Vries het laatste deel besprak in De Groene Amsterdammer, merkte hij ongeveer hetzelfde op. De kracht van het Potter-verhaal ligt niet in het feit dat het over een magische wereld gaat, maar in de voor iedereen herkenbare schoolwereld, stelde De Vries. ‘Juist deze solide basis geeft de lezer een dusdanig houvast dat hij of zij de meest vergezochte ideeën moeiteloos accepteert.’

occultisme

Uiteraard heeft Rowling in de loop der jaren, naarmate de hype toenam, ook kritiek gekregen. Sommige christenen, vooral uit de VS, meenden dat de boeken zouden oproepen tot occultisme. Dat de auteur zelf in interviews heeft gezegd dat ze christen is, en dat haar boeken bol staan van de christelijke symboliek, maakte voor deze groep weinig uit.

Vanuit literaire hoek is Rowling onder meer verweten dat ze te veel leentjebuur zou hebben gespeeld: ze zou gebruik hebben gemaakt van thema’s uit andere kinderboeken en rijk geplukt hebben uit de mythologie.

Dat laatste valt niet te ontkennen. Maar het is de vraag of je dat als een gebrek moet zien. Hetzelfde kun je namelijk zeggen van Dante en Shakespeare. Waren zij ook weinig origineel, of wisten ze juist op geniale wijze gebruik te maken van allerlei verhalen en ideeën, om er zelf zo een nieuw verhaal van te maken? De Engelse schrijver A.N. Wilson ziet Rowlings soepele gebruik van oeroude thema’s en verhalen als dé kracht van de Potter-reeks, zei hij in The Telegraph. ‘Het verklaart de sensatie die je tijdens het lezen voelt: het is alsof je thuiskomt en een oude vriend ontmoet.’ ■

eerste en laatste deel favoriet

Gerard Drijfhout (36) IT’er

en zoon Eelco (11)

Gerard: ‘Wat ik erg goed vind, is hoe Rowling een steeds totalitairder wordende wereld schetst. Ze toont heel goed de impact daarvan op mensen, hoe zij ermee omgaan, de keuzes waartoe ze gedwongen worden. Onze zoon Eelco heeft ook al alle delen gelezen en is nu in het Engels opnieuw begonnen. We praten er geregeld over thuis, maar we moeten dan wel oppassen, want onze dochter van acht jaar heeft alleen de eerste twee delen gelezen. Laatst liet Eelco zich ontglippen dat er iemand doodgaat, waarna zij nogal verdrietig was.’

Eelco: ‘Ik vind de boeken spannend en de mensen heel goed beschreven.

Harry is mijn favoriete personage en het eerste en laatste deel vind ik het mooist. Het eerste deel omdat je daarin een nieuwe wereld leert kennen, en het laatste deel omdat daarin alles samen komt.’

in mantel naar verkleedfeest

Claudia de Koe (27)

beleidsadviseur

‘Ik was negen jaar toen mijn moeder het eerste deel in de boekhandel van Staphorst wilde kopen, maar daar verkochten ze het niet. Ik kom uit een PKN-gezin en mijn ouders vonden het prima dat ik de boeken las. Ik ben een keer met hen naar een verkleedfeestje in de Bruna in Meppel geweest toen er een nieuw boek uitkwam. Mijn moeder had een mantel voor me genaaid. Ik weet niet of dat toen nog cool was op school ...

Toen ik elf was, hoopte ik dat ik ook een uitnodiging voor Zweinstein, Harry’s school, zou ontvangen. Nieuwe Zweinstein-leerlingen moeten een dier kiezen, en een uil is het handigst, maar ik was bang voor vogels, dus daar zat ik echt mee in mijn maag.

De boeken spraken zo tot mijn verbeelding dat ik er flink in meeging, ook al wist ik dat het fictie was.

Ik vond de boeken allereerst fantastisch omdat het verhaal mooi en spannend is. Later ben ik steeds meer de diepere lagen gaan zien. Ik vind het heel knap hoe Rowling met prachtige metaforen moeilijke thema’s aansnijdt. Het idee van de gruzielementen bijvoorbeeld: als je iemand doodt, sterft er een stukje van je eigen ziel.’

geïnspireerd door Hermelien

Lisa Bakker (23)

docent levensbeschouwing

‘Vóór Harry Potter had ik nog nooit zó intens met een personage meegeleefd. Op een dusdanige manier in iemands hoofd kijken en meeleven, dat was nieuw voor me. Ik weet nog goed dat Harry in de latere delen geregeld depressief was. Om die reden heb ik deel zes ook niet vaak opnieuw gelezen. De vriendschap tussen Harry, Ron en Hermelien vond ik fantastisch. En het feit dat een meisje – Hermelien – zo slim is en altijd haar woordje klaar heeft. Dat inspireerde me. Ik lees nog regelmatig in de boeken, en omdat ik nu ouder ben, leven de personages ook weer anders voor me.’

Bijlagen

Fotoserie, 9 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?