Portret Dirk Mulder: Afscheid van Westerbork

‘Deze foto is van 1966, ik was 13. Als kind las ik veel. Pietje Bell, Arendsoog, de Tachtigjarige Oorlog, de Franse Tijd. De interesse voor geschiedenis was er toen al, mijn vader had dat ook sterk. Ik haalde er ook hoge cijfers voor. Na de middelbare school in Groningen ging ik naar de lerarenopleiding. Ik ben nooit op kamers geweest, want ik hou van het platteland. Ik heb horizon nodig, moet van me af kunnen kijken. Dus reed ik op en neer voor mijn studie, op mijn Tomos-brommer en met de trein.’ Leven
‘Deze foto is van 1966, ik was 13. Als kind las ik veel. Pietje Bell, Arendsoog, de Tachtigjarige Oorlog, de Franse Tijd. De interesse voor geschiedenis was er toen al, mijn vader had dat ook sterk. Ik haalde er ook hoge cijfers voor. Na de middelbare school in Groningen ging ik naar de lerarenopleiding. Ik ben nooit op kamers geweest, want ik hou van het platteland. Ik heb horizon nodig, moet van me af kunnen kijken. Dus reed ik op en neer voor mijn studie, op mijn Tomos-brommer en met de trein.’
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Dirk Mulder vertrekt als directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork in het Drentse Hooghalen. Dertig jaar geleden was er alleen nog bos te zien. Het tevoorschijn halen van die beladen plek werd zijn levenswerk.

De streekbus van Assen naar Zweeloo, lijn 22, passeert zijn bescheiden vrijstaande woning. In de aangebouwde werkkamer zit Mulder dan al op zijn post, achter zijn bureau, met kenmerkend, langharig profiel. Vanaf de halte een eindje teruglopen, in een geur van vers gemaaid gras.

Boomlange Groninger, lang grijs krulhaar, bril, bruine ogen, geheel gekleed in verbleekte spijkerstof. Zelfs de stoeltjes die al klaarstaan voor de open verandadeuren – ‘Ik moet ruimte hebben, uitzicht!’ – zijn met bleekblauwe jeansstof bekleed: het tenue van de goedmoedige rebel van de twintigst …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?